H1 – Moraal, een kwestie van oordelen
§1.1 Het intuïtief moreel oordeel
Moreel oordeel: Een oordeel die gaat over het gedrag van mensen en hoe ze met elkaar omgaan;
wat je fatsoenlijk vindt van jezelf en van anderen, je geef aan hoe je verwacht dat die ander met jou
of anderen om zou moeten gaan.
Drie voorbeeld zinnen:
- De docent statstek laat je nou nooit eens een keer uitpraten!
- Ik vind het lullig dat Chris de verkering uitmaakte via een sms’je.
- Ellen, kon je nu niet éven op me wachten voordat je naar de trein loopt?
Intuïtief moreel oordeel: Een oordeel dat vanzelf komt; het zijn dagelijkse oordelen die je
gemakkelijk uitspreekt, je denkt niet na voordat je het zegt (zie bovenstaande 3 voorbeelden)
Drie processen die je in je bewustzijn afspelen:
- Je oordeelt dat iets goed op slecht is. Je vindt iets.
- Je kent je oordeel. Je weet dat het je mening is en je kent het standpunt van de ander
- Je voelt dat je het oneens bent met de ander. Het oordeel brengt een bepaald gevoel
met zich mee
§1.2 Het verschil tussen kennen, oordelen en voelen
Benadering van de Wat doe je? Resultaat van de Centrale vraag
wereld omgang
Kennen Objectveren Feiten (kennis): je Wat is waar?
kunt het delen
Beoordelen Normeren Morele oordelen: je Wat is juist?
kan je mening delen
Voelen Subjecteveren Gevoelens: ze zijn niet Hoe voel is me?
uitwisselbaar
- Objectiveren: je plaats een gebeurtenis buiten jezelf en beschrijf het vervolgens
- Normeren: Je richt je op gedrag van mensen en wat jij daarvan vindt, je verbindt gedrag
van anderen met je eigen oordeel; je vindt het gedrag goed of slecht
- Subjectiveren: je voelt wat je meemaakt alsof de wereld zich in jou afspeelt; je plaatst
het binnen jezelf
§1.3 Waaraan herken je een moreel oordeel
Vijf kenmerken van een moreel oordeel:
1. Gaat over menselijk gedrag
2. Overstijgt het individuele (is veralgemeniseerbaar)
Wat ik van mij goed vindt te doen, verwacht ik ook van een ander en wat ik afeur, kan ik zelf
ook niet maken; universaliteitsprincipe
3. Is normatief (schrijf voor hoe het moet)
Het gaat erom hoe je behoort te handelen, over hoe de wereld moet zijn
4. Is gericht op het goede
Morele uitgangspunten (vriendschap – veel vrienden hebben, gezondheid – gezond eten)
5. Kan morele verontwaardiging veroorzaken
Het maakt een specifek soort emote bij iemand los (verontwaardiging (gevolg van het oordeel))
, §1.4 Ethiek, moraal en het moreel vertoog
Moraal: Het geheel van gedeelde morele oordelen van een groep dat ontstaat in een gesprek. Het is
het geheel van morele regels waaraan wij onszelf en anderen in redelijkheid gehouden achten.
Ethiek: De wetenschap die moraal bestudeert en die tracht de moraal verder te helpen door nieuwe
argumenten te ontwikkelen en te gebruiken voor afwegingen
Moreel vertoog: Het moreel vertoog is het geheel aan communicate en interacte waarin mensen
hun morele oordelen, en daarmee hun moraal, vormen en op elkaar afstemmen.
§1.5 Morele competenties
Vaardigheden in het morele gesprek:
- Het stellen van morele vragen
- Het geven van morele argumenten
Redenen waarom oordelen met behulp van je morele intuïte tekortschieten in je functoneren als
professional:
- Je morele intuïte is niet uit te leggen aan anderen
- Als je alleen intuïtef oordeelt, kun je niet leren van je fouten en successen
- Je intuïte bereidt je niet voor op nieuwe situates
Morele vraag: Moet een onderzoek opgang brengen dat je verder brengt in het begrijpen van een
morele kweste; Je moet een morele vraag formuleren waar je intuïteve oordeel een antwoord op
kan zijn
Soorten argumenten:
H2 – Normen, waarden én … deugden
Morele redenen = morele uitgangspunten
Drie morele argumenten:
- Normen
- Waarden
- Deugeden