Samenvatting voedsel en vertering.
Thema 5.
Voedsel.
Yoghurt ontstaat door speciale soorten melkzuurbacteriën. De bacteriën in de melk
gebruiken de energierijke stoffen uit de melk en produceren afvalstoffen zoals
melkzuur. Door de bacteriën verandert de melk in yoghurt. Kaas en zuurkool
ontstaan ook door melkzuurbacteriën. Aan sommige kazen voegt men na de
productie een schimmel toe. Zo worden veel Franse kaassoorten gemaakt.
Gisten zijn eencellige schimmels. Gistcellen gebruiken koolhydraten als voedsel. In
gistcellen vind gisting plaats. Gistcellen zetten bij gisting koolhydraten om in
koolstofdioxide en alcohol. Bakkers voegen soms gist toe aan het brooddeeg. Door
het koolstofdioxide dat bij gisting ontstaat, gaat het deeg rijzen, waardoor het brood
luchtig wordt. Ook voor de productie van alcoholische drank gebruikt men gist. De
alcohol in bier ontstaat door het gisten van suikers in graan en de alcohol in wijn
ontstaat door het gisten van druiven. Vruchten kunnen ook uit zichzelf gaan gisten.
Conserveren van voedsel
Bacteriën en schimmels kunnen voedsel bederven. Door het conserveren van
voedsel is voedsel langer houdbaar, omdat de omstandigheden voor micro-
organismen onrustig worden. Ze groeien minder snel of helemaal niet meer. Bij
sommige manier van conserveren gaan micro-organismen dood. Enzymen zijn bij
lage temperatuur tijdelijk onwerkzaam. Bij een lage temperatuur zijn de meeste
enzymen van micro-organismen niet actief. Daardoor bederft het voedsel niet of
slechts heel langzaam.
Bij het invriezen van vlees, groenten en fruit wordt de temperatuur omlaag gebracht
tot -18˚C en kan het voedsel enkele weken tot maanden goed blijven. Als het voedsel
ontdooit, kunnen micro-organismen zich snel vermenigvuldigen. Daarom is het
verstandig om ontdooid voedsel zo snel mogelijk te bereiden. Dit geldt vooral voor
dierlijke voedingsmiddelen, zoals vlees, vis en kip, die bij temperatuur boven 10˚C
snel bederven. Het bederf wordt meestal veroorzaakt door salmonellabacteriën.
Deze bacteriën kunnen in kleine aantallen in dierlijke voedingsmiddelen aanwezig
zijn of in voedsel terechtkomen via de lucht of door slechte hygiëne bij het bereiden.
Salmonellabacteriën produceren giftige afvalstoffen en ze kunnen zich zeer snel
vermenigvuldigen, vooral bij temperatuur tussen de 20 en 30˚C. het is gevaarlijk
voedsel te eten dat met salmonellabacteriën is besmet. Je kunt er flink ziek van
worden. We spreken dan van voedselvergiftiging.
Enzymen worden bij hoge temperatuur definitief onwerkzaam. Bij een hoge
temperatuur gaan de micro-organismen in het voedsel wel dood. Pasteuriseren is en
product gedurende korte tijd verhitten tot 72˚C. hierbij gaan veel micro-organismen
dood, maar nog niet alle. De meeste melk die in winkels te koop is, is
gepasteuriseerd. Door het verhitten van een product tot 130-140˚C gaan alle micro-
organismen dood. Dit heet steriliseren. Steriliseren past met o.a. toe bij veel
medische gereedschappen. Er bestaat ook gesteriliseerde melk. Door de hoge
temperatuur bij steriliseren verandert ook de smaak. Men verhit ook andere
, voedingsmiddelen om bacteriën en schimmels te doden. Als verhit voedsel afkoelt,
kunnen er nieuwe micro-organismen op terechtkomen. Daarom moet het voedsel
direct na het verhitten luchtdicht worden verpakt. Veel voedsel blikt men na verhitting
in. Koffie wordt na het branden vacuüm verpakt. Hierbij wordt alle lucht uit de
verpakking weggezogen. Ook pinda’s worden vacuüm verpakt.
Micro-organismen hebben water nodig om in leven te blijven. Als alle water aan
voedsel wordt onttrokken, bederft het voedsel minder snel. Men kan bijvoorbeeld
melkpoeder maken door alle water aan melk te onttrekken. Ook het drogen van
groenten en fruit wordt onttrokken.
Conserveermiddelen en andere additieven.
Verpakt voedsel bevat vaal conserveermiddelen om het langer houdbaar te maken.
