Diabetes mellitus type 1 en 2 bij volwassenen
● Ziektebeeld diabetes mellitus type 1
○ Destructie van insulineproducerende bètacellen van de eilandjes van
Langerhans
○ Hierdoor een absoluut tekort aan insuline en hyperglykemie ontstaat
○ Ontwikkelt zich in korte tijd, meestal bij kinderen en jongvolwassenen
● Ziektebeeld diabetes mellitus type 2
○ Insulineresistentie en betacel disfunctie (disfunctionerende/verminderd aantal
betacellen) -> hierdoor treedt hyperglykemie op
○ Ziekte kan lange tijd ongemerkt verlopen door mild verhoogde
bloedglucosewaarden -> veroorzaken in algemeen geen klachten
● Overige typen diabetes
○ MODY en MIDD (erfelijk)
○ LADA (ontstaat geleidelijk
○ Ten gevolge van aandoeningen zoals exocriene pancreas
● Diagnose
○ Bloedglucose: > 7 mmol/l in nuchtere toestand
○ Bloedglucose: > 11,1 mmol/l twee uur na 75gr orale glucosetolerantietest
○ Hba1c: > 48 mmol/mol
○ Bij klachten passend bij hyperglykemie: 1 meting voldoende
○ Bij mensen zonder klachten: afwijkende bloedglucosewaarde op een 2e dag
bevestigen (2e test)
○ Bij gestoorde glucosetolerantie is de bloedglucoseconcentratie verhoogd,
maar heeft iemand nog geen diabetes -> tussen 7,8 - 11,1 mmol/l (2 uur na
orale glucosetolerantietest)
● Etiologie diabetes mellitus type 1
○ Oorzaak onbekend: lijkt combinatie erfelijke aanleg en omgevingsfactoren
○ Omgevingsfactoren geassocieerd met verlaagd risico: borstvoeding, glutenvrij
dieet, eerste 3 maanden na geboorte en vit. D-supplement in eerste 2
levensjaren
● Etiologie diabetes mellitus type 2
○ Oorzaak: combinatie genetische en leefstijlfactoren
○ Insulinegevoeligheid hangt sterk samen met gewicht, waarbij vetverdeling
(buikomvang) bepalend is
○ Laaggradige ontsteking, geassocieerd met te hoog gewicht, speelt rol bij
mate van insulinegevoeligheid
● Laboratoriumgegevens diabetes mellitus type 1
○ Nuchter bepaalde bloedglucosegehalte: 3,9-7,2 mmol/l
○ Bloedglucosegehalte 2 uur postprandiaal: < 10 mmol/l
○ HbA1c: <53 mmol/l
○ LDL-waarden plasma: <2,6 mmol/l
○ Triglyceridenwaarden plasma: <1,7 mmol/l
○ Systolische bloeddruk: <140 mmHG
● Laboratoriumgegevens diabetes mellitus type 2
○ Nuchter bepaalde bloedglucosegehalte: 4,5-8 mmol/l
○ Bloedglucosegehalte 2 uur postprandiaal: <9 mmol/l
○ HbA1c: <53 mmol/mol (tot 70 jaar)
○ Totaal cholesterol: <4,5 mmol/l
, ○ LDL: <2,5 mmol/l
○ Systolische bloeddruk: <140 mmHG
■ Leeftijd >80 jaar: <160 mmHG
○ Bij ouderen en mensen met korte levensverwachting is het belangrijkste doel
het voorkomen van symptomatische hypo- en hyperglycemie
■ Bij deze doelgroep aangepaste streefwaarden voor HbA1c
● Doel dieetbehandeling
○ Uitstellen of voorkomen van diabetes mellitus type 2
○ Beperken van acute klachten van hypo- en hyperglykemie
○ Uitstellen of voorkomen van aan diabetes gerelateerde complicaties
● Kenmerken dieetadvies
○ Nadruk op voedingsmiddelen en voedingspatronen in plaats van afzonderlijke
nutriënten
○ Aangeven dat het mediterrane, het gematigd koolhydraatbeperkte, het
vegetarische en het lage glykemische voedingspatroon gunstig zijn
○ Aangeven dat er geen ideale verhouding van macronutriënten is
○ Koolhydraten: beperking van geraffineerde zetmeelrijke producten en
producten met veel suikers
○ Afstemmen koolhydraatinname en bloedglucoseverlagende
medicatie/insuline en activiteiten
○ Zoetstoffen: te gebruiken in energiebeperkt dieet (rekening houden met ADI)
○ Vet: typen vetzuren zijn belangrijker dan totale vetinname; producten met
verzadigd- en transvet zo veel mogelijk beperken en vervangen met
onverzadigd vet
○ Stimuleren voedingsmiddelen rijk aan omega 3-vetzuren en alfa-linoleenzuur
○ Adviseer geen supplementen met omega 3-vetzuren
○ Eiwit: er is geen reden om een voedingspatroon met meer eiwitrijke
producten af te raden (zoals bij het koolhydraatbeperkte voedingspatroon)
○ Voedingsvezel: 30-40 gram per dag
○ Alcohol: niet meer dan 1 alcoholconsumptie per dag en niet opsparen
○ Vitamine B12: gelijk aan aanbeveling voor gezonde volwassenen, langdurige
behandeling metformine verhoogt kans op vitamine B12-tekort
○ Zout: maximaal 6 gram per dag
○ Hypoglykemie:
■ 20 gram koolhydraten bij voorkeur in de vorm van glucose en in
vloeibare vorm (high energy sportdrank, dextrosetabletten).
