Week 1: hoofdstuk 1
• Verschil tussen alledaags en wetenschappelijke kennis;
Kennis is theoretisch: een samenhangend geheel van uitspraken waarmee wordt geprobeerd
om sociale verschijnselen te beschrijven, verklaren of voorspellen.
Het verwerpen van voorspellingen noem je falsificatie.
• Grondvormen van sociaalwetenschappelijk onderzoek;
Het ontwikkelen, dan wel toetsen van theoretische inzichten op grond van empirische
waarnemingen.
1. Streven naar kennis (paradigma)
2. Emperisch onderzoek = op de werkelijkheid gebaseerd:
• Emperisch-analytisch is kwantitatief.
• Emperisch-interpretatief is kwalitatief.
3. Systematisch: methodologische spelregels
4. Cumulatief: voortbouwen op eerder onderzoek
• Predictief = leidt tot voorspellingen.
• Resultaten zijn altijd voorlopig twijfel en zelfcorrectie.
• Doel fundamenteel onderzoek: bijdrage aan wetenschap.
• Doel praktijkgericht onderzoek: verwerven van kennis voor het oplossen van een
probleem in de praktijk.
• Twee wetenschap paradigma’s binnen de sociale wetenschappen
Paradigma is een stelsel van opvattingen dat wordt gedeeld door een groep wetenschappers
over wat de juiste of beste wetenschap is waar een wetenschappelijke theorie aan moet
voldoen er is sprake van theorie vorming.
• Wetenschappelijke kennis wordt gedeeld in een communicatieproces tussen verschillende
betrokkenen;
Twee weten er meer dan één, helpt om de kwaliteit te verbeteren:
• Communiceren binnen het vakgebied is disciplinair.
• Communiceren met andere vakgebieden is multidisciplinair.
Communicatie met het bredere publiek heeft ervoor gezorgd dat onderzoek wijder verbreidt
valorisatie: wetenschappers tonen aan dat wetenschappelijke inzichten belangrijk zijn voor
de maatschappij.
Lasswell: wie zegt wat tegen wie, hoe, met welk effect, met welke terugkoppeling en in welke
context?
, Functies: boodschap als informatie, als vermaak, als middel om de persoonlijke identiteit te
versterken en als voertuig voor sociale integratie en interactie.
Method of science:
• Kennis zoeken theoretische verklaringen.
• Onderzoek duidelijk omschreven regels:
1. Openbaar: controleerbaar en open voor kritiek.
2. Objectief: bevindingen zijn niet persoonsgebonden + uniforme regels = vergelijkbare
uitkomsten.
• Verschil tussen methodologie en methodenleer;
Methoden = onderzoek doen.
Methodenleer = studie van een onderzoek doen: geheel van onderzoeksmethoden waarover
sociale wetenschappers beschikken.
Onderzoeksontwerpen = inhoudsanalyse, survey, experiment etc.
• Aspecten van wetenschappelijke integriteit;
Vasthouden aan normen en waarden:
1. Eerlijk en openhartig
2. Betrouwbaar
3. Controleerbaarheid
4. Onpartijdigheid
5. Onafhankelijkheid
6. Verantwoordelijkheid (wetenschap/maatschappij)
• Aspecten van de ethiek mens gebonden onderzoek;
Belmont-rapport:
1. Respect voor personen (geïnformeerd tot toestemmen)
2. Goed doen (risico’s tot minimum beperken)
3. Gerechtigheid (verdeling van lusten en lasten)
Week 2: Hoofdstuk 2 en 3
• Essentiele kenmerken van wetenschap
• Wat zijn ontologische en epistemologische uitspraken
Ontologie is kennis, epistemologie is het verzamelen van kennis.
• Overeenkomsten en verschillen tussen empirisch-analytisch en empirisch-interpretatieve
benadering van onderzoek
• Empirisch-analytisch: kwantitatief, logisch positivisme en reductionistisch eenheid
(persoon/organisatie) tot variabelen.
• Empirisch-interpretatief: kwalitatief, ‘verstehen’, subjectief (eerste
persoonsperspectief) en holistisch eenheid als geheel.