Thema 1
Perceptie en motorgedrag
Acalculia Het onvermogen om mathematische operaties uit te voeren en dus
rekenkundige operaties vanwege de ruimtelijke aard van taken.
Afferent paresis Verlies van kinetische feedback dat resulteert uit laesies aan de
postcentral gyrus.
Agrafie Onvermogen om te schrijven.
Alexia Het onvermogen om te lezen.
Allesthesia Het beginnen van reageren op stimuli aan de neglected kant alsof de
stimuli aan de niet-laesie kant zat.
Anosognosia Unawareness van ontkenning van ziekte.
Anosodiaphoria Onverschilligheid tot ziekte.
Amorphosynthesis Integratie van sensatie in perceptie is verstoord.
Apperceptive agnosie Niet in staat zijn om objecten herkennen, waarin basis visuele functies
behouden worden. Het fundamentele deficit is het onvermogen om een
perceptie van de structuur van een object of objecten te ontwikkelen.
Asomatognosia Verlies van kennis van sense van iemands eigen lichaam en
lichaamsconditie.
Associative agnosie Het onvermogen om een object te herkennen ondanks zijn schijnbare
waarneming. Een persoon kan dan een tekening namaken, maar niet
identificeren.
Astereognosis Het onvermogen om de aard van het object te herkennen door aanraking.
Asymbolie voor pijn Afwezigheid van typische reacties op pijn, zoals reflexieve terugtrekking
van een pijnlijke stimuli.
Autopagnosia Onvermogen om lichaamsdelen te lokaliseren en te benoemen.
Bitemporal hemianopia Verlies van visie van beide temporale velden door een laesie van de
mediale regio van het optische chiasme die de crossing fibers verbreekt.
Constructional apraxie Een visuomotor stoornis waar ruimtelijke organisatie verstoord is.
Contralateraal neglect Een kant van het gezichtsveld negeren, dit is tegenovergesteld aan de
kant van de laesie.
Dyscalculie Niet kunnen uitvoeren van mentale rekenkunde en het oplossen van
simpele sommen.
1