○ Behandeling van een te hoog gewicht bij diabetes mellitus:
■ Geen optimale verhouding macronutriënten bekend
■ Diverse voedingspatronen mogelijk, het mediterrane voedingspatroon
of een matige koolhydraatbeperking komen het meest in aanmerking
■ Een koolhydraatbeperking heeft de voorkeur boven een vetbeperking
■ Verhogen van lichamelijke activiteit
■ Intensief leefstijlprogramma (voedingstherapie, lichaamsbeweging en
gedragsverandering)
○ Diabetische gastroparese:
■ Frequente kleine maaltijden
■ Eventueel met een zachte consistentie of in vloeibare vorm
, ■ Vermindering van de hoeveelheid vet en/of voedingsvezels kan nodig
zijn
○ Sport/beweging:
■ Aanmoedigen om te gaan bewegen, uitleg belang van bewegen met
oog op bloedglucoseregulatie en complicaties
■ Bij insuline of bloedglucoseverlagende medicatie met risico op
hypoglykemie informeren welke invloed lichamelijke inspanning heeft
op de bloedglucose en hoe de medicatie en/of voeding hierop
afgestemd kan worden
● Diabeteseducatie
○ Diëtist heeft rol in advisering met betrekking tot zelfregulatie: interpreteren
van bloedglucosewaarden en -fluctuaties en afstemmen (ultra)kortwerkende
insuline medicatie of koolhydraatinname en/of lichaamsbeweging
○ Ook rol bij geven van leefstijladviezen m.b.t. risicoprofiel voor hart- en
vaatziekten
Prevalentie diabetes in Nederland: volwassenen
● In 2011: ongeveer 850.000 mensen
○ In 2018: bijna 1,2 miljoen
● Prevalentie hoger bij mannen dan bij vrouwen
● Grootste deel heeft diabetes mellitus type 2
○ Ongeveer 9% heeft diabetes type 1
● Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij de bètacellen van de eilandjes van
Langerhans in de pancreas grotendeels zijn vernietigd
○ Ontwikkelt in korte tijd en meestal op jonge leefstijl vastgesteld
● Diabetes type 2 is een chronisch progressieve stofwisselingsziekte waarbij er
onvoldoende insuline wordt geproduceerd en/of de insuline door insulineresistentie
onvoldoende effect heeft
○ Ontstaat geleidelijk
○ Door toenemende insulineresistentie wordt het lichaam steeds minder
gevoelig voor insuline, waardoor er minder insuline-gestimuleerde
glucoseopname is en de lever vaak ongecontroleerd glucose produceert
■ Hierdoor steeds meer insuline nodig om bloedglucosespiegel in
balans te houden
○ Insulineresistentie speelt belangrijke rol in ontwikkeling aandoeningen horend
bij metabool syndroom
■ 34% mannen tussen 30-70 jaar heeft metabool syndroom
■ 24% vrouwen tussen 30-70 jaar heeft metabool syndroom
○ HOMA = formule voor verhouding tussen nuchtere glucose- en
insulinespiegel
● Andere vormen van diabetes:
○ MODY: erfelijke vorm - uit zich tussen de 10 en 25 jaar (5%)
○ LADA: vorm van type 1 -> uit zich op latere leeftijd (15%)
○ Diabetes type 3C: alvleesklier beschadigd door bv pancreatitis of door
operatie
○ MIDD: erfelijke vorm in combinatie met gehoorverlies
, Prevalentie diabetes in Nederland: kinderen
