Onderdelen:
- Ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
- Vervanging van agrarische-urbane cultuur door zelfvoorzienend agrarische
cultuur
- Verspreiding van het Christendom door Europa
- Ontstaan en verspreiding van Islam
Tijdvak 3 - TIJD VAN MONNIKEN EN RIDDERS
§1 Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Rond het jaar 500 voltrok zich een breuk tussen de oudheid en de vroege middeleeuwen,
veroorzaakt door de inval van Germaanse volkeren in het Romeinse rijk, resulterend in
volksverhuizingen. Deze gebeurtenissen brachten onrust met zich mee, waarbij veel steden
werden geplunderd.
Germaanse vorsten namen het bestuur in Europa over, waardoor talloze kleine koninkrijken
ontstonden. Deze vorsten verzamelden vazallen om zich heen, beloonden hen met
grondstukken die ze moesten beschermen, wat leidde tot het ontstaan van een leenstelsel
tussen leenheer en leenman.
Een leenman kon verschillende stukken land bezitten in diverse landen, wat leidde tot
onduidelijkheid over posities. Erfopvolging verminderde de band tussen leenheer en leenman,
en het grondgebied versnipperde door opsplitsing onder zonen en verdeling onder leenmannen
en achterleenmannen.
Hoewel leenmannen essentieel waren voor het leger van de leenheer, verminderde hun trouw
in de loop van de tijd, omdat zij vonden dat zij zelf de baas waren over hun stuk grond. Dit
zorgde ervoor dat het leenstelsel niet langer levensvatbaar was. Rond 800 bereikte het
leenstelsel zijn hoogtepunt, waarna het in verval raakte.
§2 De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur
door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Het hofstelsel organiseerde zelfvoorzienende agrarische culturen op landgoederen, waarbij
boeren bescherming van de heer zochten en van vrije naar horige boeren transformeerden, dit
betekende dat een boer die eerst zijn eigen oogst en bedrijf had nu moest gaan werken voor de
heer en maar een deel van de oogst kreeg. De bescherming bestond vaak uit een klein kasteel
of grote hoeve. Domeinen werden opgedeeld in vroonhoeves met vroonland, kerkelijke
bezittingen, en het land van vrije boeren.
Vrije boeren die grond pachtten van de heer hadden rechten zoals deelname aan
rechtssprekende vergaderingen en gebruik van onontgonnen grond, met plichten zoals pacht
betalen en dienstplicht.