Hoofd...................................................................................................................................... 2
Myofasciale TriggerPoints (MTP)........................................................................................2
Vertigo – Benige Paraxismale Positie Duizeligheid (BPPD)................................................9
Dizziness – Cervicogene duizeligheid...............................................................................10
SOLK.................................................................................................................................... 11
Angst-/paniekstoornis........................................................................................................11
Disfunctioneel adempatroon/hyperventilatie......................................................................12
Prestatiedruk..................................................................................................................... 12
Slecht houdings-/bewegingsgevoel...................................................................................12
Slecht zit-/werkhouding.....................................................................................................13
Stress-gerelateerde klachten............................................................................................13
Vegetatieve klachten.........................................................................................................13
Vermoeidheidsklachten.....................................................................................................13
Vragenlijsten en bijbehorende modellen...........................................................................14
Voorbeeld hypothesen......................................................................................................19
Bijlage I: Accepterende opdracht......................................................................................19
Bijlage II: Ademhalingsonderzoek bij disfunctioneel ademen.........................................20
Bijlage III: gewichtsverplaatsing, rondjes draaien, springbeweging..............................21
Bijlage IV: Gebruik van materiaal (onderzoek)..................................................................22
Bijlage V: Grounding...........................................................................................................23
Bijlage VI: Jacobson...........................................................................................................24
Bijlage VII: Masseren met materiaal (behandeling)..........................................................26
Bijlage VIII: Sensomotorisch onderzoek/behandeling.....................................................27
Bijlage IX: Laura Mitchell....................................................................................................29
1
,Hoofd
Myofasciale TriggerPoints (MTP)
Als fysiotherapeut kun je in de praktijk pt. krijgen met myofasciale pijn, die wordt veroorzaakt door de
aanwezigheid van Myofasciale TriggerPoints (MTP). Dit zijn uiterst pijnlijke lokale spierverhardingen in een
strakke band of streng in de skeletspier. De klachten van het bewegingsapparaat zijn vaak aanhoudend en er is
geen duidelijke oorzaak aantoonbaar. Het wordt omschreven als aspecifiek of als een contracte lage rug of
contracte nek/schouder klacht. MTP kunnen dan de oorzaak zijn van de klacht en kunnen ook tot recidieven
leiden.
Dr Janet Travel, auteur van Myofasciale pijn en dysfunctie, heeft triggerpoints gedefinieerd als een
overgevoelig neuromusculair punt, dat pijnlijk is bij druk(compressie). Het is een gebied dat zo geirriteerd en
pijnlijk wordt dat het lichaam het signaal niet goed interpreteert waardoor het voor de pt. lijkt alsof de pijn ergens
anders vandaan komt. Deze gerefereerde pijn heeft een typerend karakter en uit zich in dezelfde patronen. Acute
of chronische overbelasting kan leiden tot het ontstaan van triggerpoints en deze geven een duidelijk omschreven
‘Referred pain’.
Het kenmerkende van een MTP is dat het een punt is met een uitgesproken drukgevoeligheid die meestal niet
gelokaliseerd is in de zone waar de pt. de pijn ervaart. De MTP van die schouderspieren zijn dus gelokaliseerd in
een ander deel van de spier dan daar waar de pijn gevoeld wordt. Het geirriteerde neuromusculaire punt ligt in
een gespannen bandje, genaamd taut band wat zich bevindt in een spier. De pijn die ervaren wordt door de pt.
vanuit een bepaald specifiek triggerpoint is voor elke persoon identiek.
Myofasciale pijn is:
Een drukpijnlijke plaats in skeletspier
Een palpabele spierverharding, strakke band, strengvorming in lengte richting van de spiervezels
Sarcomeer verkrampingen, verhardingen zijn knikker groot
Soorten MTP
Er zijn actieve en latente MTP:
Actieve MTP
Geven een dysfunctie van het bewegingsapparaat.
Een spontane pijn die zowel in rust als tijdens beweging optreedt.
