§1.1 Maatschappelijke vraagstukken H.1
Normen en waarden
- waarden: uitgangspunten of principes die mensen belangrijk vinden in hun leven die ze
daarom willen blijven nastreven
- hangt af van opvoeding, omgeving, karakter en levenservaring
- normen: regels over hoe je je op de grond van een bepaalde waarde behoort te gedragen
- dus gevolg van een waarde
Kenmerken maatschappelijke vraagstuk
- gevolgen op grote (verschillende) groepen in de samenleving
- invloed op de hele samenleving (grootschalige vraagstukken)→ macroniveau, maar
ook op individueel niveau→ mirconiveau
- sprake van tegengestelde belangen en visies
- belang: het voordeel dat iemand ergens bij heeft
- belangentegenstellingen kunnen ontstaan uit verschillen in levensovertuiging,
ideologie of maatschappelijke positie
- vaak met materieel (tastbaar) voordeel te maken, maar kan ook immaterieel zijn
- dilemma: een lastige keuze uit twee of meer alternatieven die allemaal duidelijke
nadelen hebben.
- heeft gemeenschappelijke aanpak nodig waarbij overheid een rol speelt
- geld voor hele regio of het hele land, meerdere betrokkenen nodig om probleem op te
lossen
Dynamische samenleving
- dynamiek van de samenleving: constant veranderen van normen, waarden en belangen in een
maatschappij
Kernbegrippen maatschappijleer
- macht: het vermogen om het gedrag of denken van anderen te beïnvloeden, desnoods met
dwang
- formele macht→ macht van bijv. docenten of burgemeester
- informele macht→ bijv. in vriendengroep
- manier waarop iemand het gedrag en denken van anderen kan beïnvloeden, heeft te
maken met machtsbronnen die zij tot hun beschikking hebben
- sociale ongelijkheid: een ongelijke verdeling van kennis, financiële middelen en (politieke)
macht. Bijv. kennis, financiële middelen en macht
- sociale cohesie: de mate waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar
§1.2 Kennis van zaken H.1
Desinformatie
- desinformatie: onjuiste of misleidende informatie die expres wordt gemaakt en verspreid om
geld te verdienen, de publieke opinie te beïnvloeden en/of iemand, een groep mensen, een
organisatie of land te beschadigen
- manipulatie: opzettelijk verdraaien of weglaten van feiten
- indoctrinatie: langdurig, systematisch en dwingend eenzijdige opvattingen
opgedrongen met de bedoeling dat zij deze opvattingen kritiekloos overnemen
- kan bijdragen aan ontstaan complottheorieën (samenzwering tussen mensen/groepen met
kwaadaardige bedoelingen)
, - we leven in een informatiesamenleving→ door social media kan iedereen zender en
ontvanger zijn→ communicatieproces (weg van zender naar ontvanger) is dus kort→
hierdoor kan nepnieuws meer schade aanrichten
- gedeelde berichten kunnen in korte tijd een groot aantal mensen bereiken
- filterbubbel: wat iemand online aangeboden krijgt is afgestemd op wat zij eerder
hebben opgezocht, geliked, gepost of gedeeld. → algoritmes, big data, profielen
Referentiekader
- referentiekader: alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen, waarden en gewoontes
- ook wel van selectieve waarneming: passen info aan aan ons referentiekader
- selectief waarnemen kan stereotypes in stand houden. Stereotype: een vaststaand
beeld van een groep mensen die je allemaal hetzelfde kenmerk toeschrijft
§2.1 Idee en oorsprong van de rechtsstaat H.2
Rechtsstaat
- rechtsstaat: een staat waarin je als burger met grondrechten wordt beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid
- democratische rechtsstaat: burgers kunnen indirect meebeslissen over politieke
kwesties
- sociale rechtsstaat: er zijn wetten en voorzieningen om welvaart en welzijn van
burgers te bevorderen
- autoritaire staat: één machthebber of een kleine groep mensen bepalen de regels (dictatuur)
Beginselen/kenmerken rechtsstaat
1) het beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven
2) het soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, het sociaal contract→ de staat is ‘scheidsrechter’
3) het legaliteitsbeginsel: macht overheid is strikt gebonden aan wetten→
vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen alleen worden toegepast als het in de wet staat
4) het beginsel van de trias politica: macht van de staat wordt gescheiden/verdeeld, niemand
heeft alle macht
Vertrouwen en wederkerigheid
- in een rechtsstaat is er sprake van sociale vrede en sociale cohesie
- vertrouwen en wederkerigheid gaan hand in hand→ burgers en overheid houden zich beide
aan de regels→ zorgt voor rechtszekerheid: iedereen kan nagaan wat wel en niet mag
§2.2 Grondwet en grondrechten H.2
Ontstaan grondwet
- constitutionele monarchie: een koninkrijk met een grondwet
- censuskiesrecht: kiesrecht waarbij mensen alleen mogen stemmen als ze een bepaald bedrag
aan belasting betaalden
Grondwet
- begrensd macht van de staat
- garandeert vrijheden burgers
- legt fundamentele rechten burgers vast
Normen en waarden
- waarden: uitgangspunten of principes die mensen belangrijk vinden in hun leven die ze
daarom willen blijven nastreven
- hangt af van opvoeding, omgeving, karakter en levenservaring
- normen: regels over hoe je je op de grond van een bepaalde waarde behoort te gedragen
- dus gevolg van een waarde
Kenmerken maatschappelijke vraagstuk
- gevolgen op grote (verschillende) groepen in de samenleving
- invloed op de hele samenleving (grootschalige vraagstukken)→ macroniveau, maar
ook op individueel niveau→ mirconiveau
- sprake van tegengestelde belangen en visies
- belang: het voordeel dat iemand ergens bij heeft
- belangentegenstellingen kunnen ontstaan uit verschillen in levensovertuiging,
ideologie of maatschappelijke positie
- vaak met materieel (tastbaar) voordeel te maken, maar kan ook immaterieel zijn
- dilemma: een lastige keuze uit twee of meer alternatieven die allemaal duidelijke
nadelen hebben.
