College’s gezondheidsleer
Significance of Humaan Aging
- Mensen leven langer nu dan ooit eerder.
- In 2030 zal 40% van de populatie in de VS en de EU 60 jaar of ouder zijn.
- Medicijnen, fnanciin, enz. worden een uitdaging
Visies op gezondheid:
- WHO defnitie:
o Toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn.
- Medisch-biologische visie:
o Gezondheid wordt bepaald door de aanwezigheid van een ziekte of gebrek (interne of
externe factoren). Gericht op 1 individu zonder rekening te houden met de omgeving.
- Salutogenese:
o Medisch-biologisch model wordt aangevuld met behoud en bevordering van
gezondheid.
- Psychologische visie:
o Gezondheid wordt bepaald door geestelijke factoren, cognitie en geheugen.
- Sociologische visie:
o Gezondheid en de maatschappij
- Humanistische en holistische visie:
o Ontwikkeling en persoonlijke groei staan centraal.
Overzicht ontwikkeling:
- Ontwikkeling= geleidelijke aanpassing van fysieke en fysiologische kenmerken vanaf de
conceptie tot de volwassenheid.
o Prenatale ontwikkeling vindt plaats voor de geboorte.
o Postnatale ontwikkeling begint bij de geboorte en gaat door tot de volwassenheid,
wanneer het verouderingsproces begint.
Ontwikkeling:
- Fysieke ontwikkeling -> groei, motorische ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling.
- Psychische ontwikkeling -> persoonlijkheid en karakter.
- Sociale en emotionele ontwikkeling -> sociale vaardigheden, omgaan met anderen en
situaties.
Levensfasen:
- Prenataal: bevruchting tot geboorte -> embryonale fase en foetale fase
- Postnataal:
o Neonatale periode;
o Zuigelingenperiode;
o Peuterperiode;
o Kleuterperiode;
o Schoolleeftijd;
o Puberteit/adolescentie;
o Volwassenen/ouderen.
Gezondheidsbedreigingen:
- Erfelijke aandoeningen – (intern)
- Aangeboren of congenitale aandoeningen
- Besmettelijke ziekten
- Verslaving
- Seksueel overdraagbare aandoeningen
- Leefstijl gerelateerde aandoeningen –voeding
- Ouderdomsaandoeningen
Genetica:
- Leer van de genen en veranderingen in genen
, - Genetische defecten opsporen
- Gevolgen van genetische defecten:
o Geestelijke aandoeningen <> mentale retardatie
o Ontstaan van kwaadaardige kankers
o Somatische of lichamelijke aandoeningen
o Lichamelijk disfunctioneren
Erfelijkheid en ontwikkeling:
- Genotype – iemand 46 chromosomen en genen
- Fenotype – de fysieke expressie van iemands genotype
- Elke lichaamscel of somatische cel heeft 23 paren of 46 chromosomen.
o 22 paren autosomale chromosomen
o Eén paar geslachtschromosomen
Bij mannen anders dan bij vrouwen.
Bij mannen XY
Bij vrouwen XX
Erfelijke ziekten – erven van gendefecten:
- Overerving van autosomaal dominant gen.
- Overerving van een autosomaal recessief gen.
- Geslachtsgebonden overerving
o Afwijkend gen ligt op het X-geslachtschromosoom
- Chromosomale aandoeningen
- Geslachtsgebonden aandoeningen
Aumtosoaaal doainante aandoeningen:
- Men erft afwijkende dominant autosomaal genen.
- 1 van de ouders is drager van het dominante autosomale gen.
- Zowel meisjes als jongens kunnen de afwijkende genen of allelen erven.
- In iedere generatie en even vaak bij jongens als bij meisjes.
- Neurofbromatose:
o Fout in het neurofbroom gen (autosomaal gen)
o Tekort aan het eiwit neurofbromine
o Ongecontroleerde celgroei van huid-, zenuw- en bindweefsel
o Verstoorde uitwisseling van signalen tussen hersencellen
o Motorische-, cognitieve- en psychische ontwikkelingsachterstand
o Neurofbromatose type 1= perifeer + centraal
o Neurofbromatose type 2= centraal (hersenen en ruggenmerg)
Geslachtsgebonden overerving:
- Defecten genen liggen op het X-chromosoom nummer 23 (geslachtschromosoom)
- Kinderen hebben 50% kans dat zij het defecte gen krijgen van de moeder.
o Jongens die het defecte gen van de moeder ontvangen worden ziek en meisjes die het
defecte gen krijgen van de moeder zijn draagster.
- Geslachtsgebonden aandoeningen komen het meest voor bij mannen.
- Vrouwen zijn in het meest voorkomende geval de dragers (X).
Fragiel X syndrooa:
- Verstandelijke beperking die op autisme lijkt.
- Uiterlijke kenmerken.
- Het syndroom wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen (FMR1) dat zich bevindt op het
X-geslachtschromosoom.
- FMR1= fragile mental retardation gen
- Ongeveer 1 op de 1500 mannen heeft dit syndroom.
- Op het syndroom van Down na is dit de meest voorkomende genetische oorzaak van mentale
retardatie.
- Geestelijke achteruitgang.
- Macro-orchidie (te grote testes)
- Lichte tot zeer ernstige verstandelijke handicap.
- Schuw gedrag, vermijden van oogcontact.
