Wwerkgroep 1)
Vraag 1)
a. Het opleggen van uitvoerheffing binnen de europese unie is verboden op grond van artikel
28 VWEU jo. 30 VWEU. Hier zijn echter 2 uitzonderingen op. Wanneer de staat een dienst
verleend aan de exporteur, dat is hier niet het geval. En wanneer de staat voldoet aan een
gemeenschapsvoorschrift maar daar is hier ook geen sprake van. Dit is dus niet verenigbaar.
b. Wat zijn goederen..--> runderen zijn goederen.
c. Het is grensoverschrijdend want van de ene lidstaat naar de andere.
d. Is er harmonisatie? Ja de richtlijn.
e. Is er een belemmering van vrij verkeer? Ja financiële belemmering, artikel 30 VWEU. Heffing
van gelijke werking, dat is verboden.
f. Bauhuis exceptie niet van toepassing, vergoeding is niet hoger dan de daadwerkelijk
gemaakte kosten.
g. Conclusie: schending van artikel 30 VWEU
Vraag 2)
a. Ja, maar alleen voor zover de richtlijn als maximum aanstelt. Hier mogen zij niet overheen
gaan ook niet als de nationale regels ook strenger zijn.
b. Wat is een goed? Eenhoevigen zijn goederen
c. Ja het is grensoverschrijdend
d. Is er harmonisatie? Ja de richtlijn van 10%.
e. Is er een belemmering? Ja de verplichte kosten en de extra kosten.
f. De eerste kosten vallen onder 30 VWEU maar daarvoor de Bauhuis exceptie want uniforme
toepassing unie recht, het is enkel kostendekkend.
g. De extra kosten: alleen verhalen op geïmporteerde evenhoevigen dan artikel 30VWEU en
dus verboden. Als de kosten verhaald worden op zowel geïmporteerd als nationale
veestapel dan 110 VWEU, dan is het een algemeen stelsel en mag dit wel.
h. Het zijn wel gelijksoortige producten artikel 110 VWEU 1e volzin: fiscaal discriminatieverbod.
Werkgroep 2)
Vraag 1)
a. Er worden hier eisen gesteld aan de productie, namelijk wat er op het label staat en eisen
gesteld aan de verkoopmodaliteit omdat ze bepalen voor van wie het bloed moet zijn. Voor
wat betreft de verkoopmodaliteit is dit van toepassing op alle marktdeelnemers, iedereen
moet binnen de straal wonen. En geldt het hetzelfde voor ingevoerde producten. Wanneer
die niet aan de 50 km eis voldoen mogen die ook niet worden verkocht. De eisen op de
verkoopmodaliteit vallen dan buiten de reikwijdte van artikel 34 waardoor er geen
rechtvaardigingsgrond voor nodig is. Voor de productie eis kan dit wel een belemmering
voor de vrije markt zijn waardoor hier wel een rechtvaardigingsgrond voor nodig is.
Maatregelen:
, - Binnen 50 km --> conclusie: schendt artikel 34 VWEU
o Bloed is een goed
o Het is grensoverschrijdend, want minder aanbod
o Nee, verdrag geldt
o Belemmering? Ja, niet financieel --> toetsen aan 34 VWEU, maatregel van gelijke
werking, Dassonville --> maatregel zonder onderscheid
o Rechtvaardiging obv 36 VWEU of rule of reason. Volksgezondheid is
rechtvaardigingsgrond. Niet proportioneel want niet noodzakelijk
- Tekst op label --> conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Niet financiele belemmering, maatregel gelijke werking met onderscheid,
nationaliteit wordt onderscheid.
o Door het nationale onderscheid alleen beroepen op 36 en niet op rule of reason -->
volksgezondheid is rechtvaardiging maar maatregel niet proportioneel en niet
duidelijk waarom dit etiket de volksgezondheid bevorderd.
- Certificaat --> conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Niet financiele belemmering, maar maatregel gelijke werking zonder onderscheid
o Rechtsvaardiging 36 of rule of reason --> volksgezondheid is rechtvaardiging, echter
niet proportioneel dus 36 slaagt niet.
- Inkoop buitenland alleen bij drastisch tekort: conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Kwantitatieve invoerbeperking want praktisch een totaalverbod
o Maatregel lijkt op protectionisme dus alleen beroep op 36. Zou niet proportioneel
en noodzakelijk zijn.
Per maatregel alle vragen afgaan
Vraag 2)
a. Er is geen richtlijn die dit ook verbiedt. De beperkende gevolgen van nationale regelingen
mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk is ter bereiking van het doel. Aangezien de
ontstekingen komen door de online verkoop van de lenzen is het verbieden van deze online
verkoop is dit een proportionele oplossing. Er wordt hier dan een beroep op de rule of
reason. Het is namelijk een maatregel zonder onderscheid van binnenlands of buitenlandse
producten. Het gaat hier niet om een zuiver economische doelstelling. Er is geen sprake van
een harmonisatie en dit is proportioneel. Deze dwingende vereisten van algemeen belang
als open categorie van rechtvaardigingsgronden is verenigbaar.