● Overgrote deel van kinderen heeft diabetes type 1
○ Ongeveer 14.000
○ Jongeren tussen 12-18 jaar met diabetes type 2: rond 1200
● Toename kinderen en volwassenen met diabetes kan worden verklaard door:
○ Vergrijzing van de bevolking
○ Meer mensen met overgewicht
○ Verminderde lichamelijke activiteit
○ Veranderingen in voeding
○ Alertheid op diabetes bij huisartsen en bevolking is toegenomen
Preventie diabetes: type 1
● Genetische aanleg en omgevingsfactoren spelen een rol bij het ontstaan
○ Bepaalde virussen
○ Gewichtstoename op jonge leeftijd
○ Vroege blootstelling aan bepaalde voedingsmiddelen (granen,
wortelgroenten, kippeneieren en koemelk)
● Borstvoeding of hoge inname omega-3-vetzuren op jonge leeftijd kan risico op type 1
verminderen
Preventie diabetes: type 2
● Spelen veel factoren een rol
○ Leefstijl
○ Omgevingsfactoren
○ Erfelijkheid
○ Sociaaleconomische factoren
Leefstijlfactoren
● Overgewicht is grootste risicofactor voor diabetes type 2
○ Vooral bij mensen met abdominale vetverdeling (hoge middelomtrek)
○ Beetje gewichtsverlies (5-10%) verlaagt het risico op type 2
● Mensen met matig/sterk verhoogd gewicht komen op basis van gezondheidsrisico’s
in aanmerking voor gecombineerde leefstijlinterventie
● Naast overgewicht zijn ook van invloed:
○ Lichamelijke inactiviteit
○ Zittend bestaan
○ Stress
○ Roken
○ Slecht slapen
○ Ongezond dieet
Persoonsgebonden factoren
● Diverse genen kunnen van invloed zijn, niet bekend welke genen allemaal
● Risico ontwikkelen type 2 grotere wanneer familieleden typen 2 hebben
● Obesitas speelt rol bij erfelijkheid van type 2
● Ziektebeeld diabetes mellitus type 1
○ Destructie van insulineproducerende bètacellen van de eilandjes van
Langerhans
○ Hierdoor een absoluut tekort aan insuline en hyperglykemie ontstaat
○ Ontwikkelt zich in korte tijd, meestal bij kinderen en jongvolwassenen
● Ziektebeeld diabetes mellitus type 2
○ Insulineresistentie en betacel disfunctie (disfunctionerende/verminderd aantal
betacellen) -> hierdoor treedt hyperglykemie op
○ Ziekte kan lange tijd ongemerkt verlopen door mild verhoogde
bloedglucosewaarden -> veroorzaken in algemeen geen klachten
● Overige typen diabetes
○ MODY en MIDD (erfelijk)
○ LADA (ontstaat geleidelijk
○ Ten gevolge van aandoeningen zoals exocriene pancreas
● Diagnose
○ Bloedglucose: > 7 mmol/l in nuchtere toestand
○ Bloedglucose: > 11,1 mmol/l twee uur na 75gr orale glucosetolerantietest
○ Hba1c: > 48 mmol/mol
○ Bij klachten passend bij hyperglykemie: 1 meting voldoende
○ Bij mensen zonder klachten: afwijkende bloedglucosewaarde op een 2e dag
bevestigen (2e test)
○ Bij gestoorde glucosetolerantie is de bloedglucoseconcentratie verhoogd,
maar heeft iemand nog geen diabetes -> tussen 7,8 - 11,1 mmol/l (2 uur na
orale glucosetolerantietest)
● Etiologie diabetes mellitus type 1
○ Oorzaak onbekend: lijkt combinatie erfelijke aanleg en omgevingsfactoren