Significance of Humaan Aging
- Mensen leven langer nu dan ooit eerder.
- In 2030 zal 40% van de populatie in de VS en de EU 60 jaar of ouder zijn.
- Medicijnen, fnanciin, enz. worden een uitdaging
Visies op gezondheid:
- WHO defnitie:
o Toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn.
- Medisch-biologische visie:
o Gezondheid wordt bepaald door de aanwezigheid van een ziekte of gebrek (interne of
externe factoren). Gericht op 1 individu zonder rekening te houden met de omgeving.
- Salutogenese:
o Medisch-biologisch model wordt aangevuld met behoud en bevordering van
gezondheid.
- Psychologische visie:
o Gezondheid wordt bepaald door geestelijke factoren, cognitie en geheugen.
- Sociologische visie:
o Gezondheid en de maatschappij
- Humanistische en holistische visie:
o Ontwikkeling en persoonlijke groei staan centraal.
Overzicht ontwikkeling:
- Ontwikkeling= geleidelijke aanpassing van fysieke en fysiologische kenmerken vanaf de
conceptie tot de volwassenheid.
o Prenatale ontwikkeling vindt plaats voor de geboorte.
o Postnatale ontwikkeling begint bij de geboorte en gaat door tot de volwassenheid,
wanneer het verouderingsproces begint.
Ontwikkeling:
- Fysieke ontwikkeling -> groei, motorische ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling.
- Psychische ontwikkeling -> persoonlijkheid en karakter.
- Sociale en emotionele ontwikkeling -> sociale vaardigheden, omgaan met anderen en
situaties.
Levensfasen:
- Prenataal: bevruchting tot geboorte -> embryonale fase en foetale fase
- Postnataal:
o Neonatale periode;
o Zuigelingenperiode;
o Peuterperiode;
o Kleuterperiode;
o Schoolleeftijd;
o Puberteit/adolescentie;
o Volwassenen/ouderen.
Gezondheidsbedreigingen:
- Erfelijke aandoeningen – (intern)
- Aangeboren of congenitale aandoeningen
- Besmettelijke ziekten
- Verslaving
- Seksueel overdraagbare aandoeningen
- Leefstijl gerelateerde aandoeningen –voeding
- Ouderdomsaandoeningen
Genetica:
- Leer van de genen en veranderingen in genen
, - Genetische defecten opsporen
- Gevolgen van genetische defecten:
o Geestelijke aandoeningen <> mentale retardatie
o Ontstaan van kwaadaardige kankers
o Somatische of lichamelijke aandoeningen
o Lichamelijk disfunctioneren
Erfelijkheid en ontwikkeling:
- Genotype – iemand 46 chromosomen en genen
- Fenotype – de fysieke expressie van iemands genotype
- Elke lichaamscel of somatische cel heeft 23 paren of 46 chromosomen.
o 22 paren autosomale chromosomen
o Eén paar geslachtschromosomen
Bij mannen anders dan bij vrouwen.
Bij mannen XY
Bij vrouwen XX
Erfelijke ziekten – erven van gendefecten:
- Overerving van autosomaal dominant gen.
- Overerving van een autosomaal recessief gen.
- Geslachtsgebonden overerving
o Afwijkend gen ligt op het X-geslachtschromosoom
- Chromosomale aandoeningen
- Geslachtsgebonden aandoeningen
Aumtosoaaal doainante aandoeningen:
- Men erft afwijkende dominant autosomaal genen.
- 1 van de ouders is drager van het dominante autosomale gen.
- Zowel meisjes als jongens kunnen de afwijkende genen of allelen erven.
- In iedere generatie en even vaak bij jongens als bij meisjes.
- Neurofbromatose:
o Fout in het neurofbroom gen (autosomaal gen)
o Tekort aan het eiwit neurofbromine
o Ongecontroleerde celgroei van huid-, zenuw- en bindweefsel
o Verstoorde uitwisseling van signalen tussen hersencellen
o Motorische-, cognitieve- en psychische ontwikkelingsachterstand
o Neurofbromatose type 1= perifeer + centraal
o Neurofbromatose type 2= centraal (hersenen en ruggenmerg)
Geslachtsgebonden overerving:
- Defecten genen liggen op het X-chromosoom nummer 23 (geslachtschromosoom)
- Kinderen hebben 50% kans dat zij het defecte gen krijgen van de moeder.
o Jongens die het defecte gen van de moeder ontvangen worden ziek en meisjes die het
defecte gen krijgen van de moeder zijn draagster.
- Geslachtsgebonden aandoeningen komen het meest voor bij mannen.
- Vrouwen zijn in het meest voorkomende geval de dragers (X).
Fragiel X syndrooa:
- Verstandelijke beperking die op autisme lijkt.
- Uiterlijke kenmerken.
- Het syndroom wordt veroorzaakt door een mutatie in een gen (FMR1) dat zich bevindt op het
X-geslachtschromosoom.
- FMR1= fragile mental retardation gen
- Ongeveer 1 op de 1500 mannen heeft dit syndroom.
- Op het syndroom van Down na is dit de meest voorkomende genetische oorzaak van mentale
retardatie.
- Geestelijke achteruitgang.
- Macro-orchidie (te grote testes)
- Lichte tot zeer ernstige verstandelijke handicap.
- Schuw gedrag, vermijden van oogcontact.