Vastgoed
ontwikkeling:
Vastgoed
Boek: Basisboek vernieuwbouw, beheer en onderhoud
V&M, Hanzehogeschool te Groningen – Teckla de Boer 17 April y
VGO: VASTGOED 1
, Hoofdstuk 1; Vastgoedbeheer
1.1 Wat is vastgoed?
Vastgoed: het ontwikkelen en creëren van waarde op een bepaalde plaats.
- Woningen, gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur.
Waardes:
Economische waarde
Esthetsche waarde
Sociale waarde
Verkoopwaarde
Executewaarde
WOZ-waarde
1.1.4.1 Wet en regelgeving overheid: Woningwet
Woningwet: hierin is het weteliik kader voor overheidsintervente met betrekking tot woningen
vastgelegd.
- 1901
- Doel: bewoning van slechte woningen onmogeliik maken en de bouw van goede woningen
bevorderen.
- Bouwregelgeving, voorschrifen.
- Verplicht gemeenten een Welstandsnota op te stellen.
Welstandsnota: hierin staat voor ieder gebied dat een gemeente ‘welstandsgevoelig’ vindt, aangegeven
wat de welstandseisen ziin.
Rijksnota’s: geven richtng aan de inrichtng van Nederland.
Bestemmingsplan: hierin wordt aangegeven waar de grond in een plan voor bestemd is.
- Woningbouw, recreate, industrie, straten, agrarische doeleinden.
Omgevingsrecht: verzameling van wet- en regelgeving die betrekking heef op de omgeving waarin we
recreëren, werken en wonen.
Monumentenwet: doel: historische gebouwen voor het nageslacht veilig te stellen.
Energieprestatenormering (EPN): energie eisen.
Energieprestatecoëfcient (EPC): hiermee moet de ontwerper van het gebouw aantonen dat het
energieverbruik binnen het gebouw niet de normen zal overschriiden die het Bouwbesluit stelt.
- Max 0,6 voor woningen.
VGO: VASTGOED 2
,1.1.5 Begrippen
Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeelteliik oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten
van een bouwwerk, en het geheel of gedeelteliik oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van
een standplaats.
Bouwconstructe: een knooppunt van bouwdelen die samen een functonele eenheid van een gebouw
vormen.
Bouwdeel: bestaat uit een of meer materialen die een gebouwonderdelen vormen, zoals een goot of een
koziin.
Bouwwerk: elke constructe van enige omvang van metaal, steen, hout of een ander materiaal die op de
plaats van bestemming hetzii direct hetzii indirect met de grond verbonden is, hetzii direct of indirect steun
vindt op de grond, bedoeld om ter plaatse te functoneren.
Exploitatekosten: alle kosten voor het in eigendom hebben van een gebouw.
Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankeliike overdekte, geheel of gedeelteliik met wanden
omsloten ruimte vormt.
Onderhoud: het in stand houden van de oorspronkeliike prestates van het gebouw.
Onderhoudsobject: een gebouw of een deel van een gebouw dat uit het oogpunt van onderhoud een
eenheid vormt.
Wettelijke levensduur van een gebouw: de tid dat het gebouw bliif voldoen aan de eisen die vanuit de
wet ziin gesteld.
Verblijfsruimte: een besloten ruimte, die bestemd is voor het verbliiven van mensen.
Verblijfsgebied: een besloten ruimte die bestaat uit een of meer met elkaar in verbinding staande, op
dezelfde bouwlaag gelegen verkeersruimten anders dan een toilet- of badruimte, gemeenschappeliike
verkeersruimte of technische ruimte.
1.2 Doel vastgoed
Doeleinden van vastgoed:
Middel om menseliike behoefe te bevredigen.
Middel om inkomen te verwerven via primaire processen.
Productemiddel.
Eindproduct.
1.2.1 Menselijke behoefen
Diensten en goederen verkrijgen door:
Zelf een product of dienst te leveren.
Ervoor te betalen.
VGO: VASTGOED 3
, 1.2.2 Primaire processen
- Inkomen wordt verworven uit het leveren van diensten of het verkopen van producten.
Primaire processen: producteprocessen.
Primaire processen laten plaatsvinden door:
Mensen
Productemiddelen
Grondstoffen
Geld
1.2.3 Productemiddelen
Prestate-eis: niveau van weteliike, economische esthetsche en functonele eigenschappen waaraan een
bouwdeel, een constructe, een gebouw of materiaal moet voldoen.
1.2.4 Eindproducten
- Een gebouw is een eindproduct als het wordt aangeboden ter verkoop of verhuur om inkomen te
verwerven.
1.3 ‘Levensloop gebouw’
1.3.1 Verkrijgen van gebouw
Levensloop van een gebouw:
Verkriigen van gebouw.
In gebruik heggen en houden van gebouw.
Slopen van gebouw.
Fasen verkrijgen gebouw:
Initatef en onderzoek
Programma van Eisen
Ontwerp
Priisvorming
Uitvoering
Oplevering en nacalculate
1.3.2 Initatef en onderzoek
Van belang:
Budget van de opdrachtgever overeenstemt met de investeringskosten.
Exploitatekosten tidens het gebruik hanteerbaar ziin.
Voldoende rendement uit de investering te genereren is.
