Verzorgingsstaat
H1 Wat is een verzorgingsstaat
Risico’s delen
Nederland is een verzorgingsstaat (= De overheid bemoeit zich actef met de welvaart en het welzijn
van haar inwoners). De kern van onze verzorgingsstaat is de solidariteitsgedachte.
Solidariteit: Als er bereidheid is in een groep of samenleving om risico’s met elkaar te delen.
De drie pijlers
De verzorgingsstaat steunt op drie pijlers:
Sociale zekerheid: Als je werkt betaal je sociale premies. Daarnaast betalen alle
Nederlanders belastng. Hiervan worden voorzieningen zoals de AOW (Algemene
Ouderdomswet) en kinderbijslag betaald. Deze en alle andere regelingen samen noemen we
het socialezekerheidsstelsel (= Alle uitkeringen die mensen verzekeren van een inkomen bij
werkloosheid, ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid.
Goed onderwijs: Onderwijs bereid kinderen en jongeren voor op de arbeidsmarkt.
Goede gezondheidszorg: De overheid betaalt voor een belangrijk deel de kosten van de
gezondheidszorg.
Rechten en plichten
Sociale rechtsstaat: Mensen moeten gelijke kansen hebben om een menswaardig bestaan te leiden
en zichzelf te kunnen ontwikkelen.
Belangrijkste sociale grondrechten:
- Voldoende werkgelegenheid (art. 19)
- Bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art. 20)
- De bewoonbaarheid van het land en een goed leefmilieu (art. 21)
- Volksgezondheid en voldoende werkgelegenheid (art. 22)
- Goed onderwijs (art. 23)
De overheid moet zich inspannen om iedereen aan werk te helpen, maar in ruil daarvoor moet
iedereen die kan werken, zijn best doen om een baan te vinden. Bij de verzorgingsstaat hoort ook de
plicht om premies te betalen voor verzekeringen zoals de AOW, de WW en de zorgverzekering.
De hoofdrolspelers
1. Burgers
Je bent in Nederland zelf verantwoordelijk voor het hebben van werk, een huis en de
opvoeding van je kinderen. Pas als het niet lukt om een baan te vinden, kun je bij de overheid
aankloppen.
2. Overheid
In een verzorgingsstaat speelt de overheid op verschillende terreinen de grootste rol:
Verantwoordelijkheid voor collectieve voorzieningen zoals onderwijs,
gezondheidszorg en uitkeringen.
Het stmuleren van werkgelegenheid.
De inzet voor goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.
Het bevorderen van het welzijn van mensen.
, 3. Werknemers- en werkgeversorganisaties
Het grootste deel van de kosten van de verzorgingsstaat wordt betaald door de werknemers
en de werkgevers. Om voor hun belangen op te komen hebben beide groepen zich
georganiseerd. Werknemers zijn verenigd in vakbonden (= Organisates die de collecteve en
individuele belangen van werknemers behartgen). Als vakbonden samen werken, spreken
we van een vakcentrale, zoals de Federate Nederlandse Vakbeweging (FNV). Werkgevers
hebben zich georganiseerd in werkgeversorganisates zoals het VNO-NCW.
Werkgeversorganisates en vakcentrales noemen we samen de sociale partners. Zij zijn
verantwoordelijk voor het maken van afspraken die voor alle werknemers en werkgevers
gelden. Omdat werkgevers anderen belangen hebben dan werknemers zijn de sociale
partners het vaak niet met elkaar eens. Daarom gaan vakbonden soms over tot actes, zoals
staken of demonstreren.
Op bedrijfstakniveau stellen vakbonden, werkgeversorganisates en werkgevers samen een
collecteve arbeidsovereenkomst (cao) op. In een cao worden de arbeidsvoorwaarden
vastgesteld voor werknemers in één hele bedrijfstak.
In andere landen worden andere keuzes gemaakt. We kijken naar drie modellen:
In de Sovjet-Unie was lange tjd een communistsche planeconomie. Productemiddelen
waren in handen van de overheid en iedereen kreeg hetzelfde loon.
In het Amerikaanse model staat het vrijemarktmechanisme centraal. De belastngen zijn
laag, mensen moeten zichzelf verzekeren en de overheid bemoeit zich niet met de economie.
(Het Angelsaksische model)
Veel Scandinavische landen kennen hoge belastingen en uitgebreide voorzieningen. Hier
staan bijvoorbeeld hoge uitkeringen en riante verlofregelingen tegenover. (Het
Scandinavische model)