Lyndsey Bommer
645220
Palliatieve zorg
Bijeenkomst 1
Palliatieve zorg= zorg die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten die te maken hebben met een
levensbedreigende aandoening of ernstige kwetsbaarheid.
Curatieve zorg Palliatieve zorg
Doel: genezen Doel: behoud/ verbetering van kwaliteit van leven
Behandelen Behandeling van ziekte indien mogelijk en alleen na
afweging voor- en nadelen
Maximaal reanimeerbeleid Overeengekomen reanimeerbeleid
Protocollaire zorg Zorg op maat
ADL tijdelijk afhankelijk Wisselende ADL afhankelijkheid
Uiteindelijk: integratie in persoonlijk en sociaal leven Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven
Curatieve fase= genezing.
Palliatieve fase= kwaliteit van leven.
Terminale fase= kwaliteit van sterven.
Dimensies
1. Lichamelijke dimensie
2. Psychische dimensie
3. Sociale dimensie
4. Existentiële dimensie spiritualiteit
Thema’s
- Kwaliteit van leven. Lichamelijk, sociaal en psychisch van belang.
- Symptoommanagement
- Multidimensionale zorg
- Zorg voor cliënt en diens naasten.
- Anticiperen en proactieve zorgplanning (advanced care planning, ACP).
- Autonomie
Markering PZ
In hoeverre zou het mij verbazen als deze zorgvrager binnen één jaar is overleden? Bij nee start de palliatieve
fase.
A. Relatief stabiele fase die meerdere jaren kan duren. Plotselinge en snelle achteruitgang (weken of
maanden). Bij de diagnose hebben zorgvragers nog een hoog functioneringsniveau, balans verschuift
naar symptoomgerichte palliatie. Ziektegerichte palliatie speelt hier een grote rol. Oncologische
ziekten.
B. Geleidelijke achteruitgang (ook met optimale behandeling) met ernstige episodes (exacerbaties). Lager
functioneringsniveau bij diagnose, overlijden is meestal plotseling tijdens exacerbatie. Ziekte- en
symptoomgerichte palliatie spelen een rol. Chronisch orgaan falen.
C. Geleidelijke maar voortdurende achteruitgang. Lang aanwezige, onvoorspelbare achteruitgang. Laag
functioneringsniveau bij diagnose. Kwetsbare/ fragiele patiënten: dementie/ geriatrische patiënt.
1
, Lyndsey Bommer
645220
Fasen
1. Voornamelijk ziektegerichte palliatie
a. Kwaliteit van leven behouden en verbeteren
2. Voornamelijk symptoomgerichte palliatie
a. Klachten voorkomen
b. Symptomen verminderen
3. Palliatie in de stervensfase
a. Waardig sterven
4. Overlijden
5. Nazorg
Ziektegerichte en symptoomgerichte palliatie lopen vaak door elkaar heen.
Proactieve zorgplanning= continu dynamisch proces van gesprekken over levensdoelen en keuzes en welke
zorg daar nu en in de toekomst bij past.
Bij antwoord ‘nee’ op de suprisequestion start ACP. Het gaat om anticiperende besluitvorming over
toekomstige zorg waarbij gezamenlijke besluitvorming (SDM) centraal staat. ACP leidt tot minder
overbehandeling in de laatste fase.
Beoogde resultaten ACP
1. Vastgesteld behandeldoel geeft richting aan beslissing over zorg en behandeling in latere fases.
2. Een betere kwaliteit van leven (minder symptoomlast) in de laatste levensfase/stervensfase.
3. Meer (verwijzing naar) palliatieve zorg voor zorgvragers die dat willen en nodig hebben.
4. Minder overbodige diagnostische interventies in deze fase.
5. Voorkomen van onnodige/onwenselijke handelingen zoals ongewenste ziekenhuisopnamen.
6. Optimale en eenduidige communicatie.
7. Goede informatievoorziening (ook voor naasten).
8. Betere documentatie van wensen.
9. De patiënt het gevoel te geven in veilige professionele handen te zijn.
2
645220
Palliatieve zorg
Bijeenkomst 1
Palliatieve zorg= zorg die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten die te maken hebben met een
levensbedreigende aandoening of ernstige kwetsbaarheid.
