6
Tutorial woensdag 14 maart 2018
Onderwerp: herstructureringen; intern en
grensoverschrijdend
Essayvragen
1. Beantwoord uit ‘De Kern’, H8, casus I, vragen 1, 2 en 3
Vraag 1: Volgens art. 2:206 lid 1 BW is inderdaad de algemene
vergadering bevoegd aandelen uit te geven. Bij de statuten kan er een
ander orgaan aangewezen worden, maar dat blijkt niet uit deze casus. In
art. 2:189a BW staat wat er als orgaan aangemerkt kan worden. Op basis
van dit artikel kan een bijzondere groep aandeelhouders ook het recht
hebben. De bevoegdheid kan ook overgedragen worden voor een tijdelijke
termijn. Dit alles is echter niet gebeurd.
Het voorkeursrecht is geregeld in art. 2:206a BW. De hoofdregel is dat
iedere aandeelhouder een voorkeursrecht heeft bij een nieuwe uitgifte van
aandelen evenredig naar zijn aandelenbezit. In de laatste zin staat dat het
voorkeursrecht uitgesloten kan worden voor een enkele uitgifte. Dit
gebeurt met een besluit van de algemene vergadering.
De redelijkheid en billijkheid zijn geregeld in art. 2:8 BW. In deze situatie
worden aandelen geplaatst bij twee van de drie aandeelhouders. Als daar
geen goede reden voor is, is dat in strijd met de redelijkheid en de
billijkheid. Zo zouden aandeelhouders niet met elkaar om mogen gaan.
Het gevolg daarvan is dat het besluit vernietigbaar is (art. 2:15 lid 1 sub b
BW).
Een goede reden om het voorkeursrecht uit te sluiten kwam naar voren in
het arrest Bootlieden. Alle aandeelhouders waren werknemers van de
vennootschap. Bij de dividenduitkering die ze zouden ontvangen zou
belast worden. Om deze situatie te verbeteren, gingen alle
aandeelhouders een persoonlijke bv oprichten. Dit zou hun belasting
schelen. Er waren een paar aandeelhouders die onvoldoende aandelen
hadden om van de fiscale vrijstelling te genieten. Zij hadden minder dan
5% van de aandelen. Er werd besloten tot een emissie van aandelen. Het
voorkeursrecht werd uitgesloten/beperkt waardoor de kleinere
aandeelhouders meer aandelen kregen dan de grotere aandeelhouders. Er
was een aandeelhouder ook bestuurder en die was het er niet mee eens.
Zijn belang zou dalen. De rechter heeft gezegd dat er in het beginsel een
voorkeursrecht is, maar dat er in dit geval een objectieve rechtvaardiging
is om het voorkeursrecht uit te sluiten. Het belang tussen de
minderheidsaandeelhouders en meerderheidsaandeelhouders werd
afgewogen.
1