Les 1: Koolhydraten
Koolhydraten zijn opgebouwd uit monosachariden en krijg je via voeding binnen. Ze leveren per gram 4
kcal op aan energie. Koolhydraten worden omgezet/afgesplitst in glucose om energie uit te halen voor het
functioneren van het lichaam.
Soorten:
o Monosachariden (enkelvoudige koolhydraat; zoals glucose, fructose, galactose).
o Disachariden (tweevoudig koolhydraat; zoals sacharose (glu + fru), lactose (glu + gal),
maltose (glu + glu)).
Suikers: Kunnen vallen onder mono- of disachariden. Functies zijn het leveren
van energie, conserveren van voedselproducten, verbeteren of versterken van
smaak en volume geven aan voedsel.
o Oligosachariden (drie tot tienvoudig koolhydraat).
o Polysachariden (meervoudige koolhydraten; zoals zetmeel, glycogeen, cellulose, vezels).
Vezels: Zijn onverteerbare koolhydraten.
Oplosbare (in fruit, groente, peulvruchten, maïs en haver): Ze leveren
een klein beetje energie en zijn oplosbaar in water + fermenteerbaar in
het colon.
Niet-oplosbare (in brood, graanproducten, groenten en noten):
Cellulose, hemicellulose en lignine. Ze geven volume aan voedsel,
bevordert de speekselproductie, goede darmwerking, ontlasting,
verzadigingsgevoel en is cholesterolverlagend.
Zetmeel: Onder andere opgeslagen in aardappelen en bestaat uit amylose en
amylopectine.
Amylose: Onvertakte, lange, rechte lijn met allemaal glucose aan elkaar
gekoppeld.
Amylopectine: Vertakte keten, kan hierdoor sneller verteerd worden.
Glycogeen: De vorm waarin glucose wordt opgeslagen in het lichaam.
Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid: Je hebt koolhydraten nodig om afraak van weefseleiwit te
voorkomen en de Gezondheidsraad raadt daarom aan om 40 en% per dag te consumeren. Het
advies van het aantal vezels is 25-35 gram per dag.
o Bij afraak van lichaamseigen weefseleiwit wordt er 200 gram per dag koolhydraten
geproduceerd als er geen koolhydraten door voeding binnenkomen en de
glycogeenvoorraad uitgeput is. Wordt voornamelijk gevormd uit aminozuren.
o In Nederland zijn er nog geen kwantitatieve richtlijnen voor mono- en dissachariden in de
voeding.
o Volwassenen eten in Nederland gemiddeld ongeveer 230 - 300 gram per dag aan
koolhydraten. En dat is meer dan de ADH
Functies:
o Levert ongeveer 50% van de energie die je nodig hebt.
o Glucose levert energie voor de hersenen en andere zenuwcellen.
o Glucose is nodig voor ontwikkeling van rode bloedcellen.
Gluconeogenese is de vorming van glucose uit eiwiten (ook glycerol en lactaat) als de glycogeenvoorraad
in het lichaam uitgeput raakt. Bij de stijging van vetverbranding (naarmate je langer niks eet), ontstaat er
vorming van ketonlichamen, maar gaat pas in werking na twee weken koolhydraatarm eten.
Glycemische index is hoe snel de glucose uit koolhydraten beschikbaar komt. Een lage GI is aanbevolen,
omdat je hierdoor minder hoge glucose pieken hebt na het eten en dus ook minder hoge insuline pieken.
Hoe minder gevoelig je raakt door insuline, hoe meer je kans hebt op diabetes.
1