Inhoud
Week 1..................................................................................................................................................... 2
Week 2..................................................................................................................................................... 3
Week 3..................................................................................................................................................... 8
Week 4................................................................................................................................................... 10
Week 5................................................................................................................................................... 25
Week 6................................................................................................................................................... 30
Week 7................................................................................................................................................... 37
1
, Week 1
❖ De studenten kan onderscheid maken tussen aangeleerde reacties, rijping en reflexen
Aangeleerde reacties: Hebben geen biologische achtergrond, maar deze reacties heb je geleerd van
je omgeving.
Bijvoorbeeld klassieke conditioneren hond die gaat kwijlen bij het horen van een bel.
Rijping: Ook wel maturatie genoemd. Proces waarin het genetische programma in de loop van de tijd
tot uiting komt. Biologische ontplooiing.
Bijvoorbeeld leren lopen
Reflexen: Reflexieve reactie die al aanwezig is vanaf de geboorte.
Bijvoorbeeld hoesten als je je verslikt.
❖ De student kan onderscheid maken tussen formeel, informeel en non-formeel leren
Leren: Een blijvende verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een bepaalde
ervaring.
Formeel leren Georganiseerd leren, komt voor op regulier onderwijs, is gestructureerd
door expliciete leerdoelen (hoge cijfers), beschikbare leertijd. Dit leren
leidt tot een officieel erkend certificaat of diploma.
Informeel leren Is noch doelgericht noch georganiseerd en kan altijd en overal
plaatsvinden. Het treedt spontaan op als ‘bijproduct’ van niet op leren
gerichte activiteiten en is dus vrijwel altijd non-intentioneel van karakter.
Netwerkleren geldt als een vorm van informeel leren.
Non-formeel leren Evenals formeel leren is dit leren doelgericht (intentioneel) en
georganiseerd maar dit vindt veelal plaats buiten het reguliere onderwijs
en andere opleidingsinstellingen. Bij non-formeel leren krijg je niet per
definitie een erkend diploma. Voorbeelden zijn het bezoeken van
congressen, het volgen van langlopende cursussesn of trainingen en het
ondernemen van studiereizen.
❖ De student kan drie soorten van eLearning (Franssen) onderscheiden
eLearning by distributing: Leerinhouden zijn gedigitaliseerd en worden verspreid met behulp van de
nieuwe media. De lerende verwerkt de beschikbare informatie zelfstandig, waarbij de hulp of steun
van anderen in principe niet nodig is. Dit wordt learning from information genoemd.
eLearning by interacting: Alle leerinhouden zijn specifiek ontwikkeld en didactisch uitgewerkt, zodat
de lerende in interactie kan gaan met de leerstof. Dat kan een zelfgestuurd leerproces zijn, maar het
is mogelijk dat hierbij steun en hulp wordt geboden door een begeleider. Dit wordt dan learning
from feedback genoemd.
eLearning by collaborating: In vormen van samenwerkend leren wordt kennis geconstrueerd op basis
van uitwisseling en discussie. Dit soort leerprocessen dient altijd begeleid te worden. Dit wordt
learning from different perspectives genoemd.
2