theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening.
Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening
H1.5.1 thuiszorg
In het algemeen is de zorg in de thuissituatie voornamelijk systeemgericht, in tegenstelling
tot de zuiver patiëntgerichte benadering in de meeste andere velden.
In het algemeen kan men de hulpvragen aan de verpleegkundige in de thuissituatie als volgt
schetsen: behoefte aan advisering, ondersteuning, aanvulling of overneming van de
zelfzorgactiviteiten van de patiënt en mantelzorgactiviteiten van de omgeving, behoefte aan
advisering en ondersteuning ten behoeve van het behoud van de gezondheid en ten
behoeve van een gezonde ontwikkeling.
Het reguliere zorgpakket dat door de Wmo wordt gefinancierd ziet er als volgt uit:
De noodzakelijke verpleging, verzorging, begeleiding en voorlichting die verband
houd met ziekte, herstel/revalidatie, ouderdom, invaliditeit en overleiden.
Zorg voor moeder en kind tijdens de zwangerschap en gedurende de eerste
levensjaren van het kind. Periodiek systematisch onderzoek hoort hierbij, kraamzorg
valt hier buiten.
Het uitlenen van noodzakelijke verpleegartikelen
Het geven van voorlichtingen en opvoeding, gericht op preventie.
Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening
H1.8 verpleegkundig proces en verpleegkundig redeneren
Verpleegkundig proces dit proces omvat het verpleegkundig redeneren. Dit
verpleegkundig proces is te herkennen aan minimaal vier concrete stappen binnen de
PDCA-cyclus (plan/do/check/act).
De organisatie van de verpleegkundige zorg in een proces waarin verpleegkundigen op
systematische wijze en in samenspraak met de patiënt en cliënt en/of relevante anderen de
zorgvraag vaststelt en op basis van deze invertarisatie een plan opstelt.
1. Anamnese
o Gestructureerd interview over de lichamelijke klachten, sociale klachten,
voorgeschiedenis, ziektes, objectieven (feiten, bijv. de hartslag) en
subjectieve gegevens (zoals pijn) en sociale omstandigheden (bijv.
mantelzorg)
2. Diagnose
o Een analyse (conclusie) die je opmaakt die je opmaakt uit de verpleegkundige
anamnese (bijv. risico op valgevaar)
3. Doel
o Wat wil je bereiken?
4. Interventies
o Hoe wil je je doel bereiken?
5. Uitvoering
o Uitvoering van de interventies
6. Evaluatie
o Is je doel bereikt binnen de bepaalde tijd?
In een latere fase van het proces kan altijd nog teruggekeerd kan worden naar een eerdere
fase.
Verschillende anamnesemodellen:
Functionele gezondheidspatronen van Gordon
Elf gezondheidspatronen:
1. Patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding;
1
Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening
H1.5.1 thuiszorg
In het algemeen is de zorg in de thuissituatie voornamelijk systeemgericht, in tegenstelling
tot de zuiver patiëntgerichte benadering in de meeste andere velden.
In het algemeen kan men de hulpvragen aan de verpleegkundige in de thuissituatie als volgt
schetsen: behoefte aan advisering, ondersteuning, aanvulling of overneming van de
zelfzorgactiviteiten van de patiënt en mantelzorgactiviteiten van de omgeving, behoefte aan
advisering en ondersteuning ten behoeve van het behoud van de gezondheid en ten
behoeve van een gezonde ontwikkeling.
Het reguliere zorgpakket dat door de Wmo wordt gefinancierd ziet er als volgt uit:
De noodzakelijke verpleging, verzorging, begeleiding en voorlichting die verband
houd met ziekte, herstel/revalidatie, ouderdom, invaliditeit en overleiden.
Zorg voor moeder en kind tijdens de zwangerschap en gedurende de eerste
levensjaren van het kind. Periodiek systematisch onderzoek hoort hierbij, kraamzorg
valt hier buiten.
Het uitlenen van noodzakelijke verpleegartikelen
Het geven van voorlichtingen en opvoeding, gericht op preventie.
Theoretisch kader voor de verpleegkundige beroepsuitoefening
H1.8 verpleegkundig proces en verpleegkundig redeneren
Verpleegkundig proces dit proces omvat het verpleegkundig redeneren. Dit
verpleegkundig proces is te herkennen aan minimaal vier concrete stappen binnen de
PDCA-cyclus (plan/do/check/act).
De organisatie van de verpleegkundige zorg in een proces waarin verpleegkundigen op
systematische wijze en in samenspraak met de patiënt en cliënt en/of relevante anderen de
zorgvraag vaststelt en op basis van deze invertarisatie een plan opstelt.
1. Anamnese
o Gestructureerd interview over de lichamelijke klachten, sociale klachten,
voorgeschiedenis, ziektes, objectieven (feiten, bijv. de hartslag) en
subjectieve gegevens (zoals pijn) en sociale omstandigheden (bijv.
mantelzorg)
2. Diagnose
o Een analyse (conclusie) die je opmaakt die je opmaakt uit de verpleegkundige
anamnese (bijv. risico op valgevaar)
3. Doel
o Wat wil je bereiken?
4. Interventies
o Hoe wil je je doel bereiken?
5. Uitvoering
o Uitvoering van de interventies
6. Evaluatie
o Is je doel bereikt binnen de bepaalde tijd?
In een latere fase van het proces kan altijd nog teruggekeerd kan worden naar een eerdere
fase.
Verschillende anamnesemodellen:
Functionele gezondheidspatronen van Gordon
Elf gezondheidspatronen:
1. Patroon van gezondheidsbeleving en instandhouding;
1