Lege jda voeoer alle eeke t
Teken Betekenis:
:
Dus
=> Gevolg:
<= Door (/de oorzaak)
↑ Omhoog
↓ Omlaag
↔ Tussen
* (Tijd-/geld-/calorie-/etc.)Kofers verschillen van maat (groot-klein) en worden anders ingepakt (slordig-
zorgvuldig & in overleg) dat wordt beïnvloedt door schaarste & zorgt ervoor dat kofers op verschillende
manieren worden ingepakt Begrijp je dat? inzicht in schaarste => schaarste
§ Calculerend denken (blz. 55 t/m 58)
* Schaarste dwingt je tot halhulere jd jde ke = De overweging om het ene te doen, met als gevolg het ander
daarvoor te laten (staan) (cocktail vs. toetje)
* Schaarste => calculerend denken (overwegingen met consequentes & concessies) eist je aandacht op
(heeft weer te maken met bandbreedte (tekst ,, blz. , :eader))
§ Speelruimte (blz. 58 t/m 60)
* Kofermetafoor: schaarste => calculerend denken
- Een grote kofer biedt taeelrui ee (het onaangesproken deel van ons budget door onze manier van
inpakken) <= afwezigheid van schaarstedenkpatroon bij de overige inpakruimte: de speciale omgang met
middelen in overvloed)
* Speelruimte ≠ opzettelijk (aangebrachte) ongebruikte ruimte
* Speelruimte = het riiaroejduhe van inpakken in een overvloedtoestand
- Kenmerk van overvloed is het jde kaaeroeoe (bijv. een vakante boeken die je ruwweg kunt veroorloven i.p.v.
banksaldo nauwkeurig berekenen + dat op maken) => taeelrui ee
§ Arme bijen en rijke wespen (blz. 60 t/m 6 )
* Af e e jd gre t ue = hoe meer je hebt, hoe minder waarde elk extra object voor je heeft => ongebruikte
(speel)ruimte
* Arme mensen hebben minder speelruimte omdat ze zich daar minder van kunnen veroorloven
* De voorwerpen die niet in de kofer passen bij arme mensen die wel veel waarde voor hun hebben eisen de
aandacht op Ze kijken met een tunnelvisie naar de resterende dingen Constant bezig met inpakken: het
nog in kunne pakken van de belangrijke spullen eist de aandacht op
* Speelruimte <= minder in beslag worden genomen door het inpakken (rijke mensen)
§ Wat we kopen met speelruimte (blz. 6 t/m 66)
* Door speelruimte kan je kastvulling hebben: je hebt de ruimte om ‘’nutteloze’’ dingen te kopen
oevereoellig reaie
* Speelruimte => vrijheid om je te omringen met overtollig bezit: je vraagt je (bij het kopen van iets) het nut
van iets niet af, omdat er niets voor ingeleverd hoeft te worden => i effihië tie & vertailli g uren waarmee
je helemaal geen plannen had
* Tijd over => tjd verkwisten & verbeuzelen
* Geld over => dingen kopen & het bestaan vergeten
* :uimte over => volle voorraadkasten
* Speelruimte geeft ons de rui ee oe iee ee (aoeeve a kieae : ‘’Ik neem/doe het allebei wel’’
§ :uimte voor fouten (blz. 66 t/m 7 )
* Oati ittitha ala e = een denkfout maken in je planning De consequentes daarvan zijn niet voor
iedereen gelijk: