1. Europa: klimaten en begroeiing
Vijf verschillende klimaten
Zeeklimaat Klimaat met het hele jaar neerslag; ’s zomers koel, ’s winters
gemiddelde temperatuur nooit lager dan -3 graden celcius
(Nederland en groot deel van Europa)
Middellandse Zeeklimaat met droge zomers en hogere temperaturen. Heet ook
Zeeklimaat wel mediterraan klimaat (zuiden van Europa)
Droog klimaat Klimaat met weinig of geen neerslag (Spanje en Rusland)
Landklimaat Klimaat met warme of koele zomers (meer dan 10 graden celcius)
en koude winters (minder dan -3 graden celcius) (binnenland van
Europa).
Toendraklimaat Koud klimaat met koude zomers (een gemiddelde temperatuur die
lager is dan 10 graden celcius) en koude winters (Noord-Europa en
poolstreken)
Invloed van de zee op het klimaat
In Nederland en een groot deel van Europa heeft de zee veel invloed op het klimaat.
Nederland heeft geen Middellandse Zeeklimaat omdat Nederland op een hogere breedte ligt en
geen droge zomer heeft.
In het binnenland van Europa valt minder neerslag en zijn de temperatuurverschillen heel groot
omdat er geen aanlandige wind is.
De overgang van het zeeklimaat naar het landklimaat gaat geleidelijk. Hoe verder naar het
oosten van Europa hoe kleiner de invloed van de zee.
In gebieden waar de zee geen invloed meer heeft en waar de breedteligging hoog is, is het altijd
koud (toendraklimaat).
Boomgrens Grens tussen gebied waar nog wel bomen groeien en waar geen
bomen meer kunnen groeien door de lage temperatuur (kouder dan
10 graden celcius in de zomer)
Toendra Boomloos gebied in de poolstreken met begroeiing van grassen,
mossen en lage struikjes
Clvs 30-03-2018 1
, Aardrijkskunde (de Geo) Hoofdstuk 5 (p3 en p4)
B100 t/m 103
Landschapzones Gebieden met een oorspronkelijke plantengroei
Temperatuur is van invloed op de plantengroei.
Gematigde zone:
o Mediterrane plantengroei in de subtropen (palmen, olijfbomen en vijgen; kunnen
tegen droogte en hitte)
o Naaldboomgordel (taiga); hier groeien bijna alleen naaldbomen.
o Loofbos (loofboomgordel) zomer meer dan 10 graden celcius en winter meer dan -3
graden)
o Gemengd bos
Als de zomertemperatuur lager is dan gemiddeld 10 graden celcius kunnen er geen bomen
groeien. Dit is de toendra. De winters zijn lang en de bodem is ongeveer 9 maanden keihard
bevroren en met sneeuw bedekt. Dieper in de grond verdwijnt de vorst niet (permafrost). In de
korte zomer groeien er grassen, mossen en lage struikjes. Hoge struiken vriezen dood. Door de
lage termperatuur in de zomer verdampt het dooiwater nauwelijks en kan het door de
permafrost niet wegzakken. In de zomer is de toendra daarom moerassig.
W14 (klimaat en begroeiing)
Kenmerk Klimaat Begroeiing
In de winter kouder dan -3 Landklimaat Naaldbomen/taiga
graden celcius
In de winter warmer dan -3 Zeeklimaat Loofbomen
graden celcius
In de zomer kouder dan 10 Toendraklimaat Grassen, mossen, lage struikjes
graden celcius en mossen
Gematigde zone Het gebied tussen de breedtecirkels van 23½º en 66½º N.B. en 23½º
en 66½º Z.B.; gematigd wil zeggen: niet te warm en niet te koud
Loofboomgordel Zone in de gematigde luchtstreek waar loofbomen groeien, zoals
eiken en beuken
Subtropen Het deel van de tropen dat het dichtst bij de tropen ligt (gebied
Middellandse Zee). Het is er minder warm dan in de tropen maar
warmer dan in de rest van de gematigde zone
Naaldboomgordel Zone in de gematigde luchtstreek waar naaldbomen groeien. In de
winter is het gemiddeld kouder dan -3 graden celcius
Gemengd bos Bos waar loof- en naaldbomen door elkaar groeien (tussen taiga en
loofboomgordel)
Permafrost Altijd bevroren ondergrond
Wat moet je weten:
1. Herhaal de begrippen
2. Welke vijf verschillende klimaten ken je en wat zijn de kenmerken?
3. Waarom heeft Nederland geen Middellandse Zeeklimaat?
4. Leg uit hoe de zee van invloed is op het klimaat
5. Wat is het verband tussen klimaat en plantengroei?
6. W10, W11 en W14 bestuderen
Clvs 30-03-2018 2