Puberbrein binnenstebuiten
1. Welke past NIET in het rijtje?
a. Lichamelijke ontwikkeling
b. Hormonale ontwikkeling
c. Cogniteve ontwikkeling
d. Sociaal-emotonele ontwikkeling
2. Wat doet de hypothalamus?
a. Het bouwt de hypofyse op
b. Het maakt hormonen aan
c. Het geef het startsignaal voor de puberteit
3. Welke uitspraken zijn juist?
a. Mannen maken testosteron aan
b. Vrouwen maken oestrogeen aan
c. De hypofyse maakt hormonen aan
d. In de hypofyse wordt oestrogeen en testosteron aangemaakt.
4. Welke uitspraak is NIET juist?
a. De amygdala gaat over de emotes
b. De thalamus gaat over het flteren van info
c. Hippocampus slaat informate en feiten op
d. Hypothalamus, amygdala, hippocumpus en thalamus zijn delen in het brein.
e. Hypothalamus gaat over hormonen, slaap, seks en voeding.
5. De pubers zijn de baas en de ouder faciliteert het puberbestaan. Hoe noemen we dit?
a. Familiare setng
b. Het poldermodel
c. Het poldermodel in familiare setng
6. Wat is de juiste defnite van het theezakjesmodel?
a. Het verschijnsel dat er meerdere leerlingen in een klas afzakken naar een lager niveau.
b. Het verschijnsel van afzakken in een havo/vwo klas naar havo.
c. Het verschijnsel waar leerlingen in een havo/vwo klas afzakken naar vmbo of lager.
7. Welke uitspraak over opbrengstgericht werken is NIET correct?
a. De behoefe naar ‘ideaal’ onderwijs.
b. Onderwijsvormen waarbij de autonomie bij de leerlingen wordt gelegd.
c. De behoefe naar ‘normaal’ onderwijs.
8. Waarom kunnen leerlingen nog niet goed plannen, organiseren, prioriteiten stellen,
antciperen en problemen oplossen?
a. De frontaalkwab is nog in ontwikkeling.
b. De hypofyse is voornamelijk bezig met het aanmaken van hormonen.
c. Er ontbreekt kneedbaarheid in de prefrontale cotrex.
9. Noem een reden waarom jongeren in hun eigen sociaal economische laag blijven.
a. Het is niet wenselijk van de ouders
b. De leerlingen voelen zich hier op hun gemak
c. Vaker dan soms is dat de makkelijkste manier om contact te leggen
1. Welke past NIET in het rijtje?
a. Lichamelijke ontwikkeling
b. Hormonale ontwikkeling
c. Cogniteve ontwikkeling
d. Sociaal-emotonele ontwikkeling
2. Wat doet de hypothalamus?
a. Het bouwt de hypofyse op
b. Het maakt hormonen aan
c. Het geef het startsignaal voor de puberteit
3. Welke uitspraken zijn juist?
a. Mannen maken testosteron aan
b. Vrouwen maken oestrogeen aan
c. De hypofyse maakt hormonen aan
d. In de hypofyse wordt oestrogeen en testosteron aangemaakt.
4. Welke uitspraak is NIET juist?
a. De amygdala gaat over de emotes
b. De thalamus gaat over het flteren van info
c. Hippocampus slaat informate en feiten op
d. Hypothalamus, amygdala, hippocumpus en thalamus zijn delen in het brein.
e. Hypothalamus gaat over hormonen, slaap, seks en voeding.
5. De pubers zijn de baas en de ouder faciliteert het puberbestaan. Hoe noemen we dit?
a. Familiare setng
b. Het poldermodel
c. Het poldermodel in familiare setng
6. Wat is de juiste defnite van het theezakjesmodel?
a. Het verschijnsel dat er meerdere leerlingen in een klas afzakken naar een lager niveau.
b. Het verschijnsel van afzakken in een havo/vwo klas naar havo.
c. Het verschijnsel waar leerlingen in een havo/vwo klas afzakken naar vmbo of lager.
7. Welke uitspraak over opbrengstgericht werken is NIET correct?
a. De behoefe naar ‘ideaal’ onderwijs.
b. Onderwijsvormen waarbij de autonomie bij de leerlingen wordt gelegd.
c. De behoefe naar ‘normaal’ onderwijs.
8. Waarom kunnen leerlingen nog niet goed plannen, organiseren, prioriteiten stellen,
antciperen en problemen oplossen?
a. De frontaalkwab is nog in ontwikkeling.
b. De hypofyse is voornamelijk bezig met het aanmaken van hormonen.
c. Er ontbreekt kneedbaarheid in de prefrontale cotrex.
9. Noem een reden waarom jongeren in hun eigen sociaal economische laag blijven.
a. Het is niet wenselijk van de ouders
b. De leerlingen voelen zich hier op hun gemak
c. Vaker dan soms is dat de makkelijkste manier om contact te leggen