OZT6
Les 1: Mammaoncologie
Anatomie
Leerdoel 1: de bouw, ligging en globale fysiologie van de mammae (borsten) beschrijven;
Leerdoel 2: de relevante anatomische structuren benoemen en herkennen in een figuur;
Leerdoel 3: de belangrijkste spieren van de thorax, relevant voor mammachirurgie,
benoemen en herkennen in een figuur;
Bouw: tepel (papilla), tepelhof (areola mammae)
• Klierweefsel: exocriene melkklieren (glandula mammaria), lobuli en ducten
− Lobi = één lob
− Lobus = een trosje van lobuli
− Terminal Duct Lobular Unit (TDLU) = lobulus + ductus
− Ductus lactifer = melkgang
− Lobuli =
• Ondersteunend vetweefsel en bindweefsel: bevatten ligamenten van Cooper die
verbinding maken tussen de oppervlakkige en diepe fascie en vorm te behouden
• Bloedvoorziening
• Zenuwvoorziening:
• Lymfevaten, tepel (papilla), tepelhof (areola mammae)
Glandula mammaria:
Lobi: een lob
Lobuli: een kleinere lob va
Alveoli = één druif
Lobulus = klierkwab, takje met meerdere losse druiven
Lobuli (mv) = klierkwabben, meerdere takjes met druiven
Lobus (lobi mv.) = gehele tros druiven
Terminal duct lobular unit (TDLU): lobulus + ductus
Ductus lactifer = melkgang
Ligging: linea medioclavicularis (midden van de clavicula omlaag tussen de 2e en 6e rib)
• M. pectoralis major
• M. serratus anterior
,OZT6
• M. obliquus externus abdominis
• Fascia (voornamelijk pectoralis)
• Omliggende anatomische structuren:
− M. latissimus dorsi
− M. pectoralis minor
,OZT6
− Fascia clavipectoralis
Globale fysiologie:
• Aangelegd in de embryonale fase (man + vrouw)
• Foetus: ontstaan van 2 lijnen van borststreek naar lies = melklijsten
• Pubertijd: oestrogeen en progesteron = volume borstklieren neemt toe = groei borsten
− 13 jaar: vertakte ductuli met knopvormige celgroepjes uiteinde
− 13 – 17 jaar: toename van vertakkingen en aanleg van lobulli
− 17e – 55e: lobulli en ductuli volledig volgroeid
− 55e: atrofie van ductuli → meer vetweefsel → slappere borsten
→ Volumevergroting van ducti lactiferi en toename vetweefsel
→ Na puberteit: systeem van melkgangen wordt uitgebreid bij elke menstruatie
→ Paar dagen voor menstruatie kan klierweefsel toenemen + meer bloed naar mamma
→ Aantal kanaaltjes neemt toe per menstruatie
• Zwangerschap:
− Borstweefsel neemt toe, door gewichtstoename
− Meerdere vertakkingen van klierbuisjes en borstcellen in klierbuisjes nemen toe →
opstapeling van colostrum → vervangen door moedermelk
→ Hormoon oxytocine speelt rol bij uitscheiding van melk
− Na zwangerschap blijft meer klierweefsel over,
• Overgang (vruchtbaarheid naar onvruchtbaarheid):
− Oestrogeen neemt toe → pijnlijk/gespannen gevoel in borsten
− Later uitval van hormoon oestrogeen
Leerdoel 4: de vascularisatie van de mammae benoemen en herkennen in een figuur;
, OZT6
Vascularisatie vanuit oksels en sternum
verlopen netvormig naar de tepel
• A. en v. subclavia → a. en v. axillaris
• A. en v. thoracica interna/a. en v.
mammaria interna (LIMA en RIMA, voor
bypass, lopen verticaal)
• A. en v. thoracica lateralis/ a.en v.
