3 Kennisleer
3.1 Wat is kennisleer?
• Kennisleer = ook wel epistemologie (Grieks woord voor kennis + Grieks woord voor
leer)
Is er zekerheid? Hoe krijgen we kennis? Kun je twijfelen?
• Scepticisme = alles valt te betwijfelen, er is geen zekere kennis
• Montaigne; ‘’je kunt aan alles twijfelen’’ (que-sais-je?); scepticus
3.2 Rationalisme
3.2.1 Radicale twijfel
• René Descartes geeft de sceptici ongelijk; hij gaat twijfelen totdat hij iets
onbetwijfelbaars vindt, deze methode heet ook wel de radicale twijfel
• Descartes; leren spreken ook niet altijd de waarheid
Zintuigen zijn ook niet altijd betrouwbaar
Ook God valt te betwijfelen
3.2.2 Het rationalisme van Descartes
• Gedachte-experiment van Descartes:
1. Je zintuigen kunnen je bedriegen (zintuigen-argument)
2. Misschien is alles een droom (droom-argument)
3. Misschien is er wel een kwade demon die mij bedriegt (demon-argument)
Conclusie: alles is betwijfelbaar
• Kennis verwerven door middel van verstand, ratio = rationalisme
• Maar om te denken, moet je bestaan;
Cogito ergo sum= ik denk, dus ik ben (om te twijfelen moet je bestaan -> zekerheid)
• Hij weet zeker dat cogito ergo sum waar is, omdat hij dat met zijn verstand helder en
duidelijk in ziet.
Conclusie: alles wat hij helder en duidelijk inziet moet wel waar zijn
• God treft begrippen aan in zijn hoofd (bijv. God)
• God is (volgens hem) dus aangeboren en niet aangeleerd
3.2.3 De leer van de aangeboren ideeën
• Door te zeggen dat God een aangeboren begrip is, verdedigt hij het nativisme:
de opvatting dat ideeën aangeboren kunnen zijn
• Alles iets wat perfect is, kan perfectie voortbrengen
• Descartes is zelf imperfect
• ‘God’ en ‘volmaaktheid’ zijn perfect, dat ziet hij helder en duidelijk in; doordat het
perfect is kan de imperfecte Descartes het dus niet zelf hebben bedacht
, • De ideeën kunnen wel uit God zelf komen: Descartes ziet ook in dat wel bestaan
perfecter is dan niet bestaan -> God moet wel bestaan
• Perfectie sluit het kwade uit, vandaar is de wereld (rex extensa) zo goed geschapen
• God = perfect, dus niet kwaad of een bedrieger
Hij zou Descartes dus niet laten denken dat hij een fysiek lichaam in een fysieke
wereld heeft, terwijl dit niet zo is.
• Descartes s dus zowel een denkend ding (res cogitans) als een fysisch ding (res
extensa – een 3 dimensioneel ding, wat uitgebreidheid bezit)
3.3 Empirisme
3.3.1 John Locke en de zintuigelijke waarneming
• Volgens Empristen komt kennis voor uit zintuigelijke ervaring (en zijn ideeën dus niet
aangeboren)
• Locke vindt dus ook dat er geen aangeboren universele principes bestaan; kijk
bijvoorbeeld bij kinderen, dwazen en andere culturen
3.3.2 Radicaal empirisme
• Locke: kennis komt voort uit ervaring, gevormd door waarneming en reflectie
(innerlijk zintuig) daarover.
• Empristen: je kunt nooit twijfelen aan je eigen ervaring
• Locke beseft dat de geest geen andere objecten kent dan eigen ideeën
-> scepticisme/probleem;
Corresponderen jouw ideeën dan wel met de feitelijke buitenwereld?
Is alles een projectie vanuit je hoofd?
Is er wel een buitenwereld?
3.3.3 Primaire en secundaire kwaliteiten
• Dingen bevatten 2 soorten eigenschappen;
Primaire kwaliteiten: feitelijke, onafhankelijke kwaliteiten (temperatuur, vorm,
beweging)
Secundaire kwaliteiten: subjectieve kwaliteiten, afhankelijk van waarneming (kleur,
warmte, geur)
• Er bestaat dus een buitenwereld, maar iedereen ervaart die op zijn eigen manier
3.3.4 George Berkeley en waarneming
• Hoe stel je dan het verschil tussen de primaire en secundaire kwaliteiten vast?
• Locke – primaire kwaliteiten bestaan, onafhankelijk van ons (dus geen ‘’projectie’’
vanuit ons hoofd)
-> bestaat er dan wel een buitenwereld?
3.1 Wat is kennisleer?
• Kennisleer = ook wel epistemologie (Grieks woord voor kennis + Grieks woord voor
leer)
Is er zekerheid? Hoe krijgen we kennis? Kun je twijfelen?
• Scepticisme = alles valt te betwijfelen, er is geen zekere kennis
• Montaigne; ‘’je kunt aan alles twijfelen’’ (que-sais-je?); scepticus
3.2 Rationalisme
3.2.1 Radicale twijfel
• René Descartes geeft de sceptici ongelijk; hij gaat twijfelen totdat hij iets
onbetwijfelbaars vindt, deze methode heet ook wel de radicale twijfel
• Descartes; leren spreken ook niet altijd de waarheid
Zintuigen zijn ook niet altijd betrouwbaar
Ook God valt te betwijfelen
3.2.2 Het rationalisme van Descartes
• Gedachte-experiment van Descartes:
1. Je zintuigen kunnen je bedriegen (zintuigen-argument)
2. Misschien is alles een droom (droom-argument)
3. Misschien is er wel een kwade demon die mij bedriegt (demon-argument)
Conclusie: alles is betwijfelbaar
• Kennis verwerven door middel van verstand, ratio = rationalisme
• Maar om te denken, moet je bestaan;
Cogito ergo sum= ik denk, dus ik ben (om te twijfelen moet je bestaan -> zekerheid)
• Hij weet zeker dat cogito ergo sum waar is, omdat hij dat met zijn verstand helder en
duidelijk in ziet.
Conclusie: alles wat hij helder en duidelijk inziet moet wel waar zijn
• God treft begrippen aan in zijn hoofd (bijv. God)
• God is (volgens hem) dus aangeboren en niet aangeleerd
3.2.3 De leer van de aangeboren ideeën
• Door te zeggen dat God een aangeboren begrip is, verdedigt hij het nativisme:
de opvatting dat ideeën aangeboren kunnen zijn
• Alles iets wat perfect is, kan perfectie voortbrengen
• Descartes is zelf imperfect
• ‘God’ en ‘volmaaktheid’ zijn perfect, dat ziet hij helder en duidelijk in; doordat het
perfect is kan de imperfecte Descartes het dus niet zelf hebben bedacht
, • De ideeën kunnen wel uit God zelf komen: Descartes ziet ook in dat wel bestaan
perfecter is dan niet bestaan -> God moet wel bestaan
• Perfectie sluit het kwade uit, vandaar is de wereld (rex extensa) zo goed geschapen
• God = perfect, dus niet kwaad of een bedrieger
Hij zou Descartes dus niet laten denken dat hij een fysiek lichaam in een fysieke
wereld heeft, terwijl dit niet zo is.
• Descartes s dus zowel een denkend ding (res cogitans) als een fysisch ding (res
extensa – een 3 dimensioneel ding, wat uitgebreidheid bezit)
3.3 Empirisme
3.3.1 John Locke en de zintuigelijke waarneming
• Volgens Empristen komt kennis voor uit zintuigelijke ervaring (en zijn ideeën dus niet
aangeboren)
• Locke vindt dus ook dat er geen aangeboren universele principes bestaan; kijk
bijvoorbeeld bij kinderen, dwazen en andere culturen
3.3.2 Radicaal empirisme
• Locke: kennis komt voort uit ervaring, gevormd door waarneming en reflectie
(innerlijk zintuig) daarover.
• Empristen: je kunt nooit twijfelen aan je eigen ervaring
• Locke beseft dat de geest geen andere objecten kent dan eigen ideeën
-> scepticisme/probleem;
Corresponderen jouw ideeën dan wel met de feitelijke buitenwereld?
Is alles een projectie vanuit je hoofd?
Is er wel een buitenwereld?
3.3.3 Primaire en secundaire kwaliteiten
• Dingen bevatten 2 soorten eigenschappen;
Primaire kwaliteiten: feitelijke, onafhankelijke kwaliteiten (temperatuur, vorm,
beweging)
Secundaire kwaliteiten: subjectieve kwaliteiten, afhankelijk van waarneming (kleur,
warmte, geur)
• Er bestaat dus een buitenwereld, maar iedereen ervaart die op zijn eigen manier
3.3.4 George Berkeley en waarneming
• Hoe stel je dan het verschil tussen de primaire en secundaire kwaliteiten vast?
• Locke – primaire kwaliteiten bestaan, onafhankelijk van ons (dus geen ‘’projectie’’
vanuit ons hoofd)
-> bestaat er dan wel een buitenwereld?