● Als iets niet letterlijk is bedoeld
○ Wat een “leuke” vent.
Haakjes () / Gedachtestreepjes - -
● Haakjes en gedachtestreepjes:
○ Staan voor en en na een mededeling die eigenlijk niet bij de zin hoort.
○ De mededeling bevat informatie die ook weggelaten kan worden.
■ Karel de Grote (788-814) was keizer van het Frankische Rijk.
■ Klara was de hele dag naar school - zomercursus taal - en was pas
tegen zessen thuis.
Professionele taalvaardigheid 2
Hier vind je de theorie behorend bij professionele taalvaardigheid 2. Uiteraard moet je
professionele taalvaardigheid 1 ook beheersen op het tentamen van professionele
taalvaardigheid 2.
De toets
De toets professionele taalvaardigheid bestaat uit 10 vragen over werkwoordspelling, 10
vragen over redekundig ontleden, 10 vragen over taalkundig ontleden, 10 vragen spelling en
interpunctie en 10 vragen stijl en formuleren.
Werkwoordspelling
● Engelse werkwoorden
○ Vervoeging Engelse werkwoorden gaat net als bij zwakke werkwoorden:
■ Regelstrategie en luisterstrategie
● Regel vt: ik-vorm + -te(n) of ik-vorm + -de(n)
www.beterspellen.nl www.gespeld.nl www.cambiumned.nl www.taalunie.nl
29
, ● Laatste klank van de stam bepaalt of het te(n) of de(n) wordt
○ (‘t ex-kofschip of ‘t sexyfokschaap)
Gebruik het ex-kofschip
● Hij speech-te
● Wij race-ten
● Ik heb het document gesave-d
Maar…
● Wij hebben gebaseballd
● Zij hebben gevolleybald
● Hij heeft de bal gepasst
De uitspraak is hierbij doorslaggevend.
Samengestelde zinnen
Toen hij naar school liep, botste Jaap tegen een auto.
Omdat de leraren gingen staken, bleven de kinderen thuis.
Jos was aan het voetballen, toen zijn moeder heb riep om te eten.
Bij samengestelde zinnen heb je te maken met meerdere persoonsvormen en meerdere
onderwerpen.
Stijl- en formuleerfouten
Onder deze categorie wordt een aantal gevallen aan de orde gebracht waarin gemakkelijk
fouten optreden. In enkele gevallen zijn er concrete regels te geven, maar soms moet je ook
op grond van ervaring vaststellen of iets ‘goed’ of ‘fout’ is.
● Foutieve woordkeuze
● Contaminatie
● Tautologie
● Pleonasme
● Incongruentie
● Aaneengeschreven
Foutieve woordkeuze
Veelgemaakte fouten
dan en als
● Ik ben groter dan jij (bent).
● Mijn jas is even mooi als de jouwe.
die en dat en wat
● Het meisje dat daar loopt, is mijn zus.
● Er is niets wat me nog interesseert
waarmee en met wie
www.beterspellen.nl www.gespeld.nl www.cambiumned.nl www.taalunie.nl
30