Gerontologie: bestuderen van het ouder worden (lichamelijk, maatschappelijk en geestelijk)
Geriatrie: medisch specialisme gericht op de zorg en behandeling van ouderen, gericht op ouderen met
comorbiditeit / multimorbiditeit
Comorbiditeit: meerdere aandoeningen gerelateerd aan een (chronische) ziekte
Multimorbiditeit: meerdere aandoeningen tegelijk aanwezig
Ontwikkelingen: vergrijzing, ontgroening, dubbele vergrijzing, ontgrijzing, epidemiologische transitie
Ontgroening: steeds minder jonge mensen
Epidemiologische transitie: verschuivingen in ziekte- en sterfepatroon
Gezonde leefiidsserwachting: mannen – 79,73, vrouwen – 83,13
Gezondheid: - Toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden
- Vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele
en sociale uitdagingen van het leven
Gezondheid en ziekte: zijn dynamische begrippen en persoons- en socia-cultureelgebonden
Wat is belangriik soor ouderen: dagelijkse activiteiten organiseren en uitvoeren en sociaal functioneren
Invloed van de efecten van chronische ziektes op het functioneren en de symptoomlast. Pijn zorgt ervoor dat
andere klachten ontstaan als: depressieve gevoelens, angst, slaapproblemen en verminderde zelfredzaamheid.
Hierdoor neemt de kwaliteit van leven af. Het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in
het functioneren vergroot de kans op negatieve gezondheidsuitkomsten.
Vier domeinen san kwetsbaarheid: fysiek, cognitie, psychisch en sociaal
Kwetsbaarheid is naast leefijd ook geassocieerd met verouderingsziektes en functioneel verlies.
Doel signaleren san kwetsbaarheid: zo lang mogelijk behoud van zelfstandigheid en optimale kwaliteit van leven.
Viif grote elementen die san insloed ziin op het serouderingsproces: genen, voeding, leefstijl, omgeving en toeval
Uiterliike kenmerken san ouder worden: dunnere haren, slappere huid, meer lichaamsvet (30%), achteruitgang
zicht, gehoor, reuk en smaak, lichaamsgewicht neemt af, verminderde afweer, afname spier- en botmassa
Na ons 30ste verliezen we elk jaar 3-5% van onze spierkracht. Een vrouw van 75 heef de helf van de spierkracht als
iemand van 20.
Ouder worden gaat gepaard met serliezen om: lichamelijk, functioneel, cognitief en sociaal vlak
Mannen maken meer talg aan en hebben een hogere collageendichtheid waardoor veroudering minder snel
zichtbaar is. Vrouwen krijgen minder last van geheugenproblemen.
Veel soorkomende gezondheidsproblemen: hart- en vaatziekten, geheugenproblemen, valincidenten en fracturen,
mobiliteitsproblemen, evenwichtsstoornissen en duizeligheid, gevaren vanwege gecombineerd medicijngebruik
cel mutatie: nieuwe cellen ontstaan door celdeling, vertraagde celdeling en vertraagde reparatiecapaciteit, cel
verandering
gesolg steeds meer cel mutatie: er treden veranderingen op in de lichaamsfuncties > veroudering in gang
chaperonnes: remmen de samenklontering van eiwiten en zorgen voor afraak beschadigde eiwiten
tijdens de veroudering neemt het vermogen exttra chaperonnes aan te maken af en worden ellen kwetsbaar. ee kans
op eiwitverouderingsziektes neemt toe. In de veroudering staat een verschuiving in het dynamisch evenwicht
centraal tussen celdeling en celdood.
Eiwitserouderingsziektes: Alzheimer en Parkinson
Apoptose: normaal celbiologisch proces van gereguleerde celdood of geprogrammeerde celdood
Necrose: proces waarbij een cel op abrupte wijze dood gaat, bijv onvoldoende doorbloeding, trauma,
Apoptose Necrose
eoor lichaam zelf geïnduceerd eoor schade
Celresten verpakt Celresten komen vrij in weefsel
Geen ontstekingsreactie Wel ontstekingsreactie
Weinig/geen weefselschade Weefselschade
Zuurstof is verantwoordelijk voor alle afraakprocessen.
Vriie radicalen: agressieve stof die schade kunnen aanrichten die vrij komt bij oxtidatie
eoor calorische restrictie worden minder vrije radicalen gevormd.
