Hoofdstuk 1 Kosmologie en het ontstaan van de
aarde
Paragraaf 2 Beeld van het Universum
Structuur Universum
Vroeger (Romeinse tijd) werd gedacht dat het Universum, ruimte met alles wat
hierbinnen valt, was ontstaan door de kracht van mythische goden en godinnen.
Later (middeleeuwen en renaissance) ging men hier verder op door en ontstonden
verschillende theorieën:
Geocentrisch model: de aarde bevindt zich, zonder beweging, in het centrum
van het heelal, terwijl de maan en andere planeten in cirkelvormige banen
eromheen draaien. Dit alle binnen een schil van sterren. F1.3a blz. 19
Heliocentrisch model: de aarde en andere planeten draaien rondom de zon,
die als centrum van het universum wordt gezien. F1.3b blz. 19
Tegenwoordig berust dit ontstaan op de wetenschappelijke kosmologie.
Volgens dit principe bestaat het universum uit twee onderdelen: (1) de
materie, substantie waaruit object bestaat (2) energie, het vermogen om
zichzelf of de omgeving te kunnen veranderen.
o Massa: hoeveelheid materie
o Zwaartekracht: de aantrekkingskracht die de ene massa uitoefent op de
andere massa
Gecombineerd met de theorie van het Heliocentrisch model
Sterren en melkwegstelsels
Een ster bestaat uit een immense bol gloeiend gas dat intense energie uitstraalt.
Melkwegstelsel: verzameling sterren die door zwaartekracht bij elkaar wordt
gehouden. De zon, een ster, is 1 op de 300 miljard sterren in het
melkwegstelsel. F1.4 blz. 21
Zonnestelsel
Het zonnestelsel bestaat uit de zon met de hieromheen draaiende planten.
Planeet: object dat rond de aarde draait en door zijn zwaartekracht alle
materiedeeltje rondom zijn baan naar zichzelf heeft getrokken.
o Pluto: heeft zijn baan niet vrijgemaakt, dus geen planeet
o Momenteel bestaat het zonnestelsel uit 8 planeten: Mercurius, Venus,
Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. F1.5 blz. 21
Maan: vast object dat rondom een planeet draait, verschillend aantal per
planeet. Variërend in grootte, samenstelling en oppervlakte.
o Bedekking opp. met kraters door ontbreken van plaattektoniek + atmosfeer
Asteroïde: relatief klein, rotsachtig of metalen object dat rondom de zon draait
o Dwergplaneet: asteroïde met diameter > 900 km, bijv. Pluto en Eris
aarde
Paragraaf 2 Beeld van het Universum
Structuur Universum
Vroeger (Romeinse tijd) werd gedacht dat het Universum, ruimte met alles wat
hierbinnen valt, was ontstaan door de kracht van mythische goden en godinnen.
Later (middeleeuwen en renaissance) ging men hier verder op door en ontstonden
verschillende theorieën:
Geocentrisch model: de aarde bevindt zich, zonder beweging, in het centrum
van het heelal, terwijl de maan en andere planeten in cirkelvormige banen
eromheen draaien. Dit alle binnen een schil van sterren. F1.3a blz. 19
Heliocentrisch model: de aarde en andere planeten draaien rondom de zon,
die als centrum van het universum wordt gezien. F1.3b blz. 19
Tegenwoordig berust dit ontstaan op de wetenschappelijke kosmologie.
Volgens dit principe bestaat het universum uit twee onderdelen: (1) de
materie, substantie waaruit object bestaat (2) energie, het vermogen om
zichzelf of de omgeving te kunnen veranderen.
o Massa: hoeveelheid materie
o Zwaartekracht: de aantrekkingskracht die de ene massa uitoefent op de
andere massa
Gecombineerd met de theorie van het Heliocentrisch model
Sterren en melkwegstelsels
Een ster bestaat uit een immense bol gloeiend gas dat intense energie uitstraalt.
Melkwegstelsel: verzameling sterren die door zwaartekracht bij elkaar wordt
gehouden. De zon, een ster, is 1 op de 300 miljard sterren in het
melkwegstelsel. F1.4 blz. 21
Zonnestelsel
Het zonnestelsel bestaat uit de zon met de hieromheen draaiende planten.
Planeet: object dat rond de aarde draait en door zijn zwaartekracht alle
materiedeeltje rondom zijn baan naar zichzelf heeft getrokken.
o Pluto: heeft zijn baan niet vrijgemaakt, dus geen planeet
o Momenteel bestaat het zonnestelsel uit 8 planeten: Mercurius, Venus,
Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. F1.5 blz. 21
Maan: vast object dat rondom een planeet draait, verschillend aantal per
planeet. Variërend in grootte, samenstelling en oppervlakte.
o Bedekking opp. met kraters door ontbreken van plaattektoniek + atmosfeer
Asteroïde: relatief klein, rotsachtig of metalen object dat rondom de zon draait
o Dwergplaneet: asteroïde met diameter > 900 km, bijv. Pluto en Eris