Verbintenissenrecht
De rechtsrelate tussen personen onderling staat centraal.
Goederenrecht
De rechtsrelate tussen een en een goed staat centraal.
Vermogensrecht
Regelt de verhoudingen die op geld waardeerbaar zijn tussen burgers onderling.
Rechtspersoon staat gelijk aan een natuurlijk persoon.
Verbintenis
Een rechtsrelate tussen personen waaruit rechten en plichten voortvloeien.
Hoe ontstaat een verbintenis?
- Uit een overeenkomst.
- Uit de wet (vb. onverschuldigde betaling, onrechtmatge daad).
- Systeem van de wet (beslissing van de rechter)
HR quint/te Poel onrechtmatge verrijking
Schuldenaar
Degene die moet presteren.
Schuldeiser
Degene die recht heef op de prestate.
Feiten
Gewone feiten rechtsfeiten
Menselijk handelen blote rechtsfeiten
Rechtshandeling feitelijke handeling
Eenzijdig meerzijdig
Ongericht gericht overeenkomsten anderen
Bloot rechtsfeit
Rechtsfeiten waarbij het rechtsgevolg intreedt zonder dat daarvoor een menselijk handelen nodig is.
(geboorte en overlijden).
Rechtshandeling
Als de menselijke handeling is gericht op het intreden van dat rechtsgevolg. Wil en verklaring.
Feitelijke handeling
Als het rechtsgevolg intreedt zonder dat de menselijke handeling gericht was op het intreden van dit
rechtsgevolg. Rechtmatg of onrechtmatg.
, Eenzijdige rechtshandeling
Wilsverklaring van één persoon is voldoende voor een rechtsgevolg. (aanbod).
Eenzijdig ongerichte rechtshandeling
Rechtshandelingen die niet tot één of meer bepaalde andere personen zijn gericht. (testament).
Meerzijdige rechtshandeling
Voor het ontstaan van een rechtsgevolg zijn er twee of meer personen nodig. Is altjd gericht tot een
ander.
Eenzijdige overeenkomst
Een verbintenisscheppende overeenkomst waarbij één partj verplichtngen heef.
Meerzijdige overeenkomst
Een verbintenisscheppende overeenkomst waarbij beide partjen verplichtngen hebben jegens
elkaar.
Overeenkomst (Art. 6:213 BW)
Een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partjen jegens een of meer andere een
verbintenis aangaan.
Hoofdstuk 2 rechtshandelingen en overeenkomsten
Handelingsbekwaamheid (art. 3:32 BW)
Iedere natuurlijke persoon is handelingsbekwaam, voor zover de wet niet anders bepaald.
Handelingsonbekwaam
o Minderjarigen
Zijn slechts bekwaam rechtshandelingen te verrichten met toestemming van hun ouders (art.
1:234 BW). Bij sommigen rechtshandelingen wordt de toestemming geacht aanwezig te zijn, vb
blikje cola kopen.
o Onder curatele gestelden (art. 3:32 BW)
Zijn slechts bekwaam rechtshandelingen te verrichten met toestemming van de curator (art.
1:381 BW). De rechtshandelingen kunnen vernietgd worden door de bewindvoerder/curator.
Beschikkingsbevoegdheid
Het recht om te vervreemden.
Voorbeeld: een eigenaar mag zijn zaak aan een ander verkopen of schenken.
Rechtshandeling (art. 3:33 BW)
Een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heef geopenbaard (wilsverklaring).
Intrekken verklaring (art. 3:37 lid 5 BW)
Een verklaring kan worden ingetrokken tot het moment dat deze de betrefende persoon heef
bereikt.
Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
Een verklaring overeenstemmende wil van een geestelijke gestoorde kan ontbreken, zodat er geen
rechtshandeling tot stand komt. Het nadeel moet wel te voorzien zijn.
Er komt dus wel een rechtshandeling tot stand, maar die is vernietgbaar.