De sorming san sriie radicalen kan een gesolg ziin san: normale celdeling, afweersysteem, ontgifingssysteem
Gesolgen oxidatiese beschadiging: vertraagde celdeling en reparatiecapaciteit, verminderde afweer,
homeostenose, afname spier- en botmassa, slechtere functionerende cel, veroudering gerelateerde aandoening
Homeostenose: afname capaciteit regelmechanismen intern milieu bij ouder worden
Identiteitsontiwkkeling: gedurende het leven
Assimilatie : de bestaande identiteit wordt in stand gehouden
Accommodatie: de identiteit wordt aangepast aan nieuwe omstandigheden
Zelfsteoreotypering: het accomodatief toepassen van stereotype beelden op jezelf.
, Agisme: discriminatie op grond van iemands leefijd
Ouder worden: biopsychosociaal verschijnsel
Eenzaamheid: gemis van een bepaald soort relatie of bepaalde kwaliteit in relaties
Symptomen eenzaamheid: gevoelens van vergriet, leegte, rusteloosheid en concentratieproblemen
langdurige eenzaamheid: hoge bloeddruk, obesitas, roken
eoor fysieke en lichamelijke achteruitgang kunnen eenzame ouderen in een negatieve spiraal terecht komen.
eaarom is er veel animo voor interventies gericht op eenzaamheid bij ouderen.
Rouw: verlies van mensen, lichamelijke functies, geliefde activiteiten, vertrouwde omgeving, belangrijke doelen
Rouwreacties : bii serlies
1. Emotioneel: verdriet, angst toekomst, eenzaamheid
2. Cognitief: concentratieproblemen, geheugenklachten
3. Lichamelijk: hoofdpijn, maagpijn, verminderde eetlust, slaapproblemen
4. Gedragsmatig: huilen, onrust, toename gebruik alcohol en drugs
Rouwtaken:
1. Aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies
2. Het omgaan met de pijnlijke emotie die het verlies teweeg brengt
3. Het zich aanpassen aan een nieuwe situatie
4. ee relatie een plaats geven en de draad weer oppakken
Bij een normale rouwverwerking wisselen de perioden waarin men bezig is met verlies en perioden waarin men
meer gericht is op herstel elkaar af. Op latere leefijd zijn er factoren die de rouwverwering kunnen bemoeilijken of
die juist bevorderend zijn.
Risicofactoren (en intrapersoonliike hulpbronnen): gezondheidsproblemen, fnanciële problemen, gebrek aan
ondersteuning, meerdere verliezen, zorglast tijdens ziekte duur
Intrapersoonliike hulpbronnen ziin:
Vrouwen: Hebben vaak meer lotgenoten en ondersteunende relaties
Maken meer gebruik van emotiegerichte coping
Meer moeite met activiteiten gericht op herstel
Mannen: Later moeilijkere emoties zoals verdriet en angst toe
Maken meer gebruik van vermijdende strategieën
Beter in probleemoplossende coping
Somatische klachten als gesolg san serlies met als gesolg: meer vatbaar voor infecties en verhoogde kans op
sterven eerste 6 maanden
Door meer ouderen, multimorbiditeit, frailty en toename complextiteit van zorg ontstaat zelfmanagement, ziekte
management en samen hang in de zorg en arbeidsbesparende innovaties.
Ruim 40% van de zorg wordt verleend aan 65-plussers.
Oorzaken: curatieve zorg en chronische aandoeningen en afnamen van fysieke en mentale vermogens
Hulp die nodig is: hulp in huishouden, persoonlijke verzorging, begeleiding en ondersteuning bij activiteiten,
verpleging, mantelzorg en familiezorg
Een san de belangriikste driifseren achter de wmo: eenieder in onze samenleving moet blijven meedoen ook al is
men beperkt door fysieke of mentale gezondheidsproblemen of door intensieve mantelzorg
WMO: wet maatschappelijke ondersteuning
Ondersteuning bii: zelfredzaamheid en participatie, beschermd worden en opvang, ondersteuning mantelzorg,
cliënt ondersteuning
Algemene soorziening: vrij toegankelijk zonder onderzoek naar persoonlijke omstandigheden (boodschappendienst)
Maatwerksoorziening: is geen medische hulp ( vervoersvoorziening, dagbesteding, rolstoel, huishoudelijke hulp)
Nieuwe zorg in de ZVW: wijkverpleging, persoonlijke verzorging, exttramurale behandeling en – palliatieve zorg,
intensieve kindzorg
Wet langdurige zorg WLZ regelt: zware intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking
Mensen met een hoger sociaal economische status (SES) leven langer. Woonsormen:
- Kangoeroewoningen : Aan elkaar gekoppeld
- Woongroepen: Steeds meer diverse samenstellingen
- Gestippeld wonen: Woon eenheden verspreid over een appartementengebouw
- Mantelzorgwoning: Compleet verplaatsbaar
- Thuisthuis: Samen wonen, eenzame ouderen
- Kleinschalig wonen: Groepswoning
- Lesensloop bestendige woningen: Overkoepelend begrip
Geriatrie: medisch specialisme gericht op de zorg en behandeling van ouderen, gericht op ouderen met
comorbiditeit / multimorbiditeit
Comorbiditeit: meerdere aandoeningen gerelateerd aan een (chronische) ziekte
Multimorbiditeit: meerdere aandoeningen tegelijk aanwezig
Ontwikkelingen: vergrijzing, ontgroening, dubbele vergrijzing, ontgrijzing, epidemiologische transitie
Ontgroening: steeds minder jonge mensen
Epidemiologische transitie: verschuivingen in ziekte- en sterfepatroon
Gezonde leefiidsserwachting: mannen – 79,73, vrouwen – 83,13
Gezondheid: - Toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevinden
- Vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele
en sociale uitdagingen van het leven
Gezondheid en ziekte: zijn dynamische begrippen en persoons- en socia-cultureelgebonden
Wat is belangriik soor ouderen: dagelijkse activiteiten organiseren en uitvoeren en sociaal functioneren
Invloed van de efecten van chronische ziektes op het functioneren en de symptoomlast. Pijn zorgt ervoor dat
andere klachten ontstaan als: depressieve gevoelens, angst, slaapproblemen en verminderde zelfredzaamheid.
