Boek: Kiezen en verbonden blijven; krachtgericht werken met ouderen in de wijk.
Auteur: Kees Penninx
Uitgeverij: Coutnhoo Bussum 2015.
Hoofdstuk 1: Dé oudere bestaat niet.
(Les 2: Levensloopbenadering en verbinding).
1.1 Inleiding
Mensen met een verhaal
Sociaal werk dat wil inspelen op ontwikkelingen in een ouder wordende samenleving is gebaseerd op
kennis van de levensloop. Mensen zijn mensen met een verhaalo een geschiedenis. Met het oog op
waardige zorg en menselijke maat is het belangrijk dat jij als sociaal werker zo naar ouderen kijkt.
Eigen regie
We worden allemaal ouder en doen dat op onze eigen manier. De opgave van levensloopbewust sociaal
werk is om mensen in alle levensfasen te ondersteunen bij het (zo lang mogelijk) behouden van eigen
regie en keuzemogelijkhedeno ook als zij kwetsbaar zijn of worden. Het is gericht op het versterken van
de individuele mogelijkheden van menseno zodat zij zich in alle fasen van het leven optmaal kunnen
ontplooien en kunnen meedoen in de samenleving. Centraal staat de mens als ontwerper en regisseur
van zijn eigen bestaano zijn eigen levensloop. Sociaal werkers moeten maatwerk leveren.
Verouderde visies
Er zijn verouderde visies op de levensloop. Deze visies kunnen een blokkade zijn voor vraaggerichte en
effecteve ondersteuning van mensen in de latere levensfasen.
- Three boxes of life -> Jeugd: leren en persoonlijke groei. Volwassenen: werken en zorgen. Ouderen:
uitrusten en terugblikken.
Levensloopperspectef
- Verbindend: ouderen zijn geen aparte categorieo ouder worden is iets van ons allemaal.
- Dynamisch: ontwikkeling is een voortdurend proces van inspelen op veranderingo mensen kunnen zich
tot in de hoge ouderdom blijven ontwikkelen.
1.2 Beeldvorming en leefiiddnormen
Er worden vier ‘soorten’ leefijd onderscheiden in de levenslooptheorie.
- Chronologische leefijd: kalenderleefijd. De chronologische leefijd is niet de oorzaak van verandering
of veroudering.
- Biologische leefijd: heef te maken met fysieke kenmerken. De biologische leefijd zegt iets over onze
levensverwachtng; het enige lichaam veroudert sneller dan het andere.
- Psychologische leefijd: de leefijd zoals wij die ervaren. Een mens is zo oud als hij zichzelf voelt.
- Sociale leefijd: zegt iets over de mate waarin we voldoen aan de verwachten die de samenleving van
ons koestert op grond van onze kalenderleefijd.
,1.3 Het ontdtaan van de keuzebiografe
Vroeger hield men zich vast aan de ‘Three boxes of life’. Moderne burgers zijn minder geneigd om zich te
laten opsluiten in dit patroon. Mensen willen in iedere levensfase zo veel mogelijk zelf uitmaken hoe ze
hun leven inrichten. Rust roest is hierbij een gangbare opvatng geworden.
In de breedte leven: toenemende diversiteit
Moderne mensen willen in iedere fase van het leven taken als lereno werkeno zorgeno vrije tjd en
reflecte combineren. We zijn in iedere levensfase taakcombineerders geworden en we willen in de
breedte leven. de standaardbiografe is een keuzebiografe geworden. Deze keuzebiografe is mogelijk
gemaakt door de toenemende welvaart. De diversiteit onder ouderen is dus groot.
Keuzestress
Veel mensen ervaren keuzestress bij veel mogelijkheden als gevolg van de keuzebiografe. Sociaal werk
heef onder meer als doel om mensen te ondersteunen bij het maken van keuzeso bij het vinden en
vasthouden van een eigen koerso ook in de ouderdomsfase.
1.4 Van drie naar viif levendfaden
- Eerste levensfase: 0-15 jaar. De vroege jeugd; hier vinden de primaire leerprocessen plaats in een
omgeving van verzorging en bescherming door volwassenen.
- Tweede levensfase: 15-30 jaar. Jongvolwassenheid; snel toenemende zelfstandigheid. Periode van
oriëntate en zonder zorgverantwoordelijkheid voor anderen.
- Derde levensfase: 30-60 jaar. Volwassenheid; arbeid en zorg voor kinderen.
- Vierde levensfase: 60-80 jaar. Acteve ouderdom.
- Vijfde levensfase: 80+. Hoge ouderdom; treedt in als mensen geestelijk of fysiek zodanig raken
aangewezen op blijvende intensieve zorg.