VGO: VASTGOED 4
ontwikkeling:
Vastgoed
Boek: Basisboek vernieuwbouw, beheer en onderhoud
V&M, Hanzehogeschool te Groningen – Teckla de Boer 17 April y
VGO: VASTGOED 1
, Hoofdstuk 1; Vastgoedbeheer
1.1 Wat is vastgoed?
Vastgoed: het ontwikkelen en creëren van waarde op een bepaalde plaats.
- Woningen, gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur.
Waardes:
Economische waarde
Esthetsche waarde
Sociale waarde
Verkoopwaarde
Executewaarde
WOZ-waarde
1.1.4.1 Wet en regelgeving overheid: Woningwet
Woningwet: hierin is het weteliik kader voor overheidsintervente met betrekking tot woningen
vastgelegd.
- 1901
- Doel: bewoning van slechte woningen onmogeliik maken en de bouw van goede woningen
bevorderen.
- Bouwregelgeving, voorschrifen.
- Verplicht gemeenten een Welstandsnota op te stellen.
Welstandsnota: hierin staat voor ieder gebied dat een gemeente ‘welstandsgevoelig’ vindt, aangegeven
wat de welstandseisen ziin.
Rijksnota’s: geven richtng aan de inrichtng van Nederland.
Bestemmingsplan: hierin wordt aangegeven waar de grond in een plan voor bestemd is.
- Woningbouw, recreate, industrie, straten, agrarische doeleinden.
Omgevingsrecht: verzameling van wet- en regelgeving die betrekking heef op de omgeving waarin we
recreëren, werken en wonen.
Monumentenwet: doel: historische gebouwen voor het nageslacht veilig te stellen.
Energieprestatenormering (EPN): energie eisen.
Energieprestatecoëfcient (EPC): hiermee moet de ontwerper van het gebouw aantonen dat het
energieverbruik binnen het gebouw niet de normen zal overschriiden die het Bouwbesluit stelt.
- Max 0,6 voor woningen.
VGO: VASTGOED 2
,1.1.5 Begrippen
Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeelteliik oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten
van een bouwwerk, en het geheel of gedeelteliik oprichten, vernieuwen of veranderen en vergroten van
een standplaats.
Bouwconstructe: een knooppunt van bouwdelen die samen een functonele eenheid van een gebouw
vormen.
Bouwdeel: bestaat uit een of meer materialen die een gebouwonderdelen vormen, zoals een goot of een
koziin.
Bouwwerk: elke constructe van enige omvang van metaal, steen, hout of een ander materiaal die op de
plaats van bestemming hetzii direct hetzii indirect met de grond verbonden is, hetzii direct of indirect steun
vindt op de grond, bedoeld om ter plaatse te functoneren.
Exploitatekosten: alle kosten voor het in eigendom hebben van een gebouw.
Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankeliike overdekte, geheel of gedeelteliik met wanden
omsloten ruimte vormt.
Onderhoud: het in stand houden van de oorspronkeliike prestates van het gebouw.
Onderhoudsobject: een gebouw of een deel van een gebouw dat uit het oogpunt van onderhoud een
eenheid vormt.
Wettelijke levensduur van een gebouw: de tid dat het gebouw bliif voldoen aan de eisen die vanuit de
wet ziin gesteld.
Verblijfsruimte: een besloten ruimte, die bestemd is voor het verbliiven van mensen.
Verblijfsgebied: een besloten ruimte die bestaat uit een of meer met elkaar in verbinding staande, op
dezelfde bouwlaag gelegen verkeersruimten anders dan een toilet- of badruimte, gemeenschappeliike
verkeersruimte of technische ruimte.
1.2 Doel vastgoed
Doeleinden van vastgoed:
Middel om menseliike behoefe te bevredigen.
Middel om inkomen te verwerven via primaire processen.
Productemiddel.
Eindproduct.
1.2.1 Menselijke behoefen
Diensten en goederen verkrijgen door:
Zelf een product of dienst te leveren.
Ervoor te betalen.
VGO: VASTGOED 3
, 1.2.2 Primaire processen
- Inkomen wordt verworven uit het leveren van diensten of het verkopen van producten.
Primaire processen: producteprocessen.
Primaire processen laten plaatsvinden door:
Mensen
Productemiddelen
Grondstoffen
Geld
1.2.3 Productemiddelen
Prestate-eis: niveau van weteliike, economische esthetsche en functonele eigenschappen waaraan een
bouwdeel, een constructe, een gebouw of materiaal moet voldoen.
1.2.4 Eindproducten
- Een gebouw is een eindproduct als het wordt aangeboden ter verkoop of verhuur om inkomen te
verwerven.
1.3 ‘Levensloop gebouw’
1.3.1 Verkrijgen van gebouw
Levensloop van een gebouw:
Verkriigen van gebouw.
In gebruik heggen en houden van gebouw.
Slopen van gebouw.
Fasen verkrijgen gebouw:
Initatef en onderzoek
Programma van Eisen
Ontwerp
Priisvorming
Uitvoering
Oplevering en nacalculate
1.3.2 Initatef en onderzoek
Van belang:
Budget van de opdrachtgever overeenstemt met de investeringskosten.
Exploitatekosten tidens het gebruik hanteerbaar ziin.
Voldoende rendement uit de investering te genereren is.
VGO: VASTGOED 4