Hoofdstuk 2. Het spellingproces
Spellingsfouten en een diagnostssh gesprek kunnen zisht bieden op de strategieën die kinderen
hanteren bij het spellen van woorden. Om goed spellingonderwijs te geven is het nodig dat je weet
hebt van de strategieën die kinderen kunnen hanteren bij het spellen van woorden.
2.1 Functie van het woordgeheugen bij spellen
Lange tjd heef men gedasht dat de sshrijfwijze van woorden op een visuele manier ligt opgeslagen
in ons geheugen. We zouden in ons hoofd een soort plaatje, een woordbeeld, hebben van de spelling
van een woord. Spellen zou dan een kweste van het oproepen van het juiste woordbeeld zijn.
Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de sshrijfwijze van een woord niet losstaat van andere
informate die over een woord in ons geheugen is opgeslagen. We zien een woord namelijk vaak
globaal en leten daarbij niet op de volgorde.
Een theorie over de wijze waarop woorden in ons geheugen zijn opgeslagen is de
versmeltngstheorie van Ehri.
Van elk woord is bepaalde informate op een systematsshe manier vastgelegd mentale lexison.
We weten hoe een woord klinkt, hoe je het uitspreekt, wat het betekent enzovoort.
Elk woord heef een aantal kenmerkende eigensshappen:
- Akoestsshe identteit Hoe een woord klinkt. Soms hebben we twee versshillende
woorden die je ander sshrijf, maar wel hetzelfde uitspreekt.
- Artsulatorisshe identteit Hoe het uitgesproken moet worden. Vooral kinderen die
zishzelf hebben leren sshrijven maken hier heel veel gebruik van.
- Fonologisshe identteit De akoestsshe en artsulatorisshe identteit samen.
- Morfologisshe identteit Iedere taalgebruiker weet hoe woorden zijn opgebouwd en dat
we met voor en ashtervoegsels nieuwe woorden kunnen maken.
- Semantsshe identteit De betekenis van een woord zoals die is omsshreven in het
woordenboek. Semantsshe kenmerken spelen vooral een rol bij homofonen. Dezelfde
uitspraak maar versshillende sshrijfwijze.
- Syntastsshe identteit Mogelijkheden van een woord om met ander woorden
gesombineerd te worden. Vooral bij werkwoordspelling is dit belangrijk. Je weet van een
werkwoord pas hoe je het sshrijf als je hebt vastgesteld over wie het gaat.
- Orthografsshe identteit Spelling van een woord. Voordat een kind leert sshrijven en
lezen heef het zish de eerste zes identteiten al eigen gemaakt.
Er moet versmeltng tot stand komen tussen de orthografsshe identteit van een woord en die
andere identteiten. odra een kind een woord hoort, moet direst de orthografsshe identteit of de
spelling besshikbaar zijn.
2.2 Spellingstrategieën
We kunnen bij het opsshrijven van woorden heel versshillend te werk gaan. De manieren die een
speller gebruikt om tot de juiste sshrijfwijze van een woord te komen, noemen we
spellingstrategieën en indireste spellingstrategieën.
Direste spellingstrategie: het spellen is geautomatseerd. We weten het zonder dat we een regel
toepassen of ergens over nadenken. Dit wordt ook wel sshrijfmotorissh patroon genoemd.
Indireste spellingstrategie: iemand past bij het spellen van een woord een bepaalde denkhandeling
toe. Onder een denkhandeling valt het verdelen van een woord in fonemen of het maken van een
vergelijking met een ander woord.
Er zijn vijf indireste spellingstrategieën:
1. Fonologisshe strategie
2. Woordbeelstrategie
3. Regelstrategie
4. Analogiestrategie
Spellingsfouten en een diagnostssh gesprek kunnen zisht bieden op de strategieën die kinderen
hanteren bij het spellen van woorden. Om goed spellingonderwijs te geven is het nodig dat je weet
hebt van de strategieën die kinderen kunnen hanteren bij het spellen van woorden.
2.1 Functie van het woordgeheugen bij spellen
Lange tjd heef men gedasht dat de sshrijfwijze van woorden op een visuele manier ligt opgeslagen
in ons geheugen. We zouden in ons hoofd een soort plaatje, een woordbeeld, hebben van de spelling
van een woord. Spellen zou dan een kweste van het oproepen van het juiste woordbeeld zijn.
Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de sshrijfwijze van een woord niet losstaat van andere
informate die over een woord in ons geheugen is opgeslagen. We zien een woord namelijk vaak
globaal en leten daarbij niet op de volgorde.
Een theorie over de wijze waarop woorden in ons geheugen zijn opgeslagen is de
versmeltngstheorie van Ehri.
Van elk woord is bepaalde informate op een systematsshe manier vastgelegd mentale lexison.
We weten hoe een woord klinkt, hoe je het uitspreekt, wat het betekent enzovoort.
Elk woord heef een aantal kenmerkende eigensshappen:
- Akoestsshe identteit Hoe een woord klinkt. Soms hebben we twee versshillende
woorden die je ander sshrijf, maar wel hetzelfde uitspreekt.
- Artsulatorisshe identteit Hoe het uitgesproken moet worden. Vooral kinderen die
zishzelf hebben leren sshrijven maken hier heel veel gebruik van.
- Fonologisshe identteit De akoestsshe en artsulatorisshe identteit samen.
- Morfologisshe identteit Iedere taalgebruiker weet hoe woorden zijn opgebouwd en dat
we met voor en ashtervoegsels nieuwe woorden kunnen maken.
- Semantsshe identteit De betekenis van een woord zoals die is omsshreven in het
woordenboek. Semantsshe kenmerken spelen vooral een rol bij homofonen. Dezelfde
uitspraak maar versshillende sshrijfwijze.
- Syntastsshe identteit Mogelijkheden van een woord om met ander woorden
gesombineerd te worden. Vooral bij werkwoordspelling is dit belangrijk. Je weet van een
werkwoord pas hoe je het sshrijf als je hebt vastgesteld over wie het gaat.
- Orthografsshe identteit Spelling van een woord. Voordat een kind leert sshrijven en
lezen heef het zish de eerste zes identteiten al eigen gemaakt.
Er moet versmeltng tot stand komen tussen de orthografsshe identteit van een woord en die
andere identteiten. odra een kind een woord hoort, moet direst de orthografsshe identteit of de
spelling besshikbaar zijn.
2.2 Spellingstrategieën
We kunnen bij het opsshrijven van woorden heel versshillend te werk gaan. De manieren die een
speller gebruikt om tot de juiste sshrijfwijze van een woord te komen, noemen we
spellingstrategieën en indireste spellingstrategieën.
Direste spellingstrategie: het spellen is geautomatseerd. We weten het zonder dat we een regel
toepassen of ergens over nadenken. Dit wordt ook wel sshrijfmotorissh patroon genoemd.
Indireste spellingstrategie: iemand past bij het spellen van een woord een bepaalde denkhandeling
toe. Onder een denkhandeling valt het verdelen van een woord in fonemen of het maken van een
vergelijking met een ander woord.
Er zijn vijf indireste spellingstrategieën:
1. Fonologisshe strategie
2. Woordbeelstrategie
3. Regelstrategie
4. Analogiestrategie