Pe
20
Ethiek
Verna Me
Windeshe
Periode 3
, 1. Moraal, een kweste an oordelen
1.1 Het intuïtef moreel oordeel
Moreel oordeel: Je geef aan hoe je ver acht dat die ander met jo of anderen om zo moeten
gaan. Het is een aardering van menselijk gedrag aan de hand van morele itgangsp nten.
Intuïtef moreel oordeel: ontstaan kant en klaar in je be stzijn zonder dat je er over na hoef te
denken en voordat je erover nagedacht hebt
Drie processen die zich in je be stzijn afspelen:
1. Je oordeelt dat iets goed of slecht is.
2. Je kent je oordeel. Je eet at je mening is en kent het standp nt van de ander.
3. Je voelt dat je het oneens bent met de ander. Het oordeel brengt een bepaald gevoel met
zich mee.
Het oordelen is iets anders dan het kennen of voelen van je oordeel.
1.3 Waaraan herken je een moreel oordeel?
Vijf kenmerken van morele oordelen:
1. Gaat over menselijk gedrag
2. Overstjgt het individ ele dd s geldt voor iedereen)o
Universaliteitsprincipe: een morele uitspraak over iemand in een situate is meteen een
uitspraak over alle mensen in dezelfde situatee
3. Is normatef domschrijf hoe het moet)o
4. Is gericht op het goede dhoef niet tot res ltaat te leiden Kan morele veront aardiging
veroorzaken
5. Kan morele veront aardiging veroorzaken
Moreel uitgangspunt: een omschrijving van iets dat op zichzelf nastrevens aardig is betrefende
menselijk samenleven. Het gaat niet om het doel, maar om het laten zien van iets goeds.
1.2 Het erschil tussen kennen, oordelen en oelen
Object eren: je plaats at er gebe rt b iten jezelf en beschrijf vervolgens at er gebe rt. Het gaat
hierbij over kennis dat it isselbaar is.
Subject eren: het res ltaat is een gevoel in je binnen ereld. Het gaat hierbij over gevoelens die niet
it isselbaar zijn. Je kan iemands gevoelens leren kennen, maar dan nog voel je niet hetzelfde.
Normeren: Je verbind gedrag van anderen met je eigen oordeel; je vind dat gedrag goed of
slecht.
Je gebr ikt vaak drie vormen van be stzijn in een sit ate:
Kennen dobjectveren)o: feiten is bij iedereen zo
o Beoordelen dnormeren)o: morele oordelen stemt soms overeen met die van een ander
Voelen ds bjectveren)o: gevoelens is bij iedereen anders
20
Ethiek
Verna Me
Windeshe
Periode 3
, 1. Moraal, een kweste an oordelen
1.1 Het intuïtef moreel oordeel
Moreel oordeel: Je geef aan hoe je ver acht dat die ander met jo of anderen om zo moeten
gaan. Het is een aardering van menselijk gedrag aan de hand van morele itgangsp nten.
Intuïtef moreel oordeel: ontstaan kant en klaar in je be stzijn zonder dat je er over na hoef te
denken en voordat je erover nagedacht hebt
Drie processen die zich in je be stzijn afspelen:
1. Je oordeelt dat iets goed of slecht is.
2. Je kent je oordeel. Je eet at je mening is en kent het standp nt van de ander.
3. Je voelt dat je het oneens bent met de ander. Het oordeel brengt een bepaald gevoel met
zich mee.
Het oordelen is iets anders dan het kennen of voelen van je oordeel.
1.3 Waaraan herken je een moreel oordeel?
Vijf kenmerken van morele oordelen:
1. Gaat over menselijk gedrag
2. Overstjgt het individ ele dd s geldt voor iedereen)o
Universaliteitsprincipe: een morele uitspraak over iemand in een situate is meteen een
uitspraak over alle mensen in dezelfde situatee
3. Is normatef domschrijf hoe het moet)o
4. Is gericht op het goede dhoef niet tot res ltaat te leiden Kan morele veront aardiging
veroorzaken
5. Kan morele veront aardiging veroorzaken
Moreel uitgangspunt: een omschrijving van iets dat op zichzelf nastrevens aardig is betrefende
menselijk samenleven. Het gaat niet om het doel, maar om het laten zien van iets goeds.
1.2 Het erschil tussen kennen, oordelen en oelen
Object eren: je plaats at er gebe rt b iten jezelf en beschrijf vervolgens at er gebe rt. Het gaat
hierbij over kennis dat it isselbaar is.
Subject eren: het res ltaat is een gevoel in je binnen ereld. Het gaat hierbij over gevoelens die niet
it isselbaar zijn. Je kan iemands gevoelens leren kennen, maar dan nog voel je niet hetzelfde.
Normeren: Je verbind gedrag van anderen met je eigen oordeel; je vind dat gedrag goed of
slecht.
Je gebr ikt vaak drie vormen van be stzijn in een sit ate:
Kennen dobjectveren)o: feiten is bij iedereen zo
o Beoordelen dnormeren)o: morele oordelen stemt soms overeen met die van een ander
Voelen ds bjectveren)o: gevoelens is bij iedereen anders