○ Omgevingsfactoren geassocieerd met verlaagd risico: borstvoeding, glutenvrij
dieet, eerste 3 maanden na geboorte en vit. D-supplement in eerste 2
levensjaren
● Etiologie diabetes mellitus type 2
○ Oorzaak: combinatie genetische en leefstijlfactoren
○ Insulinegevoeligheid hangt sterk samen met gewicht, waarbij vetverdeling
(buikomvang) bepalend is
○ Laaggradige ontsteking, geassocieerd met te hoog gewicht, speelt rol bij
mate van insulinegevoeligheid
● Laboratoriumgegevens diabetes mellitus type 1
○ Nuchter bepaalde bloedglucosegehalte: 3,9-7,2 mmol/l
○ Bloedglucosegehalte 2 uur postprandiaal: < 10 mmol/l
○ HbA1c: <53 mmol/l
○ LDL-waarden plasma: <2,6 mmol/l
○ Triglyceridenwaarden plasma: <1,7 mmol/l
○ Systolische bloeddruk: <140 mmHG
● Laboratoriumgegevens diabetes mellitus type 2
○ Nuchter bepaalde bloedglucosegehalte: 4,5-8 mmol/l
○ Bloedglucosegehalte 2 uur postprandiaal: <9 mmol/l
○ HbA1c: <53 mmol/mol (tot 70 jaar)
○ Totaal cholesterol: <4,5 mmol/l
, ○ LDL: <2,5 mmol/l
○ Systolische bloeddruk: <140 mmHG
■ Leeftijd >80 jaar: <160 mmHG
○ Bij ouderen en mensen met korte levensverwachting is het belangrijkste doel
het voorkomen van symptomatische hypo- en hyperglycemie
■ Bij deze doelgroep aangepaste streefwaarden voor HbA1c
● Doel dieetbehandeling
○ Uitstellen of voorkomen van diabetes mellitus type 2
○ Beperken van acute klachten van hypo- en hyperglykemie
○ Uitstellen of voorkomen van aan diabetes gerelateerde complicaties
● Kenmerken dieetadvies
○ Nadruk op voedingsmiddelen en voedingspatronen in plaats van afzonderlijke
nutriënten
○ Aangeven dat het mediterrane, het gematigd koolhydraatbeperkte, het
vegetarische en het lage glykemische voedingspatroon gunstig zijn
○ Aangeven dat er geen ideale verhouding van macronutriënten is
○ Koolhydraten: beperking van geraffineerde zetmeelrijke producten en
producten met veel suikers
○ Afstemmen koolhydraatinname en bloedglucoseverlagende
medicatie/insuline en activiteiten
○ Zoetstoffen: te gebruiken in energiebeperkt dieet (rekening houden met ADI)
○ Vet: typen vetzuren zijn belangrijker dan totale vetinname; producten met
verzadigd- en transvet zo veel mogelijk beperken en vervangen met
onverzadigd vet
○ Stimuleren voedingsmiddelen rijk aan omega 3-vetzuren en alfa-linoleenzuur
○ Adviseer geen supplementen met omega 3-vetzuren
○ Eiwit: er is geen reden om een voedingspatroon met meer eiwitrijke
producten af te raden (zoals bij het koolhydraatbeperkte voedingspatroon)
○ Voedingsvezel: 30-40 gram per dag
○ Alcohol: niet meer dan 1 alcoholconsumptie per dag en niet opsparen
○ Vitamine B12: gelijk aan aanbeveling voor gezonde volwassenen, langdurige
behandeling metformine verhoogt kans op vitamine B12-tekort
○ Zout: maximaal 6 gram per dag
○ Hypoglykemie:
■ 20 gram koolhydraten bij voorkeur in de vorm van glucose en in
vloeibare vorm (high energy sportdrank, dextrosetabletten).
