Bronvermelding
Titel : Retorische kritiek
Druk : 1e druk, 2007
Auteur : T. Braet
Uitgever : Sdu Uitgevers
ISBN (boek) : 9789012119566
Aantal hoofdstukken (boek) : 6
Aantal pagina’s (boek) : 203
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen.
Je dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel
nastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd
het bijbehorende studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse
verwijzingen naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2011 StudentsOnly B.V. Alle rechten
voorbehouden. De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit
uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding 3
Hoofdstuk 2 De retoriek van de inhoud 5
Hoofdstuk 3 De retoriek van de ordening 10
Hoofdstuk 4 De retoriek van de verwoording 12
Hoofdstuk 5 De retoriek van de presentatie 16
Hoofdstuk 6 Retorische kritiek 17
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels! 2
Bron : Retorische kritiek - Antoine Braet
, Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Onderwerp, doel en werkwijze van dit boek
Een betoog is een schriftelijke of mondelinge tekst waarin schrijvers of sprekers hun mening
(standpunt) verkondigen. Om de lezer/luisteraar te overtuigen gebruiken ze argumenten. In
andere woorden: in dit boek gaat het om overtuigende, argumentatieve of persuasieve teksten.
(Persuasief betekent overredend, overtuigend.) Betogen kunnen lang of kort zijn, om een
privésituatie of om een publieke zaak gaan.
In dit boek gaat het alleen om publieke betogen. Het boek sluit aan bij de klassieke retorica.
Daarom gaat het vooral om de volgende soorten betogen:
− Politieke redes;
− Gerechtelijke pleidooien;
− Gelegenheidstoespraken, waaronder opiniestukken en columns.
Ook andere maatschappelijk relevante stukken komen aan bod. Vaak worden ze door
beroepsschrijvers geschreven.
Een betoog overtuigend maken doe je met retorische middelen. Je wilt de tekst zo goed
mogelijk aan laten sluiten bij het doel en het publiek. Je hebt hiervoor steekhoudende
argumenten nodig en een meeslepende stijl. Dit noem je retoriek. De belangrijkste retorische
eigenschappen zijn: aannemelijkheid, duidelijkheid en boeiendheid.
Retoriek komt van ‘retorica’. Dat betekent ‘de leer van de welsprekendheid’. Retorische
handleidingen werden al geschreven in de klassieke oudheid en de meeste regels van toen
gelden nu nog. De adviezen die de retorici gaven gingen over alle aspecten van de tekst: de
inhoud, de presentatie, de verwoording en de ordening. Voor al deze aspecten zijn retorische
middelen voorhanden.
In dit boek worden de retorische middelen besproken om het inzicht in de overtuigingskracht
van een betoog te verdiepen. Hierdoor kun je na lezing een beter weloverwogen oordeel over
een tekst vellen. Is de tekst overtuigend en waarom?
Iedereen is in staat tot retorische scholing, maar door de theorie te leren en toe te passen
ontwikkel je deze vaardigheid verder. Dit is vooral handig als je later in je werk te maken
krijgt met teksten. Denk vooral aan redacteuren, woordvoerders, speechschrijvers en
voorlichters.
Hoe overtuigend een tekst is hangt af van de retorische middelen die gebruikt zijn. Een
retorische criticus bekijkt of er een goede keus gemaakt is uit alle middelen die er zijn.
Hiervoor moet je de retorische middelen kennen en in de praktijk herkennen. Verder moet de
criticus per geval in kunnen schatten hoe overtuigend een betoog zal zijn voor een bepaald
publiek, of kunnen verklaren waarom een bepaalde tekst wel of niet overtuigend was.
Het belangrijkste boek uit de oudheid wat betreft retoriek is ‘Retorica’ van Aristoteles, uit 330
v.Chr. Het laatste boek van toen is ‘Opleiding tot redenaar’ van Quintilianus (95 n.Chr.).
Dit boek probeert de belangrijkste inzichten samen te brengen tot één geheel. De voorbeelden
zijn modern.
De hoofdstukindeling komt van Quintilianus. Het gaat dan om de vier aspecten van een tekst:
inhoud, presentatie, verwoording en ordening.
Daarnaast zijn er drie inhoudelijke overtuigingsmiddelen. Deze driedeling is erg belangrijk en
komt van Aristoteles. Het gaat om ethos (karakter), pathos (emotie) en logos (argumentatie).
Tot slot zijn er vier stijldeugden: duidelijkheid, passendheid, correctheid en aantrekkelijkheid.
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels! 3
Bron : Retorische kritiek - Antoine Braet