Hoofdstuk 7 Kracht en evenwicht
Paragraaf 7.1 De wetten van Newton
De eerste wet van Newton
Een kracht kan de vorm, de snelheid en de richting van een voorwerp veranderen.
Een kracht geef je weer met ⃗
F en de eenheid is newton (N) het pijltje boven de F geeft aan dat
kracht een vector is.
Vector een grootheid die zowel een grootte als een richting heeft.
Resulterende kracht (⃗
F res): de som van alle krachten op een voorwerp.
Als de resulterende kracht 0 N is dan spreek je van een evenwicht van krachten.
Eerste wet van Newton: als op een voorwerp geen resulterende kracht werkt, veranderen de
snelheid en richting van het voorwerp niet.
Een voorwerp dat stilstaat, blijft dus stilstaan.
Een voorwerp dat snelheid heeft, behoudt die snelheid en richting.
De eerste wet van Newton wordt ook wel de wet van de traagheid genoemd hoe meer massa een
voorwerp heeft, hoe groter de traagheid van dat voorwerp is er is dan meer kracht nodig om de
snelheid van het voorwerp te veranderen.
De tweede wet van Newton
De versnelling die een voorwerp krijgt, hangt niet alleen af van de resulterende kracht op dat
voorwerp, maar hangt ook af van de massa het verband tussen deze 3 grootheden heet de tweede
wet van Newton.
De derde wet van Newton
Krachten komen altijd voor in paren.
De twee krachten van een paar zijn even groot, tegengesteld gericht, en werken op verschillende
voorwerpen deze wisselwerking van krachten staat bekend als de derde wet van Newton.
Derde wet van Newton: oefent een voorwerp A een kracht uit op een voorwerp B, de actiekracht
(FAB), dan oefent voorwerp B tegelijk een even grote kracht uit op voorwerp A, de reactiekracht (FBA).
Gewicht: de kracht die je uitoefent op de vloer als gevolg van de zwaartekracht.
Normaalkracht: als reactie oefent de vloer een even grote, maar tegengestelde, kracht uit op jou.
Deze kracht staat loodrecht op de ondergrond.
Het gewicht en de normaalkracht vormen dus een krachtenpaar.
Paragraaf 7.1 De wetten van Newton
De eerste wet van Newton
Een kracht kan de vorm, de snelheid en de richting van een voorwerp veranderen.
Een kracht geef je weer met ⃗
F en de eenheid is newton (N) het pijltje boven de F geeft aan dat
kracht een vector is.
Vector een grootheid die zowel een grootte als een richting heeft.
Resulterende kracht (⃗
F res): de som van alle krachten op een voorwerp.
Als de resulterende kracht 0 N is dan spreek je van een evenwicht van krachten.
Eerste wet van Newton: als op een voorwerp geen resulterende kracht werkt, veranderen de
snelheid en richting van het voorwerp niet.
Een voorwerp dat stilstaat, blijft dus stilstaan.
Een voorwerp dat snelheid heeft, behoudt die snelheid en richting.
De eerste wet van Newton wordt ook wel de wet van de traagheid genoemd hoe meer massa een
voorwerp heeft, hoe groter de traagheid van dat voorwerp is er is dan meer kracht nodig om de
snelheid van het voorwerp te veranderen.
De tweede wet van Newton
De versnelling die een voorwerp krijgt, hangt niet alleen af van de resulterende kracht op dat
voorwerp, maar hangt ook af van de massa het verband tussen deze 3 grootheden heet de tweede
wet van Newton.
De derde wet van Newton
Krachten komen altijd voor in paren.
De twee krachten van een paar zijn even groot, tegengesteld gericht, en werken op verschillende
voorwerpen deze wisselwerking van krachten staat bekend als de derde wet van Newton.
Derde wet van Newton: oefent een voorwerp A een kracht uit op een voorwerp B, de actiekracht
(FAB), dan oefent voorwerp B tegelijk een even grote kracht uit op voorwerp A, de reactiekracht (FBA).
Gewicht: de kracht die je uitoefent op de vloer als gevolg van de zwaartekracht.
Normaalkracht: als reactie oefent de vloer een even grote, maar tegengestelde, kracht uit op jou.
Deze kracht staat loodrecht op de ondergrond.
Het gewicht en de normaalkracht vormen dus een krachtenpaar.