- Lenzen zijn goederen
- Online verkoop is ook grensoverschrijdend
- Geen harmonisatie
- Belemmering? Niet financieel --> verkoopmodaliteit (de wijze van verkoop)
- Toetsing aan keck exceptie:
- 1) op alle markt deelnemers --> klopt
- 2) rechtens en feitelijk dezeflde invloed op binnen- en buitenland --> feitelijk niet
o Juist buitenlandse aanbieders van lenzen moeten het hebben van
internetverkoop (Ker-optika)
Vraag 1)
a. Het opleggen van uitvoerheffing binnen de europese unie is verboden op grond van artikel
28 VWEU jo. 30 VWEU. Hier zijn echter 2 uitzonderingen op. Wanneer de staat een dienst
verleend aan de exporteur, dat is hier niet het geval. En wanneer de staat voldoet aan een
gemeenschapsvoorschrift maar daar is hier ook geen sprake van. Dit is dus niet verenigbaar.
b. Wat zijn goederen..--> runderen zijn goederen.
c. Het is grensoverschrijdend want van de ene lidstaat naar de andere.
d. Is er harmonisatie? Ja de richtlijn.
e. Is er een belemmering van vrij verkeer? Ja financiële belemmering, artikel 30 VWEU. Heffing
van gelijke werking, dat is verboden.
f. Bauhuis exceptie niet van toepassing, vergoeding is niet hoger dan de daadwerkelijk
gemaakte kosten.
g. Conclusie: schending van artikel 30 VWEU
Vraag 2)
a. Ja, maar alleen voor zover de richtlijn als maximum aanstelt. Hier mogen zij niet overheen
gaan ook niet als de nationale regels ook strenger zijn.
b. Wat is een goed? Eenhoevigen zijn goederen
c. Ja het is grensoverschrijdend
d. Is er harmonisatie? Ja de richtlijn van 10%.
e. Is er een belemmering? Ja de verplichte kosten en de extra kosten.
f. De eerste kosten vallen onder 30 VWEU maar daarvoor de Bauhuis exceptie want uniforme
toepassing unie recht, het is enkel kostendekkend.
g. De extra kosten: alleen verhalen op geïmporteerde evenhoevigen dan artikel 30VWEU en
dus verboden. Als de kosten verhaald worden op zowel geïmporteerd als nationale
veestapel dan 110 VWEU, dan is het een algemeen stelsel en mag dit wel.
h. Het zijn wel gelijksoortige producten artikel 110 VWEU 1e volzin: fiscaal discriminatieverbod.
Werkgroep 2)
Vraag 1)
a. Er worden hier eisen gesteld aan de productie, namelijk wat er op het label staat en eisen
gesteld aan de verkoopmodaliteit omdat ze bepalen voor van wie het bloed moet zijn. Voor
wat betreft de verkoopmodaliteit is dit van toepassing op alle marktdeelnemers, iedereen
moet binnen de straal wonen. En geldt het hetzelfde voor ingevoerde producten. Wanneer
die niet aan de 50 km eis voldoen mogen die ook niet worden verkocht. De eisen op de
verkoopmodaliteit vallen dan buiten de reikwijdte van artikel 34 waardoor er geen
rechtvaardigingsgrond voor nodig is. Voor de productie eis kan dit wel een belemmering
voor de vrije markt zijn waardoor hier wel een rechtvaardigingsgrond voor nodig is.
Maatregelen:
, - Binnen 50 km --> conclusie: schendt artikel 34 VWEU
o Bloed is een goed
o Het is grensoverschrijdend, want minder aanbod
o Nee, verdrag geldt
o Belemmering? Ja, niet financieel --> toetsen aan 34 VWEU, maatregel van gelijke
werking, Dassonville --> maatregel zonder onderscheid
o Rechtvaardiging obv 36 VWEU of rule of reason. Volksgezondheid is
rechtvaardigingsgrond. Niet proportioneel want niet noodzakelijk
- Tekst op label --> conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Niet financiele belemmering, maatregel gelijke werking met onderscheid,
nationaliteit wordt onderscheid.
o Door het nationale onderscheid alleen beroepen op 36 en niet op rule of reason -->
volksgezondheid is rechtvaardiging maar maatregel niet proportioneel en niet
duidelijk waarom dit etiket de volksgezondheid bevorderd.
- Certificaat --> conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Niet financiele belemmering, maar maatregel gelijke werking zonder onderscheid
o Rechtsvaardiging 36 of rule of reason --> volksgezondheid is rechtvaardiging, echter
niet proportioneel dus 36 slaagt niet.
- Inkoop buitenland alleen bij drastisch tekort: conclusie: schendt 34
o Ja een goed, grensoverschrijdend en geen harmonisatie
o Kwantitatieve invoerbeperking want praktisch een totaalverbod
o Maatregel lijkt op protectionisme dus alleen beroep op 36. Zou niet proportioneel
en noodzakelijk zijn.
Per maatregel alle vragen afgaan
Vraag 2)
a. Er is geen richtlijn die dit ook verbiedt. De beperkende gevolgen van nationale regelingen
mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk is ter bereiking van het doel. Aangezien de
ontstekingen komen door de online verkoop van de lenzen is het verbieden van deze online
verkoop is dit een proportionele oplossing. Er wordt hier dan een beroep op de rule of
reason. Het is namelijk een maatregel zonder onderscheid van binnenlands of buitenlandse
producten. Het gaat hier niet om een zuiver economische doelstelling. Er is geen sprake van
een harmonisatie en dit is proportioneel. Deze dwingende vereisten van algemeen belang
als open categorie van rechtvaardigingsgronden is verenigbaar.
- Lenzen zijn goederen
- Online verkoop is ook grensoverschrijdend
- Geen harmonisatie
- Belemmering? Niet financieel --> verkoopmodaliteit (de wijze van verkoop)
- Toetsing aan keck exceptie:
- 1) op alle markt deelnemers --> klopt
- 2) rechtens en feitelijk dezeflde invloed op binnen- en buitenland --> feitelijk niet
o Juist buitenlandse aanbieders van lenzen moeten het hebben van
internetverkoop (Ker-optika)