CRIMINOLOGIE
Vera Hoek
,Inhoudsopgave
H6. Criminaliteit, situationele factoren en de publieke ruimte..................................................2
Rationele keuzebenadering.................................................................................................2
Gelegenheidstheorie............................................................................................................ 2
CPTED................................................................................................................................ 4
Stedelijke vernieuwing......................................................................................................... 6
Broken windows.................................................................................................................. 7
Probleemgerichte politie-inzet..............................................................................................7
H1. Inleiding............................................................................................................................ 8
Historisch overzicht.............................................................................................................. 8
Grondleggers; de eerste theorieën......................................................................................9
H3. Spanningstheorieën, strain en (sub)cultuur....................................................................10
De anomietheorie van Durkheim.......................................................................................10
Merton en anomie.............................................................................................................. 10
De delinquente subcultuur.................................................................................................11
Kritiek op de delinquente-subcultuurbenadering................................................................12
De theorie van maatschappelijke kwetsbaarheid...............................................................12
H4. Sociologische criminologie..............................................................................................14
Chicago School................................................................................................................. 14
Kritiek op de Chicago School en voortzetting van de ecologische criminologie.................14
Controletheorieën.............................................................................................................. 15
H5. Biosociale en psychologische criminologie.....................................................................17
Lichamelijke en biologische factoren.................................................................................17
Toerekeningsvatbaarheid en TBS.....................................................................................18
Psychologische theorieën..................................................................................................18
Levensloopcriminologie en desistance..............................................................................20
H7 Kritische en hedendaagse stromingen in de criminologie................................................21
Labeling............................................................................................................................. 21
Kritische criminologie.........................................................................................................21
Culturele criminologie........................................................................................................ 22
Green criminology.............................................................................................................. 22
Herstelrecht en victimologie...............................................................................................22
H8. Organisatiecriminaliteit, georganiseerde misdaad en integriteit......................................24
Witteboorden- en organisatiecriminaliteit...........................................................................24
Georganiseerde misdaad..................................................................................................25
Integriteit en rechtshandhaving..........................................................................................26
1
, H6. Criminaliteit, situationele factoren en de publieke ruimte
Voor de jaren ’70 was de verwachting dat verbeterde levensomstandigheden en welvaart
vanzelf zouden leiden tot een vermindering van criminaliteit. Men begon te twijfelen aan de
effectiviteit van de traditionele interventiestrategieën. Oorzaken werden vervolgens gezocht
in het ontbreken van adequate controlestructuren.
Rationele keuzebenadering
Heeft als uitgangspunt dat misdadigers hun daden plegen uit vrije keuze en vanuit rationele
motieven. Het heeft een meer economische benadering bij het doorgronden van de oorzaken
(kosten-batenanalyse). Becker stelde dat misdaden worden gepleegd als onverwachte baten
de verwachte kosten overtreffen.
Speltheorie
De meeste theorieën van de rationele keuzebenadering stellen dat het besluit om tot
criminaliteit over te gaan niet in een vacuüm optreedt. Tsebelis (’89) stelde echter dat de
uitkomst van iemands besluit om tot criminaliteit over te gaan niet onafhankelijk is van de
besluiten van de politie, slachtoffers, omstanders of anderen die betrokken zijn bij het
gedrag. De speltheoriemodellen gaan ervan uit dat:
- Mensen strategisch handelen in hun interacties;
- Vertegenwoordigers van de overheid rationeel te werk gaan, zichtbare voorkeuren
hebben en kennis hebben van de karakteristieken van de interactie waarbij beide
partijen betrokken zijn.
Situationele criminaliteitspreventie
Het streven is om te analyseren hoe potentiële daders de kosten-batenafweging in een
specifieke situatie zullen maken, om aan de hand daarvan zodanig in die situatie in te grijpen
dat de potentiële daders van het begaan van crimineel gedrag af zullen zien.
Clarke en Cornish (’85) stellen dat een opeenvolgende reeks van keuzes gemaakt moet
worden, die beïnvloed worden door een aantal sociale en psychologische factoren die het
individu met zich meebrengt in de specifieke situatie. Zij vatten dit perspectief samen in zes
kernpunten:
1. Criminaliteit is een doelgerichte handeling, met de intentie voordeel te behalen;
2. Plegers proberen de beste beslissing te nemen, rekening houdend met de risico’s en
onzekerheden;
3. Besluitvormingsproces van de daders varieert veel, afhankelijk van het soort delict;
4. Er is verschil tussen het in laten van bepaalde soorten criminaliteit (betrokkenheid-
besluit) en het overgaan tot een specifiek misdrijf (gebeurtenis-besluit);
5. Betrokkenheidbesluiten bestaan uit drie stappen die door verschillende variabelen
worden beïnvloed:
a. Initiatie
b. Gewenning
c. Beëindiging
6. Gebeurtenissen kennen een volgorde van keuzes die in elk stadium van de criminele
gedraging worden gemaakt.
Gelegenheidstheorie
‘Gelegenheid maakt de dief’. Felson (’98) stelde dat de omvang van criminaliteit wordt
bepaald door drie factoren:
1. Het aantal potentiële daders;
2. Het aantal aantrekkelijke doelwitten;
3. De mate van toezicht op en de bescherming van deze doelwitten.
2