HOORCOLLEGE 1 EPIDEMIOLOGIE
Studiedesigns, frequentie- en associatiematen
09/01/2023
Epidemiologie
methodologie = proces tussen wetenschappelijke vraag en antwoord daarop
→ onderzoek genereren op betrouwbare kennis
onderzoeksvraag → gegevensverzameling → analyse → rapportage
● kwantitatief onderzoek
→ bevestigen/ ontkrachten onderzoekshypothese
→ onderzoeksvraag met gesloten karakter
→ meting levert getal op
● kwalitatief onderzoek
→ waarom en hoe van menselijk gedrag
→ onderzoeksvraag met open karakter
→ interviews, focusgroepen, observaties
→ onderzoeker onderdeel van metingen
Epidemiologie = wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar gezondheid en ziekte
bij mensen
→ kwantitatief onderzoek
Beschrijvende epidemiologie = voorkomen van ziekten/ gezondheidstoestand populatie
● frequentie: hoe vaak komt iets voor?
● telwaarden: prevalentie en incidentie
→ cumulatieve incidentie: percentage deelnemers dat binnen looptijd een uitkomst
ontwikkeld
→ incidentiedichtheid: frequentie van ontwikkelde uitkomsten, gemeten naar totale
persoons tijd
● associatie: verband determinant en uitkomst
→ numeriek
→ dichotoom
Verklarende epidemiologie = verband determinant en ziekte/ gezondheid, onderzoek
oorzaak/ prognose ziekten
Onderzoeksmethoden
Frequentiematen
● prevalentie = totaal aantal gevallen populatie
- puntprevalentie = aantal gevallen op bepaald moment/ totale populatie o.b.m
- periode prevalentie = aantal gevallen tijdsperiode/ aantal personen tijdsper
● incidentie = aantal nieuwe gevallen populatie
- cumulatieve incidentie = nieuwe gevallen tijdsperiode/ aantal at risk begin
incidentiedichtheid = nieuwe gevallen tijdsperiode/ totale persoons tijd at risk deelnemers
● voordelen
- minder gevoelig looptijd studie/ uitval
, - toepasbaar bij dynamische cohort
● nadelen
- denken in persoonstijd at risk is lastig voor te stellen
- bijhouden persoonstijd in praktijk lastig
- verhuld dat risico constant is
● incidentiedichthedenratio (IDR)
- IDR = ID1/ ID2
Associatiematen
● risico = kans dat iets optreed in een gegeven tijd
- studiedesigns in looptijd/ “at risk”
● relatief risico (RR)
● RR = R1/ R2
● odds = relatieve kans dat iets optreed
- studiedesign proefpersonen niet meer at risk
● odds ratio (OR)
- OR = O1/ O2
Afgeleide associatiematen
● risicoverschil (RV)
- RV = R1 - Ro
● number needed to treat (NNT)
- NNT = 1/ RV
● attributieve proportie onder geëxponeerden (APb)
- APb = 1 - 1/ RR
● attributieve proportie voor de totale populatie (APt)
- APt = p(RR - 1)/ p(RR - 1) + 1
Onderzoeksdesigns
, HOORCOLLEGE 2 EPIDEMIOLOGIE
Betrouwbare kennis over gezondheid
11/01/2023
Valide/ geldig: goede weerspiegeling werkelijkheid en resultaten
validiteit/ geldigheid: vertekening
Bedreiging validiteit
● selectiebias
● informatiebias
● confounding = samenhang met derde variabele suggereert verkeerd verband
Mogelijk gevolg voor effect
● overschatting
● onderschatting
● andere richting
Selectiebias = de onderzoekspopulatie weerspiegelt de doelpopulatie niet
→ afhankelijk bestudeerde determinant
● selectieve inclusie
● selectieve uitval
non differentieel: selectie kans gelijk
→ associatie onderzoekspopulatie gelijk aan associatie doelpopulatie
differentieel: kans om in onderzoekspopulatie terecht te komen ongelijk voor de 2 groepen
→ associatie onderzoekspopulatie ongelijk aan associatie doelpopulatie
In cohort onderzoek
● kans personen om deel te nemen onderzoek afhankelijk bestudeerde ziekte uitkomst
● non differentiële selectie
- selectie kans blootgestelde en niet- blootgestelden anders
- kans niet systematisch anders voor zieken en niet - zieken
- prevalentie vertekend, effectschatting niet vertekend
● differentiële selectie
- selectie kans afhankelijk van ziektestatus aan eind follow-up
- vertekening prevalentie en effectschatting
In patient controle onderzoek
● kans personen om deel te nemen onderzoek afhankelijk bestudeerde determinant
● non differentiële selectie
- selectie kans voor zieken en niet - zieken anders
- kans niet systematisch anders voor blootgestelde en niet- blootgestelden
- effectschatting vertekend, prevalentie niet vertekend
● differentiële selectie
- selectie kans verschillen zieken, niet-zieken (niet-)blootgestelden
- vertekening prevalentie en effectschatting
Studiedesigns, frequentie- en associatiematen
09/01/2023
Epidemiologie
methodologie = proces tussen wetenschappelijke vraag en antwoord daarop
→ onderzoek genereren op betrouwbare kennis
onderzoeksvraag → gegevensverzameling → analyse → rapportage
● kwantitatief onderzoek
→ bevestigen/ ontkrachten onderzoekshypothese
→ onderzoeksvraag met gesloten karakter
→ meting levert getal op
● kwalitatief onderzoek
→ waarom en hoe van menselijk gedrag
→ onderzoeksvraag met open karakter
→ interviews, focusgroepen, observaties
→ onderzoeker onderdeel van metingen
Epidemiologie = wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek naar gezondheid en ziekte
bij mensen
→ kwantitatief onderzoek
Beschrijvende epidemiologie = voorkomen van ziekten/ gezondheidstoestand populatie
● frequentie: hoe vaak komt iets voor?
