Inhoud
................................................................................................................................................................. 1
Wat is ethiek? .......................................................................................................................................... 2
Verpleegkundige beroepsethiek ............................................................................................................. 6
Autonomie ............................................................................................................................................... 9
Rechtvaardigheid................................................................................................................................... 12
De Georgetown Mantra ........................................................................................................................ 14
Diversiteit in de zorg.............................................................................................................................. 17
Morele onenigheid ................................................................................................................................ 20
1
,Ethiek periode 3 (verpleegkunde leerjaar 1) 2017/2018
Wat is ethiek?
Leerdoelen
wat het onderwerp van de ethiek is
wat ethische normen en waarden zijn
wat de plichtenethiek is (deontologie)
wat de gevolgenethiek is (consequentialisme)
wat de deugdenethiek is
wat de zorgethiek is
belangrijke tekortkomingen van deze soorten ethiek te noemen
Kan deze soorten ethiek toepassen op casuïstiek
Ethiek en recht
Recht en ethiek zijn verwant aan elkaar, maar niet hetzelfde.
Overeenkomsten:
Gaan beide over wat mensen wel of niet mogen doen;
Het recht heeft vaak een morele lading.
Verschillen:
Recht is door mensen gemaakt, ethiek is een gegeven;
Recht is doorgaans niet universeel verplichtend;
Ethiek gaat specifiek over wat mensen elkaar wel of niet mogen aandoen, het recht is breder;
Het recht wordt afgedwongen door de staat.
In de ethiek denkt men over het menselijke handelen vanuit het gezichtspunt van goed en kwaad of
juist en onjuist.
Het gaat in de ethiek om dit soort vragen:
Hoe behoren wij met elkaar om te gaan?
Wat mag men doen en wat moet men laten?
Wat is het goede leven?
o Wat is goede zorg?
o Hoe behoren verpleegkundigen in allerlei praktijksituaties te handelen?
In de ethiek gaat het om handelen:
Handelen is iets doen, laten of zeggen voor een reden;
Alleen mensen handelen en daarom kunnen alleen zij moreel of immoreel zijn.
In de ethiek denkt men over het menselijke handelen vanuit het gezichtspunt van ethische normen
en waarden.
Ethische normen:
Het ethische ‘moeten’ (‘behoren’, ‘mogen’ etc.) verwijst naar ethische normen;
Ethische normen zijn gedragsregels, ze gebieden of verbieden bepaalde handelingen;
Ethische normen schrijven voor hoe we met anderen behoren om te gaan.
Soorten ethiek
Er zijn verschillende soorten normatieve theorieën:
1. Gevolgenethiek (consequentialisme)– de handeling verrichten die de meeste goede gevolgen
heeft;
2
, Ethiek periode 3 (verpleegkunde leerjaar 1) 2017/2018
2. Plichtethiek of principes ethiek (deontologie)– je morele plicht doen, ongeacht de gevolgen
voor jezelf of anderen;
3. Deugdethiek – handelen vanuit goede bedoelingen;
4. Zorgethiek.
Vier benaderingen van ethische kwesties:
1. Deugdenethiek: wat kenmerkt een goed mens? De kwaliteiten van de handelende persoon
staan centraal.
2. Plichtethiek: de handeling beoordelen op grond van morele waarden. De benadering waar je
vooral kijkt naar de betekenis van de handeling zelf, lost van gevolgen of omstandigheden.
3. Gevolgenethiek: wat levert het beste resultaat? Je kijkt vooral naar de resultaten van een
handeling.
4. Zorgethiek: uitgaan van de specifieke zorgsituatie. Ethische vragen en problemen spelen zich
altijd binnen concrete situaties af en betreffen alle betrokkenen
Soorten ethiek zijn verschillende opvatting over wat een bepaalde handeling ethisch juist of onjuist
maakt.
Paternalisme: houding of denkwijze waarbij iemand beslissingen voor een ander neemt.
Moralisme: benadering waarin mensen hun eigen moraal proberen op te leggen aan anderen.
Gevolgenethiek (consequentialisme)
Alleen het resultaat telt, ongeacht de manier waarop;
Utilisme: het grootste nut voor het grootste aantal mensen;
Een handeling is goed als je daardoor goede resultaten bereikt, het maakt niet uit hoe je er
komt. Voorbeeld : liegen;
Het gaat dus om de gevolgen van je gedrag.
Kritiekpunten:
Doel heiligt de middelen;
De positie van minderheden;
In strijd met basale ethische intuïties.
Plichtenethiek (deontologie)
De aard van de handeling, de manier waarop iets bereikt wordt is moreel belangrijk, niet het
resultaat;
Rechten en plichten;
Je bent verplicht je aan bepaalde waarden en normen te houden, bijv. je mag niet liegen, De
10 geboden, de Universele Verklaring van de Rechten van de mens, de Rechten van het Kind.
Je beoordeelt dus los van de gevolgen.
Kritiekpunten:
In strijd met basale ethische intuïties;
De botsing van plichten.
Deugden ethiek
Karakter en de intentie achter het handelen zijn moreel belangrijk;
Het goede leven;
Deugden zijn geen beperkende normen of vage waarden, maar kwaliteiten waarin je
uitblinkt;
De ethische deugden geven de weg naar het goede aan.
3