Strafbaar feit een menselijke gedraging die valt binnen een delictsomschrijving en die
wederrechtelijk en aan schuld te wijten is.
Voorwaarden strafbaar feit:
1. Het gaat om een menselijke gedraging
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
3. De gedraging is wederrechtelijk
4. De gedraging is aan schuld te wijten
Verdachte = iemand waarbij een redelijk vermoeden van schuld is dat deze persoon een strafbaar feit
heeft gepleegd (art. 27 Sv).
Een menselijke gedraging een persoon heeft de gedraging verricht (de persoon heeft een gewilde
spierbeweging uitgeoefend)
Ook het nalaten van een menselijke gedraging is strafbaar = iemand had een spierbeweging kunnen
maken, maar heeft dit niet gedaan.
*ook rechtspersonen kunnen een strafbaar feit plegen functioneel daderschap
De gedraging valt binnen een delictsomschrijving in een delictsomschrijving staat welke
gedragingen strafbaar zijn.
*als een menselijke gedraging niet onder een delictsomschrijving is te brengen, kan er nooit sprake
zijn van een strafbaar feit*
Legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr en 16 GW) het feit moet eerst als strafbaar feit in de wet zijn
gekomen, voordat bij schending een straf kan worden opgelegd
Wederrechtelijke gedraging in strijd met het recht
Aan schuld te wijten aan de verdachte moet een verwijt kunnen worden gemaakt (het kan hem
worden toegerekend).
Verwijtbaarheid = als de verdachte anders had kunnen handelen maar dit niet heeft gedaan.
Strafuitsluitingsgrond = een in de wet genoemde reden waardoor iemand niet gestraft wordt voor
een strafbaar feit die hij pleegt.
1. Rechtvaardigingsgrond > feit is niet strafbaar.
2. Schulduitsluitingsgrond > dader is niet strafbaar.
Wederrechtelijk en schuld Als deze niet in de delictsomschrijving worden staan worden deze
elementen genoemd (ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen straffen).
Bestanddelen staan in de tenlastelegging en moeten door de rechter bewezen worden verklaard.
*pas als aan alle bestandsdelen is voldaan, kan iemand gestraft worden !!
Wetboek van Strafrecht:
Boek 2 misdrijven
Boek 3 overtredingen
Overtredingen worden behandeld door de kantonrechter
Misdrijven worden behandeld door de rechtbank afdeling strafrecht
(op misdrijven staat altijd een gevangenisstraf)
,Formele delicten delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen (de activiteit wordt strafbaar
gesteld en het gevolg is niet van belang)
Bijv. diefstal > strafbaar is het wegnemen van een goed
Materiële delicten stellen het intreden van een bepaald gevolg strafbaar (de manier waarop het
gevolg intreedt is niet van belang)
Bijv. doodslag > er wordt niet omschreven HOE iemand van het leven moet worden beroofd, maar dat
het strafbaar is ALS iemand van het leven wordt beroofd.
Commissiedelicten delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen (bijv. mishandeling)
Omissiedelicten delicten die het nalaten strafbaar stelt (bijv. het nalaten om hulp te verlenen aan
iemand in nood)
Gronddelict een bepaalde gedraging is strafbaar
Gekwalificeerd delict een delict dat ernstiger is dan het gronddelict (vaak heeft dit delict een extra
bestandsdeel en heeft een zwaardere straf)
Bijv doodslag is het gronddelict (primair)
- Opzettelijk
- Een ander van het leven beroven
En moord is het gekwalificeerd delict (subsidiair) doodslag + met voorbedachten rade
Geprivilegieerd delict een lichtere variant van een delict met een lagere straf (het
tegenovergestelde van het gekwalificeerd delict)
, H2 – wederrechtelijkheid
Wederrechtelijk = in strijd met het recht
Andere betekenissen:
Betekenis 1: zonder toestemming van de rechthebbende
Leer van Remmelink = de verdachte handelt zonder eigen recht
- privaatrechtelijke bevoegdheid van verdachte > het hebben van toestemming van
rechthebbende
- publiekrechtelijke bevoegdheid > een agent die iemand tackelt na een achtervolging is
toegestaan wegens zijn functie
Betekenis 2: bestanddeel is element
Element = in strijd met het recht
Bestanddeel = verdachte heeft in strijd met (on)geschreven regels gehandeld geen bevoegdheid