Hoofdstuk 9 Elektrische velden
Paragraaf 9.1 Elektrische lading
Elektrische lading
Statische elektriciteit: ontstaat door wrijving.
Bij wrijving kunnen er elektronen overspringen.
Ladingen oefenen elektrische krachten op elkaar uit gelijke ladingen stoten elkaar af en
tegengestelde ladingen trekken elkaar aan.
Het symbool van lading is Q of q de eenheid van lading is coulomb (C).
Eén elektron heeft een negatieve lading die gelijk is aan het elementaire ladingsquantum e dit is de
kleinst mogelijke lading die in de natuur voorkomt de grootte van de lading van één elektron is
1,602 * 10-19 C.
Geleiders en isolatoren
Atomen in een metaal hebben vrije elektronen die zich vrij tussen de ionen in het metaalrooster
kunnen bewegen daardoor kan negatieve lading zich in een metaal verplaatsen een metaal is
daardoor een elektrische geleider.
Isolator: een stof die elektronen kan opnemen maar waarin de lading zich niet kan verplaatsen. De
stof bevat geen vrije elektronen.
Elektroscoop
Elektroscoop: hiermee kun je lading aantonen.
Elektrische influentie
Elektrische influentie: de verschuiving van lading in een voorwerp.
Spanning en stroom
Onweerswolken zijn elektrisch geladen.
De onderkant van een onweerswolk is meestal negatief geladen door influentie wordt het
aardoppervlak onder de wolk dan positief geladen daardoor ontstaat een elektrische spanning
tussen de wolk en de aarde.
Als de spanning groot genoeg is, stroomt er negatieve lading van de wolk naar de aarde dit noem je
ontladen.
Elektrische stroom: als lading beweegt.
Een elektrische stroom ontstaat ook als je twee geladen voorwerpen geleidend met elkaar verbindt
bijvoorbeeld met een koperdraad door de draad loopt dan een elektrische stroom tot de spanning
tussen beide voorwerpen nul is.
Paragraaf 9.1 Elektrische lading
Elektrische lading
Statische elektriciteit: ontstaat door wrijving.
Bij wrijving kunnen er elektronen overspringen.
Ladingen oefenen elektrische krachten op elkaar uit gelijke ladingen stoten elkaar af en
tegengestelde ladingen trekken elkaar aan.
Het symbool van lading is Q of q de eenheid van lading is coulomb (C).
Eén elektron heeft een negatieve lading die gelijk is aan het elementaire ladingsquantum e dit is de
kleinst mogelijke lading die in de natuur voorkomt de grootte van de lading van één elektron is
1,602 * 10-19 C.
Geleiders en isolatoren
Atomen in een metaal hebben vrije elektronen die zich vrij tussen de ionen in het metaalrooster
kunnen bewegen daardoor kan negatieve lading zich in een metaal verplaatsen een metaal is
daardoor een elektrische geleider.
Isolator: een stof die elektronen kan opnemen maar waarin de lading zich niet kan verplaatsen. De
stof bevat geen vrije elektronen.
Elektroscoop
Elektroscoop: hiermee kun je lading aantonen.
Elektrische influentie
Elektrische influentie: de verschuiving van lading in een voorwerp.
Spanning en stroom
Onweerswolken zijn elektrisch geladen.
De onderkant van een onweerswolk is meestal negatief geladen door influentie wordt het
aardoppervlak onder de wolk dan positief geladen daardoor ontstaat een elektrische spanning
tussen de wolk en de aarde.
Als de spanning groot genoeg is, stroomt er negatieve lading van de wolk naar de aarde dit noem je
ontladen.
Elektrische stroom: als lading beweegt.
Een elektrische stroom ontstaat ook als je twee geladen voorwerpen geleidend met elkaar verbindt
bijvoorbeeld met een koperdraad door de draad loopt dan een elektrische stroom tot de spanning
tussen beide voorwerpen nul is.