1
,Week 1
Hoofdstuk 1,2,3
Hoofdstuk 7, 9 en 10 par. 10.1 en 10.2
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Aard en doel van het strafproces
Het strafprocesrecht omvat procedureregels met betrekking tot het strafproces. De kern is gericht op
het tot stand komen van een rechterlijke beslissing. Het hoofddoel van het strafproces is het
verzekeren van juiste toepassing van het abstracte materiële strafrecht. Dit is een tweeledig doel.
Enerzijds: bewerkstelligen dat schuldigen worden gestraft anderzijds voorkomen dat onschuldige
worden gestraf waarborgkarakter middels toekennen verdedigingsrecht aan verdachte).
Dubio pro reo-beginsel: verdachte krijgt het voordeel van de twijfelt tweede subdoel weegt dus
zwaarder. Toch blijf er een kans dat de rechter zich vergistt vandaar dat de mogelijkheid tot
herziening bestaatt art. 457 Sv. Het moet niet onmogelijk worden om iemand te kunnen veroordelent
dus ook het eerste subdoel legt gewicht in de schaal.
Bijkomende doelen
a. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van de verdachte
Als achteraf blijkt dat iemand onschuldig ist is er een nodeloze inbreuk gemaakt op zijn vrijheid.
Voorkomen moet worden dat er een disproportonele inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van
de burger. Voorbeeld hiervan is het zwijgrecht van de verdachte.
b. Eerbiediging van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen
Voorkomen moet worden dat het huisrecht wordt geschonden door bijvoorbeeld een
huiszoeking. Rekening houden met gegronde vrees voor represailles. Geldt ook voor het
slachtofer: leed kan worden vergroot door wijze waarop de zaak wordt afgehandeldt secundaire
victimisatie.
c. Procedurele rechtvaardigheid
Mensen willen betrokken worden bij en inspraak hebben in beslissingen die hun raken. De
burger wil gehoord wordent serieus genomen worden en accepteert uitkomst eerder wanneer
dit het geval is. Aanvaardbaarheid van het vonnis. Vooral van belang inzake het horen van de
verdachte en spreekrecht voor het slachtofer.
d. Demonstratiefunctie
Terechtzitng is openbaart maakt publieke controle mogelijk maar ook maakt dit zichtbaar dat de
overheid zwaar tlt aan het plegen van strafare feiten en daarvan werk maakt. Generale
preventie en normbevestigende werking gaan hiervan uit.
Waarheidsvinding in het strafproces
Zoektocht van de opsporingsambtenaar leidt niet altjd tot een veroordeling. Toch zijn die
inspanningen niet voor nietst omdat de overheid dan kan aantonen dat zij wel al het mogelijke
hebben gedaan. Er is ook resultaat als de verdachte wegens gebrek aan bewijs wordt vrijgesproken –
er wordt geen onschuldige burger veroordeeld. Waarheidsvinding is geen zelfstandig doel binnen de
strafvorderingt is een afgeleid doel van het eigenlijke doel van juiste toepassing van de strafwet.
Het gaat uiteindelijk om de vraag of de beslissing verantwoord ist niet of de waarheid is gevonden.
De waarheid is daarom binnen het strafproces vaak relatief. Wat waar is in het proces van de eent
hoef niet waar te zijn in het proces van de ander. Een verdachte heef recht op een
onbevooroordeelde rechter.
2
,Rechtsbescherming in het strafproces
Verhoudingen tussen de overheid en burgers worden in een rechtsstaat beheerst door de rule of law:
de overheid staat niet boven de wet maar is daaraan onderworpen. Dit beschermt de burger tegen
willekeur van autoriteiten. Dit kan bereikt worden middels het doel rechtsbescherming. Hierbij zijn
vier kantekeningen te plaatsen:
1. Rechtsbescherming is niet erg kenmerkend voor het strafprocesrecht – mist onderscheidend
vermogen t.o.v. andere publiekrechtelijke rechtsgebieden
2. Onverklaard blijf waarom de overheid bevoegd is om strafen/dwangmiddelen toe te passen
– rechtsbescherming ligt dan niet meteen voor de hand
3. Onbelicht blijf dat bedoelde bevoegdheden in de wet niet zonder reden aan de overheid zijn
toegekend. Hiermee wordt het publieke belang en dus dat van de burger gediend.
4. Zienswijze leidt tot eenzijdigheidt rechtsbescherming omvat meer dan bescherming van de
verdachte tegen de wetshandhavende overheid
Noodzakelijke afwegingen
Bescherming van het ene doel betekent al gauw minder bescherming van het andere – dit vraagt om
het maken van keuzes. Dit zijn vaak rechtspolitieke afwegingen. De samenleving verandert
voortdurendt wat zorgt voor aanpassingen en accentverschuivingen. Dit kan gestructureerd worden
door de volgende uitgangspunten.
1. Aan strafrechtspleging zijn kosten verbodent de beschikbare fnanciële middelen zijn niet
onbeperkt.
