Hoofdstuk 5 Mineralen
Paragraaf 2 Betekenis mineraal
Kenmerken van een mineraal
Een mineraal is een homogeen, natuurlijk voorkomend, vaste, anorganische stof
met een definieerbare chemische samenstelling en een interne structuur die wordt
gekenmerkt door ordelijke rangschikking van atomen, ionen + moleculen in rooster.
Natuurlijk voorkomend: echte mineralen groeien in de natuur. Synthetische
mineralen zijn mineralen gevormd door de mens in bijv. fabrieken
Gevormd door natuurlijke processen: mineralen zijn het resultaat van
gesmolten stenen of neerslag van wateroplossing. Hierbij komen geen
organismen kijken
o Biogenisch mineraal: substantie met mineraaleigenschappen natuurlijk
geproduceerd door organismen. Bijvoorbeeld calsiet in slakkenhuisjes
Vast: materie in vaste staat kan zijn vorm behouden en neemt niet de vorm van
iets anders over.
Kristallijn materiaal: atomen bevinden zich in geordend patroon vastgezet door
chemische verbinden. Dit geeft het mineraal een regelmatige interne opbouw
o Kristalstructuur: 3D geometrische ordening van atomen en ionen
bepalen patroon
o Let op! De belangrijkste binding in mineralen bestaat uit ionenbindingen.
Deze soort binding berust op elektrische aantrekkingskracht
Definieerbare chemische samenstelling: het mineraal kent een formule
o Sommige mineralen bestaan uit één element (bijv. diamant of grafiet), waar
andere bestaan uit twee of meer elementen (bijv. kwarts).
Naast mineralen bestaat er ook glas: dezelfde eigenschappen als een mineraal,
alleen zijn de atomen niet gerangschikt in een kristalrooster F5.3 blz. 123.
Paragraaf 3 Kristallen en hun structuren
Wat is een kristal?
Een kristal is een enkelvoudig, doorlopend stuk mineraal begrenst door vlakke
oppervlakten (kristalvlakken) die zich op natuurlijke wijze hebben gevormd naarmate
het mineraal groeide.
Oppervlakten (doorsneden) kennen hoeken van 120 graden F5.4 blz. 126
De kristalstructuur is de 3D geometrische ordening van atomen en ionen. Zij
bepalen het patroon van het mineraalF5.8 blz. 128
o Let op! Kristalstructuur uit zich in kristalvlakken en kristalvorm
o Polymorfen zijn mineralen met dezelfde chemische samenstelling, maar
een andere kristalstructuur
Kristallen ontstaan vanuit hele kleine kristallen (“seeds”), waarna andere materie zich
hier in verloopt van tijd aan vastbindt. F5.11 blz. 132
Uitgroeien tot verschillende vormen: hoopjes, naaldjes, blaadjes, velletjes
Paragraaf 2 Betekenis mineraal
Kenmerken van een mineraal
Een mineraal is een homogeen, natuurlijk voorkomend, vaste, anorganische stof
met een definieerbare chemische samenstelling en een interne structuur die wordt
gekenmerkt door ordelijke rangschikking van atomen, ionen + moleculen in rooster.
Natuurlijk voorkomend: echte mineralen groeien in de natuur. Synthetische
mineralen zijn mineralen gevormd door de mens in bijv. fabrieken
Gevormd door natuurlijke processen: mineralen zijn het resultaat van
gesmolten stenen of neerslag van wateroplossing. Hierbij komen geen
organismen kijken
o Biogenisch mineraal: substantie met mineraaleigenschappen natuurlijk
geproduceerd door organismen. Bijvoorbeeld calsiet in slakkenhuisjes
Vast: materie in vaste staat kan zijn vorm behouden en neemt niet de vorm van
iets anders over.
Kristallijn materiaal: atomen bevinden zich in geordend patroon vastgezet door
chemische verbinden. Dit geeft het mineraal een regelmatige interne opbouw
o Kristalstructuur: 3D geometrische ordening van atomen en ionen
bepalen patroon
o Let op! De belangrijkste binding in mineralen bestaat uit ionenbindingen.
Deze soort binding berust op elektrische aantrekkingskracht
Definieerbare chemische samenstelling: het mineraal kent een formule
o Sommige mineralen bestaan uit één element (bijv. diamant of grafiet), waar
andere bestaan uit twee of meer elementen (bijv. kwarts).
Naast mineralen bestaat er ook glas: dezelfde eigenschappen als een mineraal,
alleen zijn de atomen niet gerangschikt in een kristalrooster F5.3 blz. 123.
Paragraaf 3 Kristallen en hun structuren
Wat is een kristal?
Een kristal is een enkelvoudig, doorlopend stuk mineraal begrenst door vlakke
oppervlakten (kristalvlakken) die zich op natuurlijke wijze hebben gevormd naarmate
het mineraal groeide.
Oppervlakten (doorsneden) kennen hoeken van 120 graden F5.4 blz. 126
De kristalstructuur is de 3D geometrische ordening van atomen en ionen. Zij
bepalen het patroon van het mineraalF5.8 blz. 128
o Let op! Kristalstructuur uit zich in kristalvlakken en kristalvorm
o Polymorfen zijn mineralen met dezelfde chemische samenstelling, maar
een andere kristalstructuur
Kristallen ontstaan vanuit hele kleine kristallen (“seeds”), waarna andere materie zich
hier in verloopt van tijd aan vastbindt. F5.11 blz. 132
Uitgroeien tot verschillende vormen: hoopjes, naaldjes, blaadjes, velletjes