mammaria externa
• 2e tot 6e intercostale arteriae
Bloedvaten in okselkliertoilet:
• A. en v. axillaris
• A. en v. thoracodorsalis
• V. thoraca-epigastrica
Innervatie (zenuwwerking):
• Nn. Intercostales
• Nn. Supraclavicularis
Relevante zenuwen:
• N. thoracodorsalis → m. latissimus dorsi
• N. thoracicus longus → m. serratus anterior
• N. intercostobrachialis → sensoriek
Leerdoel 5: de lymfedrainage van de borstklier beschrijven in relatie tot oncologie;
Begrenzingen voor okselkliertoilet:
• Anterieur (ventraal): musculus perctoralis major
• Dorsaal: musculus latissimus dorsi
Les 1: Mammaoncologie
Anatomie
Leerdoel 1: de bouw, ligging en globale fysiologie van de mammae (borsten) beschrijven;
Leerdoel 2: de relevante anatomische structuren benoemen en herkennen in een figuur;
Leerdoel 3: de belangrijkste spieren van de thorax, relevant voor mammachirurgie,
benoemen en herkennen in een figuur;
Bouw: tepel (papilla), tepelhof (areola mammae)
• Klierweefsel: exocriene melkklieren (glandula mammaria), lobuli en ducten
− Lobi = één lob
− Lobus = een trosje van lobuli
− Terminal Duct Lobular Unit (TDLU) = lobulus + ductus
− Ductus lactifer = melkgang
− Lobuli =
• Ondersteunend vetweefsel en bindweefsel: bevatten ligamenten van Cooper die
verbinding maken tussen de oppervlakkige en diepe fascie en vorm te behouden
• Bloedvoorziening
• Zenuwvoorziening:
• Lymfevaten, tepel (papilla), tepelhof (areola mammae)
Glandula mammaria:
Lobi: een lob
Lobuli: een kleinere lob va
Alveoli = één druif
Lobulus = klierkwab, takje met meerdere losse druiven
Lobuli (mv) = klierkwabben, meerdere takjes met druiven
Lobus (lobi mv.) = gehele tros druiven
Terminal duct lobular unit (TDLU): lobulus + ductus
Ductus lactifer = melkgang
Ligging: linea medioclavicularis (midden van de clavicula omlaag tussen de 2e en 6e rib)
• M. pectoralis major
• M. serratus anterior
,OZT6
• M. obliquus externus abdominis
• Fascia (voornamelijk pectoralis)
• Omliggende anatomische structuren:
− M. latissimus dorsi
− M. pectoralis minor
,OZT6
− Fascia clavipectoralis
Globale fysiologie:
• Aangelegd in de embryonale fase (man + vrouw)
• Foetus: ontstaan van 2 lijnen van borststreek naar lies = melklijsten
• Pubertijd: oestrogeen en progesteron = volume borstklieren neemt toe = groei borsten
− 13 jaar: vertakte ductuli met knopvormige celgroepjes uiteinde
− 13 – 17 jaar: toename van vertakkingen en aanleg van lobulli
− 17e – 55e: lobulli en ductuli volledig volgroeid
− 55e: atrofie van ductuli → meer vetweefsel → slappere borsten
→ Volumevergroting van ducti lactiferi en toename vetweefsel
→ Na puberteit: systeem van melkgangen wordt uitgebreid bij elke menstruatie
→ Paar dagen voor menstruatie kan klierweefsel toenemen + meer bloed naar mamma
→ Aantal kanaaltjes neemt toe per menstruatie
• Zwangerschap:
− Borstweefsel neemt toe, door gewichtstoename
− Meerdere vertakkingen van klierbuisjes en borstcellen in klierbuisjes nemen toe →
opstapeling van colostrum → vervangen door moedermelk
→ Hormoon oxytocine speelt rol bij uitscheiding van melk
− Na zwangerschap blijft meer klierweefsel over,
• Overgang (vruchtbaarheid naar onvruchtbaarheid):
− Oestrogeen neemt toe → pijnlijk/gespannen gevoel in borsten
− Later uitval van hormoon oestrogeen
Leerdoel 4: de vascularisatie van de mammae benoemen en herkennen in een figuur;
, OZT6
Vascularisatie vanuit oksels en sternum
verlopen netvormig naar de tepel
• A. en v. subclavia → a. en v. axillaris
• A. en v. thoracica interna/a. en v.
mammaria interna (LIMA en RIMA, voor
bypass, lopen verticaal)
• A. en v. thoracica lateralis/ a.en v.
mammaria externa
• 2e tot 6e intercostale arteriae
Bloedvaten in okselkliertoilet:
• A. en v. axillaris
• A. en v. thoracodorsalis
• V. thoraca-epigastrica
Innervatie (zenuwwerking):
• Nn. Intercostales
• Nn. Supraclavicularis
Relevante zenuwen:
• N. thoracodorsalis → m. latissimus dorsi
• N. thoracicus longus → m. serratus anterior
• N. intercostobrachialis → sensoriek
Leerdoel 5: de lymfedrainage van de borstklier beschrijven in relatie tot oncologie;
Begrenzingen voor okselkliertoilet:
• Anterieur (ventraal): musculus perctoralis major
• Dorsaal: musculus latissimus dorsi