2. Hoe mee er voor de verdachte op het spel staatt hoe groter de waarborgen moeten zijn
waarmee de berechtng is omringd. Alleen bij overtredingen en maximaal 1 jaar
gevangenisstraf kun je voor de kantonrechter of politerechter verschijnen.
3. Hoe ernstger het vermoedde misdrijft hoe ingrijpender de onderzoeksbevoegdheden
kunnen zijn van polite en justte. Proportionaliteit speelt daarbij een belangrijke rol.
4. Alle doelen moeten worden gerealiseerd – daardoor redelijke kleine speelruimte bij de
belangenafweging.
1.2 Historische ontwikkeling
Centraal in de historische ontwikkeling stond de bevordering van eenheid van de rechtspraakt OM
maakte deel uit van de rechterlijke organisatet was ondergeschikt. Met de rule of law werd tjdens
de Verlichtng een fundament gelegd voor de toekenning van onvervreemdbare rechten en de trias
politca. Rol van de verdachte verschoof van voorwerp van onderzoek naar procespartj die zijn eigen
opstelling mocht bepalen. De Franse Code d’Instructon Criminelle is van grote invloed geweest op
ons Wetboek van Strafrecht.
1.3 De bronnen van het strafprocesrecht
Wetgeving
a. Wetboek van Strafvordering
Art. 107 Gw is de grondslag voor ons Wetboek van Strafvordering. Het is algemeen omdat het geldt
voor heel Nederland en omdat het in beginsel van toepassing is op de vervolging en berechtng van
alle strafare feiten.
b. Bijzondere weten
De bijzondere weten kunnen in drie groepen worden onderverdeeld.
1) Weten die onderwerpen regelen die het strafprocesrecht gemene heef met andere
rechtsgebiedent bijv. Wet RO
3
, 2) Weten die onderwerpen regelen die aan of net over de rand van strafvordering liggent bijv.
Penitentaire Beginselenwet
3) Weten die voor bepaalde categorieën delicten een afwijkende of aanvullende
strafvorderlijke regeling gevent bijv. Opiumwet
c. Algemene Maatregelen van Bestuur; ministeriële regelingen
Art. 1 Sv sluit uit dat de lagere wetgever regelingen van strafvorderlijke aard tref. Art. 142 Sv:
aanwijzingsbevoegdheid BOA door Minister.
Beleidsregels
Overheidsorgaan met discretonaire ruimte stelt vaak eigen beleidsregels op. Indien deze op de juiste
wijze zijn gepubliceerd en bekendgemaaktt gelden zij als recht in de zin van art. 79 Wet ROt aldus de
Hoge Raad. De burger kan zich dan hierop beroepent en de Hoge Raad kan de interpretate van die
beleidsregels volledig toetsen.
Internationaal recht
a. Verdragsrecht
EVRM en IVBPR zijn voor het strafproces steeds belangrijker geworden. Zij vormen grondrechten
waarop de burger zich kan beroepen. Is een burger in zijn rechten uit het EVRM geschondent dan kan
deze een beroep instellen bij het EHRM op grond van het individuele klachtrecht. De Hoge Raad is
het Wetboek van Strafvordering steeds meer gaan interpreteren in het licht van het EVRM. Vooral
artkel 5t 6 en 8 zijn hierbij van belang. Art. 6 EVRM omvat het recht op een eerlijk procest geldt voor
het gehele proces. Artkel 5 EVRM ziet op bescherming van de persoonlijke vrijheidt artkel 8 stelt
grenzen aan de inbreuk op privacy.
b. Supranationaal recht: EU-recht
Met het verdrag van Lissabon zijn nieuwe stappen gezet die de invloed van Europa op het strafproces
kunnen vergroten.
Jurisprudentierecht
Jurisprudente omvat meer dan wetsuitlegt ook een invulling van open normen zoals de eis dat iets
‘met redenen omkleed’ moet zijn.
Beginselen
De Hoge Raad toetst de vervolgingsbeslissing aan ‘de beginselen van een goede procesorde’ om
handelen naar willekeur te voorkomen. Dit zijn het vertrouwensbeginselt het gelijkheidsbeginselt het
beginsel van zuiverheid van oogmerk en het beginsel van behoorlijke en billijke belangenafweging
proportonaliteit en subsidiariteit). Ook de rechter zelf is hieraan gebonden. Ook van belang zijn het
rechtszekerheidsbeginselt legaliteitsbeginselt dubio pro reo-beginselt nemo tenterur-beginsel en fair
trial-beginsel.
1.4 Het legaliteitsbeginsel
Art. 1 Sv: strafvordering heef alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien. Star legisme: voor elk
strafrechtelijk optreden is vereist dat het met zo veel woorden in de wet is voorgeschreven of
toegelatent er bestaat geen strafprocesrecht buiten de wet. Dit strookt niet met de hierboven
behandelde rechtsbronnen. Toch verzet zij zich er niet tegent nu dit de rechtsbescherming ten goede
komt en de rechtseenheid niet in gevaar is.
4