○ Behandeling van een te hoog gewicht bij diabetes mellitus:
■ Geen optimale verhouding macronutriënten bekend
■ Diverse voedingspatronen mogelijk, het mediterrane voedingspatroon
of een matige koolhydraatbeperking komen het meest in aanmerking
■ Een koolhydraatbeperking heeft de voorkeur boven een vetbeperking
■ Verhogen van lichamelijke activiteit
■ Intensief leefstijlprogramma (voedingstherapie, lichaamsbeweging en
gedragsverandering)
○ Diabetische gastroparese:
■ Frequente kleine maaltijden
■ Eventueel met een zachte consistentie of in vloeibare vorm
, ■ Vermindering van de hoeveelheid vet en/of voedingsvezels kan nodig
zijn
○ Sport/beweging:
■ Aanmoedigen om te gaan bewegen, uitleg belang van bewegen met
oog op bloedglucoseregulatie en complicaties
■ Bij insuline of bloedglucoseverlagende medicatie met risico op
hypoglykemie informeren welke invloed lichamelijke inspanning heeft
op de bloedglucose en hoe de medicatie en/of voeding hierop
afgestemd kan worden
● Diabeteseducatie
○ Diëtist heeft rol in advisering met betrekking tot zelfregulatie: interpreteren
van bloedglucosewaarden en -fluctuaties en afstemmen (ultra)kortwerkende
insuline medicatie of koolhydraatinname en/of lichaamsbeweging
○ Ook rol bij geven van leefstijladviezen m.b.t. risicoprofiel voor hart- en
vaatziekten
Prevalentie diabetes in Nederland: volwassenen
● In 2011: ongeveer 850.000 mensen
○ In 2018: bijna 1,2 miljoen
● Prevalentie hoger bij mannen dan bij vrouwen
● Grootste deel heeft diabetes mellitus type 2
○ Ongeveer 9% heeft diabetes type 1
● Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij de bètacellen van de eilandjes van
Langerhans in de pancreas grotendeels zijn vernietigd
○ Ontwikkelt in korte tijd en meestal op jonge leefstijl vastgesteld
● Diabetes type 2 is een chronisch progressieve stofwisselingsziekte waarbij er
onvoldoende insuline wordt geproduceerd en/of de insuline door insulineresistentie
onvoldoende effect heeft
○ Ontstaat geleidelijk
○ Door toenemende insulineresistentie wordt het lichaam steeds minder
gevoelig voor insuline, waardoor er minder insuline-gestimuleerde
glucoseopname is en de lever vaak ongecontroleerd glucose produceert
■ Hierdoor steeds meer insuline nodig om bloedglucosespiegel in
balans te houden
○ Insulineresistentie speelt belangrijke rol in ontwikkeling aandoeningen horend
bij metabool syndroom
■ 34% mannen tussen 30-70 jaar heeft metabool syndroom
■ 24% vrouwen tussen 30-70 jaar heeft metabool syndroom
○ HOMA = formule voor verhouding tussen nuchtere glucose- en
insulinespiegel
● Andere vormen van diabetes:
○ MODY: erfelijke vorm - uit zich tussen de 10 en 25 jaar (5%)
○ LADA: vorm van type 1 -> uit zich op latere leeftijd (15%)
○ Diabetes type 3C: alvleesklier beschadigd door bv pancreatitis of door
operatie
○ MIDD: erfelijke vorm in combinatie met gehoorverlies
, Prevalentie diabetes in Nederland: kinderen
● Overgrote deel van kinderen heeft diabetes type 1
○ Ongeveer 14.000
○ Jongeren tussen 12-18 jaar met diabetes type 2: rond 1200
● Toename kinderen en volwassenen met diabetes kan worden verklaard door:
○ Vergrijzing van de bevolking
○ Meer mensen met overgewicht
○ Verminderde lichamelijke activiteit
○ Veranderingen in voeding
○ Alertheid op diabetes bij huisartsen en bevolking is toegenomen
Preventie diabetes: type 1
● Genetische aanleg en omgevingsfactoren spelen een rol bij het ontstaan
○ Bepaalde virussen
○ Gewichtstoename op jonge leeftijd
○ Vroege blootstelling aan bepaalde voedingsmiddelen (granen,
wortelgroenten, kippeneieren en koemelk)
● Borstvoeding of hoge inname omega-3-vetzuren op jonge leeftijd kan risico op type 1
verminderen
Preventie diabetes: type 2
● Spelen veel factoren een rol
○ Leefstijl
○ Omgevingsfactoren
○ Erfelijkheid
○ Sociaaleconomische factoren
Leefstijlfactoren
● Overgewicht is grootste risicofactor voor diabetes type 2
○ Vooral bij mensen met abdominale vetverdeling (hoge middelomtrek)
○ Beetje gewichtsverlies (5-10%) verlaagt het risico op type 2
● Mensen met matig/sterk verhoogd gewicht komen op basis van gezondheidsrisico’s
in aanmerking voor gecombineerde leefstijlinterventie
● Naast overgewicht zijn ook van invloed:
○ Lichamelijke inactiviteit
○ Zittend bestaan
○ Stress
○ Roken
○ Slecht slapen
○ Ongezond dieet
Persoonsgebonden factoren
● Diverse genen kunnen van invloed zijn, niet bekend welke genen allemaal
● Risico ontwikkelen type 2 grotere wanneer familieleden typen 2 hebben
● Obesitas speelt rol bij erfelijkheid van type 2