mensen met een verstandelijke beperking
Mensen met een verstandelijke beperking
H1 De verstandelijke beperking
Kenmerkend voor alle mensen met een verstandelijke beperking is het feit dat zij een
blijvende ontwikkelingsachterstand hebben ten gevolge van een stoornis in het cognitieve
functioneren, cognitie verwijst naar het ‘waarnemen, kennen, geheugen, weten en denken’.
Volgens de DSM 5 en de American Association on Intellectual an Devolopmental Disabilities
(AAIDD) valt een verstandelijke beperking onder de ontwikkelingsstoornissen. In 2010 zijn de
volgende criteria geformuleerd voor de diagnose verstandelijke beperking:
Een significante beperking in intelligentie (IQ lager dan 70)
Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (niet
kunnen voldoend aan de normen die horen bij de leeftijd).
Het optreden van deze beperkingen voor het 18de levensjaar.
Door hersenbeschadiging functioneert iemand als verstandelijk beperkt. Toch wordt er niet
gesproken van een verstandelijke beperking maar van: niet-aangeboren hersenletsel. Door
hun levenservaringen en ontwikkelingen voor het trauma, is het moeilijk om een passende
plaats te vinden voor deze groep.
Oorzaken die kunnen leiden tot een verstandelijke beperking:
Afwijkingen in het genetische materiaal;
Stoornissen tijdens de zwangerschap: endogenen stoornissen (vanuit de moeder
zelf) en exogene stoornissen (door invloeden van buitenaf);
Problemen bij de geboorte (hartstilstand, zuurstofgebrek, hersenbloeding);
Beschadigingen na de geboorte (hersen- of hersenvliesontsteking, ernstige
ongevallen, medicijnen, verwaarlozing).
Stationaire aandoeningen: aandoeningen die in principe niet veranderen/verergeren.
Progressieve aandoeningen: aandoeningen die verergeren.
Onderzoeken die mogelijke stoornissen kunnen vaststellen
Er wordt gekeken of er in de familie van de ouders aanwijzingen zijn voor mogelijke
afwijkingen. Verder wordt er wordt er bij de aanstaande ouders onderzoek gedaan en krijgen
ze te horen hoe groot de kans is dat het kind een aandoening krijgt.
Tijdens de zwangerschap kunnen er onderzoeken plaatsvinden zoals een
vruchtwaterpunctie, een uitstrijkje en een vruchtwaterpunctie.
Zeer ernstige en ernstige verstandelijke beperkingen het gemiddelde
ontwikkelingsniveau is niet hoger dan dat van een kind van ongeveer één jaar oud. Mensen
met een zeer ernstige verstandelijke beperking nemen meestal wel waar, maar ze hebben
problemen met het leggen van verbanden tussen deze waarnemingen en vroegere
ervaringen. Verder is er vaak sprake van een meervoudige verstandelijke beperking. Het
denken is te vergelijken met dat van een jonge zuigeling. Moeilijk hanteerbaar gedrag komt
vaak voor.
Een matig verstandelijk beperking het gemiddelde ontwikkelingsniveau is te
vergelijken met die van een drie tot vijfjarige. Vaak kunnen ze lopen, de taal varieert van
één-woordzinnen tot meer-woordenzinnen, contact is meestal goed mogelijke. Het denken is
te vergelijken met dat een peuter of soms een kleuter, voor veranderingen zijn ze vaak
gevoelig.
Een lichte verstandelijke beperking het IQ is gemiddeld tussen de 50 en de 85 in
combinatie. Er worden vier subgroepen onderscheiden:
1
Mensen met een verstandelijke beperking
H1 De verstandelijke beperking
Kenmerkend voor alle mensen met een verstandelijke beperking is het feit dat zij een
blijvende ontwikkelingsachterstand hebben ten gevolge van een stoornis in het cognitieve
functioneren, cognitie verwijst naar het ‘waarnemen, kennen, geheugen, weten en denken’.
Volgens de DSM 5 en de American Association on Intellectual an Devolopmental Disabilities
(AAIDD) valt een verstandelijke beperking onder de ontwikkelingsstoornissen. In 2010 zijn de
volgende criteria geformuleerd voor de diagnose verstandelijke beperking:
Een significante beperking in intelligentie (IQ lager dan 70)
Gelijktijdig optredend met een significante beperking in het adaptieve gedrag (niet
kunnen voldoend aan de normen die horen bij de leeftijd).
Het optreden van deze beperkingen voor het 18de levensjaar.
Door hersenbeschadiging functioneert iemand als verstandelijk beperkt. Toch wordt er niet
gesproken van een verstandelijke beperking maar van: niet-aangeboren hersenletsel. Door
hun levenservaringen en ontwikkelingen voor het trauma, is het moeilijk om een passende
plaats te vinden voor deze groep.
Oorzaken die kunnen leiden tot een verstandelijke beperking:
Afwijkingen in het genetische materiaal;
Stoornissen tijdens de zwangerschap: endogenen stoornissen (vanuit de moeder
zelf) en exogene stoornissen (door invloeden van buitenaf);
Problemen bij de geboorte (hartstilstand, zuurstofgebrek, hersenbloeding);
Beschadigingen na de geboorte (hersen- of hersenvliesontsteking, ernstige
ongevallen, medicijnen, verwaarlozing).
Stationaire aandoeningen: aandoeningen die in principe niet veranderen/verergeren.
Progressieve aandoeningen: aandoeningen die verergeren.
Onderzoeken die mogelijke stoornissen kunnen vaststellen
Er wordt gekeken of er in de familie van de ouders aanwijzingen zijn voor mogelijke
afwijkingen. Verder wordt er wordt er bij de aanstaande ouders onderzoek gedaan en krijgen
ze te horen hoe groot de kans is dat het kind een aandoening krijgt.
Tijdens de zwangerschap kunnen er onderzoeken plaatsvinden zoals een
vruchtwaterpunctie, een uitstrijkje en een vruchtwaterpunctie.
Zeer ernstige en ernstige verstandelijke beperkingen het gemiddelde
ontwikkelingsniveau is niet hoger dan dat van een kind van ongeveer één jaar oud. Mensen
met een zeer ernstige verstandelijke beperking nemen meestal wel waar, maar ze hebben
problemen met het leggen van verbanden tussen deze waarnemingen en vroegere
ervaringen. Verder is er vaak sprake van een meervoudige verstandelijke beperking. Het
denken is te vergelijken met dat van een jonge zuigeling. Moeilijk hanteerbaar gedrag komt
vaak voor.
Een matig verstandelijk beperking het gemiddelde ontwikkelingsniveau is te
vergelijken met die van een drie tot vijfjarige. Vaak kunnen ze lopen, de taal varieert van
één-woordzinnen tot meer-woordenzinnen, contact is meestal goed mogelijke. Het denken is
te vergelijken met dat een peuter of soms een kleuter, voor veranderingen zijn ze vaak
gevoelig.
Een lichte verstandelijke beperking het IQ is gemiddeld tussen de 50 en de 85 in
combinatie. Er worden vier subgroepen onderscheiden:
1