- heeft gemeenschappelijke aanpak nodig waarbij overheid een rol speelt
- geld voor hele regio of het hele land, meerdere betrokkenen nodig om probleem op te
lossen
Dynamische samenleving
- dynamiek van de samenleving: constant veranderen van normen, waarden en belangen in een
maatschappij
Kernbegrippen maatschappijleer
- macht: het vermogen om het gedrag of denken van anderen te beïnvloeden, desnoods met
dwang
- formele macht→ macht van bijv. docenten of burgemeester
- informele macht→ bijv. in vriendengroep
- manier waarop iemand het gedrag en denken van anderen kan beïnvloeden, heeft te
maken met machtsbronnen die zij tot hun beschikking hebben
- sociale ongelijkheid: een ongelijke verdeling van kennis, financiële middelen en (politieke)
macht. Bijv. kennis, financiële middelen en macht
- sociale cohesie: de mate waarin mensen zich verbonden voelen met elkaar
§1.2 Kennis van zaken H.1
Desinformatie
- desinformatie: onjuiste of misleidende informatie die expres wordt gemaakt en verspreid om
geld te verdienen, de publieke opinie te beïnvloeden en/of iemand, een groep mensen, een
organisatie of land te beschadigen
- manipulatie: opzettelijk verdraaien of weglaten van feiten
- indoctrinatie: langdurig, systematisch en dwingend eenzijdige opvattingen
opgedrongen met de bedoeling dat zij deze opvattingen kritiekloos overnemen
- kan bijdragen aan ontstaan complottheorieën (samenzwering tussen mensen/groepen met
kwaadaardige bedoelingen)
, - we leven in een informatiesamenleving→ door social media kan iedereen zender en
ontvanger zijn→ communicatieproces (weg van zender naar ontvanger) is dus kort→
hierdoor kan nepnieuws meer schade aanrichten
- gedeelde berichten kunnen in korte tijd een groot aantal mensen bereiken
- filterbubbel: wat iemand online aangeboden krijgt is afgestemd op wat zij eerder
hebben opgezocht, geliked, gepost of gedeeld. → algoritmes, big data, profielen
Referentiekader
- referentiekader: alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen, waarden en gewoontes
- ook wel van selectieve waarneming: passen info aan aan ons referentiekader
- selectief waarnemen kan stereotypes in stand houden. Stereotype: een vaststaand
beeld van een groep mensen die je allemaal hetzelfde kenmerk toeschrijft
§2.1 Idee en oorsprong van de rechtsstaat H.2
Rechtsstaat
- rechtsstaat: een staat waarin je als burger met grondrechten wordt beschermd tegen
machtsmisbruik en willekeur van de overheid
- democratische rechtsstaat: burgers kunnen indirect meebeslissen over politieke
kwesties
- sociale rechtsstaat: er zijn wetten en voorzieningen om welvaart en welzijn van
burgers te bevorderen
- autoritaire staat: één machthebber of een kleine groep mensen bepalen de regels (dictatuur)
Beginselen/kenmerken rechtsstaat
1) het beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid geboren en
moeten zo ook kunnen samenleven
2) het soevereiniteits- en democratiebeginsel: de mensen sluiten gezamenlijk een
vredesakkoord, het sociaal contract→ de staat is ‘scheidsrechter’
3) het legaliteitsbeginsel: macht overheid is strikt gebonden aan wetten→
vrijheidsbeperkende maatregelen kunnen alleen worden toegepast als het in de wet staat
4) het beginsel van de trias politica: macht van de staat wordt gescheiden/verdeeld, niemand
heeft alle macht
Vertrouwen en wederkerigheid
- in een rechtsstaat is er sprake van sociale vrede en sociale cohesie
- vertrouwen en wederkerigheid gaan hand in hand→ burgers en overheid houden zich beide
aan de regels→ zorgt voor rechtszekerheid: iedereen kan nagaan wat wel en niet mag
§2.2 Grondwet en grondrechten H.2
Ontstaan grondwet
- constitutionele monarchie: een koninkrijk met een grondwet
- censuskiesrecht: kiesrecht waarbij mensen alleen mogen stemmen als ze een bepaald bedrag
aan belasting betaalden
Grondwet
- begrensd macht van de staat
- garandeert vrijheden burgers
- legt fundamentele rechten burgers vast