De activiteit van enzymen is ook afhankelijk van de zuurgraad. In een zure omgeving
kunnen micro-organismen, die het voedsel bederven, niet leven. Micro-organismen
kunnen ook niet in leven blijven als hun milieu veel suiker of veel zout bevat. Bij het
maken van jam wordt aan de vruchten zoveel suiker toegevoegd dat de micro-
organismen in de vruchten doodgaan. Dit wordt konfijten genoemd. Aan een nieuwe
haring en aan olijven wordt veel zout toegevoegd. Zuur, suiker en zout zijn natuurlijke
conserveermiddelen. Aan veel voedingsmiddelen voegt men kunstmatige
conserveermiddelen toe. Aan allerlei dranken voegt men bijvoorbeeld sulfiet toe om
deze minder snel te laten bederven. Ook om andere redenen worden er vaak stoffen
aan voedingsmiddelen toegevoegd. Vaak worden kleurstoffen toegevoegd om een
voedingsmiddel er mooier uit te laten zien. Soms worden geurstoffen en
smaakstoffen toegevoegd. Snoep en ijs bevatten vaak kunstmatige kleur-, geur- en
smaakstoffen. Al deze stoffen worden additieven genoemd. Additieven zijn stoffen
die men aan voedingsmiddelen toevoegt om ze langer houdbaar of aantrekkelijker te
maken. Voor een gezonde voeding is het belangrijk dat er niet te veel kunstmatige
additieven in het voedsel zitten. Kunstmatige additieven kunnen schadelijk zijn,
vooral als je ze in grote hoeveelheden binnen krijgt. Van sulfiet in wijn bijvoorbeeld
kun je flink hoofdpijn krijgen. Sommige fabrikanten vermelden nauwkeurig welke
additieven er in hun producten voorkomen, maar nog lang niet alle fabrikanten doen
dit.
Voedingsmiddelen en voedingsstoffen.
Voedingsmiddelen zijn producten die je eet of drinkt. Voedingsmiddelen kunnen
plantaardige of dierlijke zijn. Er zijn ook voedingsmiddelen die zowat als plantaardige
als uit dierlijke producten bestaan, zoals roomboterkoekjes. Voedingsmiddelen
bevatten allerlei voedingsstoffen. Voedingsstoffen zijn de stoffen in
voedingsmiddelen die je lichaam opneemt. Veel plantaardige voedingsmiddelen
bevatten voedingsvezel. Voedingsvezel is een verzamelnaam voor de plantaardige
stoffen die de enzymen van de mens niet kunnen verteren. Voedingsvezel is
belangrijk, omdat het de darmbeweging en de stoelgang bevordert.
Voedingsstoffen kunnen in je lichaam verschillende functies vervullen.
Thema 5.
Voedsel.
Yoghurt ontstaat door speciale soorten melkzuurbacteriën. De bacteriën in de melk
gebruiken de energierijke stoffen uit de melk en produceren afvalstoffen zoals
melkzuur. Door de bacteriën verandert de melk in yoghurt. Kaas en zuurkool
ontstaan ook door melkzuurbacteriën. Aan sommige kazen voegt men na de
productie een schimmel toe. Zo worden veel Franse kaassoorten gemaakt.
Gisten zijn eencellige schimmels. Gistcellen gebruiken koolhydraten als voedsel. In
gistcellen vind gisting plaats. Gistcellen zetten bij gisting koolhydraten om in
koolstofdioxide en alcohol. Bakkers voegen soms gist toe aan het brooddeeg. Door
het koolstofdioxide dat bij gisting ontstaat, gaat het deeg rijzen, waardoor het brood
luchtig wordt. Ook voor de productie van alcoholische drank gebruikt men gist. De
alcohol in bier ontstaat door het gisten van suikers in graan en de alcohol in wijn
ontstaat door het gisten van druiven. Vruchten kunnen ook uit zichzelf gaan gisten.
Conserveren van voedsel
Bacteriën en schimmels kunnen voedsel bederven. Door het conserveren van
voedsel is voedsel langer houdbaar, omdat de omstandigheden voor micro-
organismen onrustig worden. Ze groeien minder snel of helemaal niet meer. Bij
sommige manier van conserveren gaan micro-organismen dood. Enzymen zijn bij
lage temperatuur tijdelijk onwerkzaam. Bij een lage temperatuur zijn de meeste
enzymen van micro-organismen niet actief. Daardoor bederft het voedsel niet of
slechts heel langzaam.
Bij het invriezen van vlees, groenten en fruit wordt de temperatuur omlaag gebracht
tot -18˚C en kan het voedsel enkele weken tot maanden goed blijven. Als het voedsel
ontdooit, kunnen micro-organismen zich snel vermenigvuldigen. Daarom is het
verstandig om ontdooid voedsel zo snel mogelijk te bereiden. Dit geldt vooral voor
dierlijke voedingsmiddelen, zoals vlees, vis en kip, die bij temperatuur boven 10˚C
snel bederven. Het bederf wordt meestal veroorzaakt door salmonellabacteriën.