Hierdoor neemt de kwaliteit van leven af. Het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in
het functioneren vergroot de kans op negatieve gezondheidsuitkomsten.
Vier domeinen san kwetsbaarheid: fysiek, cognitie, psychisch en sociaal
Kwetsbaarheid is naast leefijd ook geassocieerd met verouderingsziektes en functioneel verlies.
Doel signaleren san kwetsbaarheid: zo lang mogelijk behoud van zelfstandigheid en optimale kwaliteit van leven.
Viif grote elementen die san insloed ziin op het serouderingsproces: genen, voeding, leefstijl, omgeving en toeval
Uiterliike kenmerken san ouder worden: dunnere haren, slappere huid, meer lichaamsvet (30%), achteruitgang
zicht, gehoor, reuk en smaak, lichaamsgewicht neemt af, verminderde afweer, afname spier- en botmassa
Na ons 30ste verliezen we elk jaar 3-5% van onze spierkracht. Een vrouw van 75 heef de helf van de spierkracht als
iemand van 20.
Ouder worden gaat gepaard met serliezen om: lichamelijk, functioneel, cognitief en sociaal vlak
Mannen maken meer talg aan en hebben een hogere collageendichtheid waardoor veroudering minder snel
zichtbaar is. Vrouwen krijgen minder last van geheugenproblemen.
Veel soorkomende gezondheidsproblemen: hart- en vaatziekten, geheugenproblemen, valincidenten en fracturen,
mobiliteitsproblemen, evenwichtsstoornissen en duizeligheid, gevaren vanwege gecombineerd medicijngebruik
cel mutatie: nieuwe cellen ontstaan door celdeling, vertraagde celdeling en vertraagde reparatiecapaciteit, cel
verandering
gesolg steeds meer cel mutatie: er treden veranderingen op in de lichaamsfuncties > veroudering in gang
chaperonnes: remmen de samenklontering van eiwiten en zorgen voor afraak beschadigde eiwiten
tijdens de veroudering neemt het vermogen exttra chaperonnes aan te maken af en worden ellen kwetsbaar. ee kans
op eiwitverouderingsziektes neemt toe. In de veroudering staat een verschuiving in het dynamisch evenwicht
centraal tussen celdeling en celdood.
Eiwitserouderingsziektes: Alzheimer en Parkinson
Apoptose: normaal celbiologisch proces van gereguleerde celdood of geprogrammeerde celdood
Necrose: proces waarbij een cel op abrupte wijze dood gaat, bijv onvoldoende doorbloeding, trauma,
Apoptose Necrose
eoor lichaam zelf geïnduceerd eoor schade
Celresten verpakt Celresten komen vrij in weefsel
Geen ontstekingsreactie Wel ontstekingsreactie
Weinig/geen weefselschade Weefselschade
Zuurstof is verantwoordelijk voor alle afraakprocessen.
Vriie radicalen: agressieve stof die schade kunnen aanrichten die vrij komt bij oxtidatie
eoor calorische restrictie worden minder vrije radicalen gevormd.
De sorming san sriie radicalen kan een gesolg ziin san: normale celdeling, afweersysteem, ontgifingssysteem
Gesolgen oxidatiese beschadiging: vertraagde celdeling en reparatiecapaciteit, verminderde afweer,
homeostenose, afname spier- en botmassa, slechtere functionerende cel, veroudering gerelateerde aandoening
Homeostenose: afname capaciteit regelmechanismen intern milieu bij ouder worden
Identiteitsontiwkkeling: gedurende het leven
Assimilatie : de bestaande identiteit wordt in stand gehouden
Accommodatie: de identiteit wordt aangepast aan nieuwe omstandigheden
Zelfsteoreotypering: het accomodatief toepassen van stereotype beelden op jezelf.