● telwaarden: prevalentie en incidentie
→ cumulatieve incidentie: percentage deelnemers dat binnen looptijd een uitkomst
ontwikkeld
→ incidentiedichtheid: frequentie van ontwikkelde uitkomsten, gemeten naar totale
persoons tijd
● associatie: verband determinant en uitkomst
→ numeriek
→ dichotoom
Verklarende epidemiologie = verband determinant en ziekte/ gezondheid, onderzoek
oorzaak/ prognose ziekten
Onderzoeksmethoden
Frequentiematen
● prevalentie = totaal aantal gevallen populatie
- puntprevalentie = aantal gevallen op bepaald moment/ totale populatie o.b.m
- periode prevalentie = aantal gevallen tijdsperiode/ aantal personen tijdsper
● incidentie = aantal nieuwe gevallen populatie
- cumulatieve incidentie = nieuwe gevallen tijdsperiode/ aantal at risk begin
incidentiedichtheid = nieuwe gevallen tijdsperiode/ totale persoons tijd at risk deelnemers
● voordelen
- minder gevoelig looptijd studie/ uitval
, - toepasbaar bij dynamische cohort
● nadelen
- denken in persoonstijd at risk is lastig voor te stellen
- bijhouden persoonstijd in praktijk lastig
- verhuld dat risico constant is
● incidentiedichthedenratio (IDR)
- IDR = ID1/ ID2
Associatiematen
● risico = kans dat iets optreed in een gegeven tijd
- studiedesigns in looptijd/ “at risk”
● relatief risico (RR)
● RR = R1/ R2
● odds = relatieve kans dat iets optreed
- studiedesign proefpersonen niet meer at risk
● odds ratio (OR)
- OR = O1/ O2
Afgeleide associatiematen
● risicoverschil (RV)
- RV = R1 - Ro
● number needed to treat (NNT)
- NNT = 1/ RV
● attributieve proportie onder geëxponeerden (APb)
- APb = 1 - 1/ RR
● attributieve proportie voor de totale populatie (APt)
- APt = p(RR - 1)/ p(RR - 1) + 1
Onderzoeksdesigns
, HOORCOLLEGE 2 EPIDEMIOLOGIE
Betrouwbare kennis over gezondheid
11/01/2023
Valide/ geldig: goede weerspiegeling werkelijkheid en resultaten
validiteit/ geldigheid: vertekening
Bedreiging validiteit
● selectiebias
● informatiebias
● confounding = samenhang met derde variabele suggereert verkeerd verband
Mogelijk gevolg voor effect
● overschatting
● onderschatting
● andere richting
Selectiebias = de onderzoekspopulatie weerspiegelt de doelpopulatie niet
→ afhankelijk bestudeerde determinant
● selectieve inclusie
● selectieve uitval
non differentieel: selectie kans gelijk
→ associatie onderzoekspopulatie gelijk aan associatie doelpopulatie
differentieel: kans om in onderzoekspopulatie terecht te komen ongelijk voor de 2 groepen
→ associatie onderzoekspopulatie ongelijk aan associatie doelpopulatie
In cohort onderzoek
● kans personen om deel te nemen onderzoek afhankelijk bestudeerde ziekte uitkomst
● non differentiële selectie
- selectie kans blootgestelde en niet- blootgestelden anders
- kans niet systematisch anders voor zieken en niet - zieken
- prevalentie vertekend, effectschatting niet vertekend
● differentiële selectie
- selectie kans afhankelijk van ziektestatus aan eind follow-up
- vertekening prevalentie en effectschatting
In patient controle onderzoek
● kans personen om deel te nemen onderzoek afhankelijk bestudeerde determinant
● non differentiële selectie
- selectie kans voor zieken en niet - zieken anders
- kans niet systematisch anders voor blootgestelde en niet- blootgestelden
- effectschatting vertekend, prevalentie niet vertekend
● differentiële selectie
- selectie kans verschillen zieken, niet-zieken (niet-)blootgestelden
- vertekening prevalentie en effectschatting