Hoofdstuk 6 De Leraar
6.1 Competenties van de leraar
Competentie
Een vaardigheid of bekwaamheid die je bezit en deze bestaat uit de volgende
elementen:
- Kennis en ervaring
- Vaardigheden
- Talent
De 7 competenties van een leraar
1. Interpersoonlijk Als iets te maken heeft met de onderlinge relatie
tussen personen.
2. Pedagogisch Opvoedkundig en zorgen voor een sfeer.
3. Vak- en didactisch Het vak zelf en hoe je het doet.
4. Organisatorisch Orde brengen en deze ook behouden.
5. Omgaan met collega’s Overleggen m.b.t. leerlingen.
6. Omgaan met omgeving Overleggen met ouders en begeleiders.
7. Refectie en Verbeterpunten m.b.t. jezelf.
ontwikkeling
6.1.1 Competenties in het leerdomein
Leerdomein
Manier van leren: vakinhoudelijk en manier van lesgeven.
Vakinhoudelijke en didactische competentie
De schoolse vaardigheden worden bijgebracht het vermogen om op een
adequate (doelmatige) manier het leerproces te ontwerpen en uit te voeren.
Dit kan doormiddel van:
- Leerinhouden en leervormen te ontwikkelen die zijn afgestemd op de
leerlingen en hierbij rekening te houden met individuele verschillen
- Leerlingen optimaal motiveren voor de leertaken
- Leerlingen stimuleren tot een zelfstandige aanpak van leertaken.
Klassikaal onderwijs
Alle leerlingen krijgen op hetzelfde tijdstip les, de volgorde, de vorm en het
tempo is hierbij hetzelfde.
Organisatorische competentie
Het vermogen om het leerproces ordelijk te plannen, te laten verlopen en de
juiste instructies, materialen en informatie te geven.
Om hiervoor te zorgen kun je:
- De leerlingen precies zeggen wat ze moten doen, hoe ze dit moeten doen,
hoeveel tijd ze ervoor krijgen, welke hulpmiddelen ze kunnen gebruiken etc.
- Gedragsregels stellen en normen en waarden
Orde betekent dan ok dat leerlingen tijdens de instructie goed moeten
opletten en tijdens het werken aan moeilijke taken elkaar niet mogen storen.
1
, Hoofdstuk 6 De Leraar
Gedragsnormen
Expliciet Als de leraar zegt dat het stil moet zijn, omdat men anders niet goed
kan opletten.
Impliciet Niet nadrukkelijk gezegd, maar wordt vaak al duidelijk door
lichaamstaal of bepaalde opmerkingen.
AANTEKENING
Functie 1 van een leraar is kennis en vaardigheden overbrengen
doormiddel van:
De lesinhoud en de methoden van lesgeven die wordt gebruikt. Deze kunnen vrij
of gebonden zijn.
Vrij: In werkvorm planning, organisatie, uitvoering en evaluatie
Gebonden: Door eisen van de overheid, school en/of vakgroep
Competenties in het leerdomein:
- Vak- en didactische competentie
- Organisatorische competentie
6.1.2 Competenties in het leefdomein
Leefdomein
De leefomgeving zorgt ervoor dat leerlingen zich thuis voelen op school,
vriendschappen sluiten en zich gewaardeerd voelen. De leraar kan aan deze
condities bijdragen door interpersoonlijke en pedagogische competentie.
Interpersoonlijke competentie
Het vermogen om god met leerlingen om te gaan en een veilige, stimulerende
sfeer te scheppen.
Pedagogische competentie
Het vermogen om leerlingen het gevoel te geven dat ze erbij horen, gewaardeerd
worden, dat ze prettig met elkaar omgaan en dat ze zelfstandig worden.
De leraar zet zijn pedagogische competentie in om:
- De leerling te laten ervaren dat ze welkom zijn en dat ze erbij horen
- Dat de leerling zich gewaardeerd voelt
- Dat de leerling op een respectvolle manier met elkaar omgaat
- Dat de leerling uitgedaagd word om verantwoordelijkheid voor elkaar te
nemen
- Dat de leerling initiatieven neemt en zelfstandig word
Gedragsnormen
Deze normen hebben betrekking op de manier waarop we in de klas met elkaar
omgaan. Dit betreft de volgende normen:
- Wederzijds respect
- Leuk met elkaar omgaan
- Elkaar helpen
- Elkaar niet afvallen/pesten/plagen
AANTEKENING
2
6.1 Competenties van de leraar
Competentie
Een vaardigheid of bekwaamheid die je bezit en deze bestaat uit de volgende
elementen:
- Kennis en ervaring
- Vaardigheden
- Talent
De 7 competenties van een leraar
1. Interpersoonlijk Als iets te maken heeft met de onderlinge relatie
tussen personen.