Let op! In de methodiek lessen wordt 60-80 jaar beschouwd als de derde levensfase en 80+ jaar
beschouwd als de vierde levensfase.
1.5 Verdchillende levendfaden, verdchillende opgaven voor dociaal werk
Sociaal werk en de derde levensfase
In deze fase zijn eventuele hulpvragen te overzien. Dit is de periode waarin algemene preventeve
maatregeleno gericht op socialeo educateve en maatschappelijke partcipateo een belangrijke rol kunnen
spelen. De oudere maakt gebruik van voorzieningen die er voor iedereen zijn en blijf daarmee
geïntegreerd in de samenleving. Centraal staan persoonlijke belangstelling en behoefen.
Sociaal werkers kunnen voortjdige maatschappelijke uitsluitng en sociaal isolement helpen voorkomen
door mensen in deze fase in kennis te stellen van het aanbod van actviteiten op het gebied van
zelfontplooiing en maatschappelijke partcipate.
Sociaal werk en de vierde levensfase
Kenmerkend is dat op veel gebieden tegelijkertjd iets moet gebeuren: thuissituateo dagelijks leveno
persoonlijke zorg. Sociaal werk is hier gericht op het bieden van een gegarandeerd en compleet
dienstenpakket op het gebied van woneno zorg en welzijn. Praktsche dienstverlening en goede
informatevoorziening en advisering. Daarnaast kunnen sociaal werkers een gevarieerd pakket aan
sociaal-culturele actviteiten en dagbesteding aanbieden.
, Uiteindelijk komen sommige ouderen terecht in de situate dat zij door slechte lichamelijke en/of
geestelijke condite de zorg voor hun dagelijks bestaan moeten overlaten aan anderen.
1.6 De ontwikkelingddtadia van Erikdon
De vijf levensfasen (zoals eerder genoemd) zijn een correcte op de traditonele visie op de levensloop.
Ontwikkeling van de identteit
Volgens Erikson kenmerkt ieder stadium in de menselijke levensloop zich door een specifeke
ontwikkelingscrisis. Een positeve oplossing is een voorwaarde voor persoonlijke groei naar een nieuwe
stadium.
- Volwassene (40-60 jaar): generatviteit versus stagnate.
- Oudere (60+ jaar): integriteit versus wanhoop.
1.7 Ouder worden en generatviteit
De volwassenheid staat in het teken van generatviteit versus stagnate. eneratviteit betekent leterlijk:
de wil of het vermogen om iets te genereren of voort te brengen. Dit kan zich uiten in het hebben en
grootbrengen van kinderen of in de zorg voor andere mensen via een beroep of vrijwilligerswerk.
Verwijst voorts naar de diep menselijke behoefe om zorg te dragen voor de huidige en komende
generates.
1.8 Levendgebeurtenidden en veranderingen in de levendloop
Volgens Erikson zijn conflicten in de ontwikkelingsstadia aanjagers van persoonlijke groei en verandering.
Er zijn drie soorten levensgebeurtenissen.
- Leefijdsnormateve gebeurtenissen: het volbrengen van levenstaken die gekoppeld zijn aan onze
leefijd.
- Historisch-normateve gebeurtenissen: invloeden van de gebeurtenissen in de geschiedenis.
- Niet-normateve gebeurtenissen: persoonsgebonden gebeurtenissen.
1.9 Verliedervaringen bii ouder worden
Een opeenstapeling van ingrijpende gebeurtenissen en verlieservaringen is vaak een aanleiding voor
toenemende kwetsbaarheid bij het ouder worden: verlies van inkomeno zinvolle maatschappelijke rolleno
dierbare vriendeno lichamelijke en geestelijke spankrachto etc.
1.10 Omgaan met ingriipende levendgebeurtenidden
Iedereen heef zijn eigen stjl om met ingrijpende levensgebeurtenissen om te gaano we ontwikkelen
allemaal onze eigen copingstjlen.
- Disengagementheorie: wederzijds loslaten tussen mens en samenleving. Losmaken van de sociale
omgeving (disengagement) bereidt de oudere voor op het naderend einde.
- Actviteitentheorie: succesvol ouder worden als we ons verzeten tegen de inkrimping van onze sociale
wereld. Het actviteitenpatroon dat we ontwikkeld hebbeno moeten we in stand houden.
- Contnuïteitstheorie: meer tjd besteden aan rollen die ook al voor de pensionering vervult werden.
1.11 Ontwikkelingdbehoefen bii oudere volwaddenen: een breed dpectrum
Coping needs of life management needs. Er zijn vijf basale ontwikkelingsbehoefen bij oudere
volwassenen:
- Coping needs: behoefe aan vaardigheden om te overleveno je bestaan goed te organiseren en je te
kunnen aanpassen aan veranderende fysiekeo psychische en sociale omstandigheden.