Curatieve zorg Palliatieve zorg
Doel: genezen Doel: behoud/ verbetering van kwaliteit van leven
Behandelen Behandeling van ziekte indien mogelijk en alleen na
afweging voor- en nadelen
Maximaal reanimeerbeleid Overeengekomen reanimeerbeleid
Protocollaire zorg Zorg op maat
ADL tijdelijk afhankelijk Wisselende ADL afhankelijkheid
Uiteindelijk: integratie in persoonlijk en sociaal leven Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven
Curatieve fase= genezing.
Palliatieve fase= kwaliteit van leven.
Terminale fase= kwaliteit van sterven.
Dimensies
1. Lichamelijke dimensie
2. Psychische dimensie
3. Sociale dimensie
4. Existentiële dimensie spiritualiteit
Thema’s
- Kwaliteit van leven. Lichamelijk, sociaal en psychisch van belang.
- Symptoommanagement
- Multidimensionale zorg
- Zorg voor cliënt en diens naasten.
- Anticiperen en proactieve zorgplanning (advanced care planning, ACP).
- Autonomie
Markering PZ
In hoeverre zou het mij verbazen als deze zorgvrager binnen één jaar is overleden? Bij nee start de palliatieve
fase.
A. Relatief stabiele fase die meerdere jaren kan duren. Plotselinge en snelle achteruitgang (weken of
maanden). Bij de diagnose hebben zorgvragers nog een hoog functioneringsniveau, balans verschuift
naar symptoomgerichte palliatie. Ziektegerichte palliatie speelt hier een grote rol. Oncologische
ziekten.
B. Geleidelijke achteruitgang (ook met optimale behandeling) met ernstige episodes (exacerbaties). Lager
functioneringsniveau bij diagnose, overlijden is meestal plotseling tijdens exacerbatie. Ziekte- en
symptoomgerichte palliatie spelen een rol. Chronisch orgaan falen.
C. Geleidelijke maar voortdurende achteruitgang. Lang aanwezige, onvoorspelbare achteruitgang. Laag
functioneringsniveau bij diagnose. Kwetsbare/ fragiele patiënten: dementie/ geriatrische patiënt.
1
, Lyndsey Bommer
645220
Fasen
1. Voornamelijk ziektegerichte palliatie
a. Kwaliteit van leven behouden en verbeteren
2. Voornamelijk symptoomgerichte palliatie
a. Klachten voorkomen
b. Symptomen verminderen
3. Palliatie in de stervensfase
a. Waardig sterven
4. Overlijden
5. Nazorg
Ziektegerichte en symptoomgerichte palliatie lopen vaak door elkaar heen.
Proactieve zorgplanning= continu dynamisch proces van gesprekken over levensdoelen en keuzes en welke
zorg daar nu en in de toekomst bij past.
Bij antwoord ‘nee’ op de suprisequestion start ACP. Het gaat om anticiperende besluitvorming over
toekomstige zorg waarbij gezamenlijke besluitvorming (SDM) centraal staat. ACP leidt tot minder
overbehandeling in de laatste fase.
Beoogde resultaten ACP
1. Vastgesteld behandeldoel geeft richting aan beslissing over zorg en behandeling in latere fases.
2. Een betere kwaliteit van leven (minder symptoomlast) in de laatste levensfase/stervensfase.
3. Meer (verwijzing naar) palliatieve zorg voor zorgvragers die dat willen en nodig hebben.
4. Minder overbodige diagnostische interventies in deze fase.
5. Voorkomen van onnodige/onwenselijke handelingen zoals ongewenste ziekenhuisopnamen.
6. Optimale en eenduidige communicatie.
7. Goede informatievoorziening (ook voor naasten).
8. Betere documentatie van wensen.
9. De patiënt het gevoel te geven in veilige professionele handen te zijn.
2