Deze bacteriën kunnen in kleine aantallen in dierlijke voedingsmiddelen aanwezig
zijn of in voedsel terechtkomen via de lucht of door slechte hygiëne bij het bereiden.
Salmonellabacteriën produceren giftige afvalstoffen en ze kunnen zich zeer snel
vermenigvuldigen, vooral bij temperatuur tussen de 20 en 30˚C. het is gevaarlijk
voedsel te eten dat met salmonellabacteriën is besmet. Je kunt er flink ziek van
worden. We spreken dan van voedselvergiftiging.
Enzymen worden bij hoge temperatuur definitief onwerkzaam. Bij een hoge
temperatuur gaan de micro-organismen in het voedsel wel dood. Pasteuriseren is en
product gedurende korte tijd verhitten tot 72˚C. hierbij gaan veel micro-organismen
dood, maar nog niet alle. De meeste melk die in winkels te koop is, is
gepasteuriseerd. Door het verhitten van een product tot 130-140˚C gaan alle micro-
organismen dood. Dit heet steriliseren. Steriliseren past met o.a. toe bij veel
medische gereedschappen. Er bestaat ook gesteriliseerde melk. Door de hoge
temperatuur bij steriliseren verandert ook de smaak. Men verhit ook andere
, voedingsmiddelen om bacteriën en schimmels te doden. Als verhit voedsel afkoelt,
kunnen er nieuwe micro-organismen op terechtkomen. Daarom moet het voedsel
direct na het verhitten luchtdicht worden verpakt. Veel voedsel blikt men na verhitting
in. Koffie wordt na het branden vacuüm verpakt. Hierbij wordt alle lucht uit de
verpakking weggezogen. Ook pinda’s worden vacuüm verpakt.
Micro-organismen hebben water nodig om in leven te blijven. Als alle water aan
voedsel wordt onttrokken, bederft het voedsel minder snel. Men kan bijvoorbeeld
melkpoeder maken door alle water aan melk te onttrekken. Ook het drogen van
groenten en fruit wordt onttrokken.
Conserveermiddelen en andere additieven.
Verpakt voedsel bevat vaal conserveermiddelen om het langer houdbaar te maken.
De activiteit van enzymen is ook afhankelijk van de zuurgraad. In een zure omgeving
kunnen micro-organismen, die het voedsel bederven, niet leven. Micro-organismen
kunnen ook niet in leven blijven als hun milieu veel suiker of veel zout bevat. Bij het
maken van jam wordt aan de vruchten zoveel suiker toegevoegd dat de micro-
organismen in de vruchten doodgaan. Dit wordt konfijten genoemd. Aan een nieuwe
haring en aan olijven wordt veel zout toegevoegd. Zuur, suiker en zout zijn natuurlijke
conserveermiddelen. Aan veel voedingsmiddelen voegt men kunstmatige
conserveermiddelen toe. Aan allerlei dranken voegt men bijvoorbeeld sulfiet toe om
deze minder snel te laten bederven. Ook om andere redenen worden er vaak stoffen
aan voedingsmiddelen toegevoegd. Vaak worden kleurstoffen toegevoegd om een
voedingsmiddel er mooier uit te laten zien. Soms worden geurstoffen en
smaakstoffen toegevoegd. Snoep en ijs bevatten vaak kunstmatige kleur-, geur- en
smaakstoffen. Al deze stoffen worden additieven genoemd. Additieven zijn stoffen
die men aan voedingsmiddelen toevoegt om ze langer houdbaar of aantrekkelijker te
maken. Voor een gezonde voeding is het belangrijk dat er niet te veel kunstmatige
additieven in het voedsel zitten. Kunstmatige additieven kunnen schadelijk zijn,
vooral als je ze in grote hoeveelheden binnen krijgt. Van sulfiet in wijn bijvoorbeeld
kun je flink hoofdpijn krijgen. Sommige fabrikanten vermelden nauwkeurig welke
additieven er in hun producten voorkomen, maar nog lang niet alle fabrikanten doen
dit.
Voedingsmiddelen en voedingsstoffen.
Voedingsmiddelen zijn producten die je eet of drinkt. Voedingsmiddelen kunnen
plantaardige of dierlijke zijn. Er zijn ook voedingsmiddelen die zowat als plantaardige
als uit dierlijke producten bestaan, zoals roomboterkoekjes. Voedingsmiddelen
bevatten allerlei voedingsstoffen. Voedingsstoffen zijn de stoffen in
voedingsmiddelen die je lichaam opneemt. Veel plantaardige voedingsmiddelen
bevatten voedingsvezel. Voedingsvezel is een verzamelnaam voor de plantaardige
stoffen die de enzymen van de mens niet kunnen verteren. Voedingsvezel is
belangrijk, omdat het de darmbeweging en de stoelgang bevordert.
Voedingsstoffen kunnen in je lichaam verschillende functies vervullen.