Met druk/compressie kan de pijnklacht met de referred pain worden geprovoceerd (neurosensialized)
Bij palpatie kan een local twitch en/of jumpsign ontstaan
De meeste actieve MTP’s komen voor in de posturale spieren van de nek, schouder, bekkengordel en
kauwspieren (m. masseter)
Latente MTP
Geven een dysfunctie van het bewegingsapparaat
Ontstaan na verloop van tijd na een trauma door overbelasting/overrekking
Weinig pijn, alleen pijn bij beweging
Licht verminderde spierkracht, verminderde spierlengte
Verschijnselen MTP
Sensorisch: pijn en parasthesieën
Motisch: spierstijfheid, bewegingsbeperking, verminderde kracht, verminderde coördinatie
Vegetatief: duizeligheid, zweten, verkleuringen, loopneus, tranen bij actieve MTP in m. SCM
Verklaringen MTP
- Neurofysiologisch perspectief:
Indien de klachten langdurig bestaan, vindt er centrale sensitisatie plaats in de hersenen. De pijn neemt
toe, er ontstaat een hyperesthetisch gebied en daardoor ontstaat uitbreiding van de klacht.
- Biomedisch perspectief:
Sacromeren blijven in contractie hypertonie doorbloeding SP komt vrij kramp + pijn + ROM +
afvalstoffen kunnen niet worden afgevoerd spieren worden eerder moe.
2
, Wetenschappelijk bewijs suggereert dat referred pain, ontlokt door MTP in nek/schoudermusculatuur bijdragen
aan de pijnbeleving bij chronische spanningshoofdpijn. Er zijn 3 soorten hoofdpijnen:
1. Primaire hoofdpijnen
Hoofdpijn door iets wat in de hersenen gebeurt. Van primaire hoofdpijn kun je enkel als fysiotherapeut
de gevolgen beinvloeden!
» Migraine ZONDER auraverschijnselen
- 4 uur tot 3 dagen.
- Afzonderlijke aanvallen van langzaam toenemende, misselijkmakende, pulserende (=
bonkende) UNILATERALE hoofdpijn.
- Vaak met misselijkheid, overgeven, fono-fotofobia.
- Aanvallen beginnen 's nachts of in de vroege ochtend.
- Uni-pijn kan verspringen van kant (li-re), ook tijdens aanval!
» Migraine MET auraverschijnselen
- Sensorische/motorische/hersenstam verschijnselen.
» Tension Type Headache (TTH)
- Is BILATERALE spanningshoofdpijn door stress.
- ALTIJD aanwezig, in meer/mindere mate.
- Meer prikkels meer last.
- Met deze hoofdpijn kun je prima functioneren.
- Soms phono/fotobia.
- Geen misselijkheid.
- Geen aura.
- Pericraniale pijnen (door spierspanning/hypertone musculatuur/triggerpoints) van
musculatuur op de schedel.
- Past bij de chronische pijnpatiënt vanwege de sensitisatie.
» Clusterhoofdpijn
- Heftige! strikt UNILATERALE hoofdpijn.
- Duurt 15 minuten tot 3 uur, tot 8 keer per dag.
- Gaat gepaard met homolaterale verstopte neus of bloedneus.
- Mensen met cluster hoofdpijn zijn rusteloos (kunnen niet stil blijven liggen).
- Geen aura.
2. Secundaire hoofdpijnen
Hoofdpijn als gevolg van referred pain (ken hiervoor de segmentale organisaties!) Fysiotherapie kan
weldegelijk de oorzaken beinvloeden bij secundaire hoofdpijn. Via de orthosympatiche weg kun je
uitbreiding krijgen van de secundaire hoofdpijn. De segmentale relatie is via de orthosympatische weg
betrokken bij het produceren van pijn. Zie het als een sensitisatieproces.
» Cervicogene hoofdpijn
UNILATERALE hoofdpijn. Referred pain naar het hoofd: de klachten komen vanuit de nek.
Oorzaken:
- Inklemming n. occipitalis major (gevoelig voor irritatie/stress)
- Betrokkenheid artrogene structuren C0-C3 (artrose/fractuur/reuma)
- Pathologie cervicale disci
- Pathologie cervicale spieren
- Hoofdpijnklachten kunnen worden ontlokt door Myofasciale TriggerPoints (MTP):
M. semispinalis
M. splenius capitus + cervicis
M. trapezius pars descendens
M. SCM
Mogelijke oorzaken van MTP in M. SCM:
Slapen op een verkeerd kussen
Mechanische overbelasting: anteropositie van het hoofd/extensie
nek (verven, 1e rij theater)
Verkeerde bril
Doof aan 1 oor
In bed lezen met een lampje aan één kant
3