2. Pedagogisch Opvoedkundig en zorgen voor een sfeer.
3. Vak- en didactisch Het vak zelf en hoe je het doet.
4. Organisatorisch Orde brengen en deze ook behouden.
5. Omgaan met collega’s Overleggen m.b.t. leerlingen.
6. Omgaan met omgeving Overleggen met ouders en begeleiders.
7. Refectie en Verbeterpunten m.b.t. jezelf.
ontwikkeling
6.1.1 Competenties in het leerdomein
Leerdomein
Manier van leren: vakinhoudelijk en manier van lesgeven.
Vakinhoudelijke en didactische competentie
De schoolse vaardigheden worden bijgebracht het vermogen om op een
adequate (doelmatige) manier het leerproces te ontwerpen en uit te voeren.
Dit kan doormiddel van:
- Leerinhouden en leervormen te ontwikkelen die zijn afgestemd op de
leerlingen en hierbij rekening te houden met individuele verschillen
- Leerlingen optimaal motiveren voor de leertaken
- Leerlingen stimuleren tot een zelfstandige aanpak van leertaken.
Klassikaal onderwijs
Alle leerlingen krijgen op hetzelfde tijdstip les, de volgorde, de vorm en het
tempo is hierbij hetzelfde.
Organisatorische competentie
Het vermogen om het leerproces ordelijk te plannen, te laten verlopen en de
juiste instructies, materialen en informatie te geven.
Om hiervoor te zorgen kun je:
- De leerlingen precies zeggen wat ze moten doen, hoe ze dit moeten doen,
hoeveel tijd ze ervoor krijgen, welke hulpmiddelen ze kunnen gebruiken etc.
- Gedragsregels stellen en normen en waarden
Orde betekent dan ok dat leerlingen tijdens de instructie goed moeten
opletten en tijdens het werken aan moeilijke taken elkaar niet mogen storen.
1
, Hoofdstuk 6 De Leraar
Gedragsnormen
Expliciet Als de leraar zegt dat het stil moet zijn, omdat men anders niet goed
kan opletten.
Impliciet Niet nadrukkelijk gezegd, maar wordt vaak al duidelijk door
lichaamstaal of bepaalde opmerkingen.
AANTEKENING
Functie 1 van een leraar is kennis en vaardigheden overbrengen
doormiddel van:
De lesinhoud en de methoden van lesgeven die wordt gebruikt. Deze kunnen vrij
of gebonden zijn.
Vrij: In werkvorm planning, organisatie, uitvoering en evaluatie
Gebonden: Door eisen van de overheid, school en/of vakgroep
Competenties in het leerdomein:
- Vak- en didactische competentie
- Organisatorische competentie
6.1.2 Competenties in het leefdomein
Leefdomein
De leefomgeving zorgt ervoor dat leerlingen zich thuis voelen op school,
vriendschappen sluiten en zich gewaardeerd voelen. De leraar kan aan deze
condities bijdragen door interpersoonlijke en pedagogische competentie.
Interpersoonlijke competentie
Het vermogen om god met leerlingen om te gaan en een veilige, stimulerende
sfeer te scheppen.
Pedagogische competentie
Het vermogen om leerlingen het gevoel te geven dat ze erbij horen, gewaardeerd
worden, dat ze prettig met elkaar omgaan en dat ze zelfstandig worden.
De leraar zet zijn pedagogische competentie in om:
- De leerling te laten ervaren dat ze welkom zijn en dat ze erbij horen
- Dat de leerling zich gewaardeerd voelt
- Dat de leerling op een respectvolle manier met elkaar omgaat
- Dat de leerling uitgedaagd word om verantwoordelijkheid voor elkaar te
nemen
- Dat de leerling initiatieven neemt en zelfstandig word
Gedragsnormen
Deze normen hebben betrekking op de manier waarop we in de klas met elkaar
omgaan. Dit betreft de volgende normen:
- Wederzijds respect
- Leuk met elkaar omgaan
- Elkaar helpen
- Elkaar niet afvallen/pesten/plagen
AANTEKENING
2