, Agisme: discriminatie op grond van iemands leefijd
Ouder worden: biopsychosociaal verschijnsel
Eenzaamheid: gemis van een bepaald soort relatie of bepaalde kwaliteit in relaties
Symptomen eenzaamheid: gevoelens van vergriet, leegte, rusteloosheid en concentratieproblemen
langdurige eenzaamheid: hoge bloeddruk, obesitas, roken
eoor fysieke en lichamelijke achteruitgang kunnen eenzame ouderen in een negatieve spiraal terecht komen.
eaarom is er veel animo voor interventies gericht op eenzaamheid bij ouderen.
Rouw: verlies van mensen, lichamelijke functies, geliefde activiteiten, vertrouwde omgeving, belangrijke doelen
Rouwreacties : bii serlies
1. Emotioneel: verdriet, angst toekomst, eenzaamheid
2. Cognitief: concentratieproblemen, geheugenklachten
3. Lichamelijk: hoofdpijn, maagpijn, verminderde eetlust, slaapproblemen
4. Gedragsmatig: huilen, onrust, toename gebruik alcohol en drugs
Rouwtaken:
1. Aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies
2. Het omgaan met de pijnlijke emotie die het verlies teweeg brengt
3. Het zich aanpassen aan een nieuwe situatie
4. ee relatie een plaats geven en de draad weer oppakken
Bij een normale rouwverwerking wisselen de perioden waarin men bezig is met verlies en perioden waarin men
meer gericht is op herstel elkaar af. Op latere leefijd zijn er factoren die de rouwverwering kunnen bemoeilijken of
die juist bevorderend zijn.
Risicofactoren (en intrapersoonliike hulpbronnen): gezondheidsproblemen, fnanciële problemen, gebrek aan
ondersteuning, meerdere verliezen, zorglast tijdens ziekte duur
Intrapersoonliike hulpbronnen ziin:
Vrouwen: Hebben vaak meer lotgenoten en ondersteunende relaties
Maken meer gebruik van emotiegerichte coping
Meer moeite met activiteiten gericht op herstel
Mannen: Later moeilijkere emoties zoals verdriet en angst toe
Maken meer gebruik van vermijdende strategieën
Beter in probleemoplossende coping
Somatische klachten als gesolg san serlies met als gesolg: meer vatbaar voor infecties en verhoogde kans op
sterven eerste 6 maanden
Door meer ouderen, multimorbiditeit, frailty en toename complextiteit van zorg ontstaat zelfmanagement, ziekte
management en samen hang in de zorg en arbeidsbesparende innovaties.
Ruim 40% van de zorg wordt verleend aan 65-plussers.
Oorzaken: curatieve zorg en chronische aandoeningen en afnamen van fysieke en mentale vermogens
Hulp die nodig is: hulp in huishouden, persoonlijke verzorging, begeleiding en ondersteuning bij activiteiten,
verpleging, mantelzorg en familiezorg
Een san de belangriikste driifseren achter de wmo: eenieder in onze samenleving moet blijven meedoen ook al is
men beperkt door fysieke of mentale gezondheidsproblemen of door intensieve mantelzorg
WMO: wet maatschappelijke ondersteuning
Ondersteuning bii: zelfredzaamheid en participatie, beschermd worden en opvang, ondersteuning mantelzorg,
cliënt ondersteuning
Algemene soorziening: vrij toegankelijk zonder onderzoek naar persoonlijke omstandigheden (boodschappendienst)
Maatwerksoorziening: is geen medische hulp ( vervoersvoorziening, dagbesteding, rolstoel, huishoudelijke hulp)
Nieuwe zorg in de ZVW: wijkverpleging, persoonlijke verzorging, exttramurale behandeling en – palliatieve zorg,
intensieve kindzorg
Wet langdurige zorg WLZ regelt: zware intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking
Mensen met een hoger sociaal economische status (SES) leven langer. Woonsormen:
- Kangoeroewoningen : Aan elkaar gekoppeld
- Woongroepen: Steeds meer diverse samenstellingen
- Gestippeld wonen: Woon eenheden verspreid over een appartementengebouw
- Mantelzorgwoning: Compleet verplaatsbaar
- Thuisthuis: Samen wonen, eenzame ouderen
- Kleinschalig wonen: Groepswoning
- Lesensloop bestendige woningen: Overkoepelend begrip