Op de basisschool moeten we de kinderen de systemantek an ons spellingsysteem aanleren.
Anders moeten ze elk woord apart onthouden.
1.1 ons schriftsysteem en leren spellen
Momenteel hebben wij een alfabetsch schrifsysteem maar dit is anders geweest.
1. Pictografsch schrifsysteem de alleroudste manier om woorden weer te ge en door
middel an tekeningen en afeeldingen.
Dit zien we nu nog terug bij erkeersborden. Ook zien we het in het onderwijs terug bij
leerlingen met een ertraagde taalontwikkeling. We kunnen ze helpen door ze
een oudige zinsstructuren aan te bieden met behulp an pictogrammen. Ook bij het
leren lezen leren kinderen dat een pictogram een erwijzing is naar het gesproken woord
en hierdoor is de stap naar het leren lezen met leters niet heel groot meer.
2. Logografsch schrifsysteem een schifsysteem waarbij elk plaatje staat oor 1 woord.
Op deze manier konden ook abstracte dingen worden uitgebeeld.
De taal wordt op een systematsche manier weergege en. De woorden en ook achter en
oor oegsels hebben eigen symbolen.
Het Chinees is een oorbeeld an zo’n soort schrif.
3. Alfabetsch schrifsysteem de ontdekking dat elk woord in aparte klanken kan worden
gedeeld. Hun ondst om per klank 1 teken af te spreken, leidde tot de ontwikkeling an
ons alfabet.
De Feniciërs (die dit ontdekte) schre en alleen de medeklinkers op, zoals in het
Hebreeuws. De Grieken hebben het alfabet erder ontwikkeld waarbij taal wordt
weergege en door de afzonderlijke spraakklanken an een woord te noteren.
Idealiter is er in het alfabetsch schrifsysteem oor elke spraakklank een apart teken, maar in de
praktjk ligt dat toch anders. In het woord beer hoor je een spraakklank die tussen de ee en i ligt. De
woorden been en beer hebben erschillende ee-klanken, maar we gebruiken toch hetzelfde teken.
Binnen ons Nederlandse schrifsysteem hebben we niet oor alle spraakklanken een apart teken,
alleen oor die spraakklanken die een erschil in betekenis ople eren.
Foneem: een spraakklank die betekenis erschil eroorzaakt.
De ee in beer en de ee in been is een uitspraak ariant an het foneem ee. In een alfabetsch
schrifsysteem ge en we daarom geen spraakklanken maar fonemen weer.
Voor elk foneem in het Nederlands is er een apart teken. We maken daar oor gebruik an de leters
an het Latjnse alfabet. We kennen 34 fonemen en 26 erschillende leters.
Om alle fonemen te kunnen weerge en heef men leters gecombineerd.
Fonemen worden dus niet alleen weergege en door leters, maar ook door letercombinates.
Grafeem: een leter of een letercombinate die erwijst naar een foneem. We kennen 36 grafemen
omdat de ei en ij en au en ou er zijn. Die klinken wel het zelfde (foneem) maar schrijf je anders
(grafeem).
Nu lijkt het alfabetsch schrifsysteem een heel efciënte manier om gesproken taal weer te ge en,
maar toch zijn er de nodige problemen.
1. Het is heel lastg om het foneem te herkennen. Bij oorbeeld bir en dur. Kinderen schrij en de
spraakklank in plaats an het foneem, beer en deur.
2. Kinderen hebbe moeite om de olgorde an de leters binnen het grafeem te onthouden.
Peos en tun.
3. De koppeling tussen de fonemen en de grafemen is niet meer eenduidig. Vroeger schreef je
de aa als aa, nu ook wel eens als een a bij open letergrepen.
Al deze inconsequentes binnen het alfabetsch schrifsysteem hebben tot ge olg dat eel
basisschoolkinderen moeite hebben om de koppeling tussen foneem en grafeem te snappen.