1. Zinvragen zijn vragen waar per definitie…
a) …. Overweldigende gevoelens bij komen kijken
b) …. Een zinvol antwoord op gevonden dient te worden
c) …. Geen directe oplossing voor is
2. Wat zijn de vier rouwtaken?
a) Aanvaarden van het verlies, voelen van de pijn, aanpassen aan een leven waar het
verlorene geen deel meer van uitmaakt, emotioneel een plek geven aan het
verlorene.
b) Aanvaarden van het verlies, voelen van woede, marchanderen, emotioneel een plek
geven aan het verlorene.
c) Ontkenning, woede, depressie, aanvaarding
3. Jennifer pakt een banaan en houdt deze naast haar oor als telefoon, ze begint een gesprek te
voeren met haar moeder door de ‘telefoon’. Dit is een voorbeeld van
a) Symbolisch denken
b) Abstract redeneren
c) Een mentale operatie
4. Wat bedoelde Watzlawick in zijn communicatietheorie met het betrekkingsniveau?
a) Het onderwerp van een gesprek
b) De relatie tussen personen
c) Alle non-verbale communicatie
5. In de vreemde situatie procedure van Ainsworth zoekt Timo (1) steeds op een zielige en
passieve manier contact met zijn moeder. Hij hangt aan haar been en onderzoekt de ruimte
niet. Wanneer de ouder even de ruimte uit is geweest is hij verdrietig en gaat bij terugkomst
weer aan haar been hangen. Timo blijft lang ontroostbaar. Hoe zou Ainsworth deze
hechtingsstijl noemen?
a) Angstig-vermijdend
b) Gedesoriënteerde / gedesorganiseerde hechting
c) Angstig-ambivalent
6. Welke uitspraken over pluralistic ignorance zijn onjuist? A) bij pluralistic ignorance laat je
bepaald gedrag zien omdat je vermoedt dat anderen een bepaalde opvatting hebben. B) Bij
pluralistic ignorance durft niemand zijn mening te delen of van elkaar te leren, omdat
mensen bang zijn voor de mening van anderen.
a) Beide uitspraken zijn onjuist
b) Alleen a) is onjuist
c) Alleen b) is onjuist
, 7. Wanneer iemand je met een lachend gezicht vertelt dat zijn hond net is overleden dan is dat
een voorbeeld van:
a) Incongruente lichaamstaal
b) Congruente lichaamstaal
c) Universele lichaamstaal
8. Wat is een kenmerk van engagement?
a) Dat een activiteit meer energie oplevert dan dat het kost.
b) Dat je in een activiteit geen concentratie nodig hebt.
c) Dat je officieel verbonden bent aan een organisatie, door bijvoorbeeld een
lidmaatschap.
9. Vygotksy ontwikkelde een model genaamd ‘de zone naaste ontwikkeling’. Wat probeert dit
model duidelijk te maken?
a) Dat je ontwikkeling altijd in samenhang gaat met de ontwikkeling van je naasten
b) Dat een uitdaging onbereikbaar moet zijn, wil deze tot ontwikkeling van iemand
leiden.
c) Dat een uitdaging niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk moet zijn, wil iemand
tot ontwikkeling komen.
10. Wat wordt in de psychologie bedoeld met cognitieve dissonantie?
a) Een gevoel van spanning, opgewekt doordat je handelen in strijd is met je
overtuigingen
b) Spanning die afneemt door te handelen naar je overtuigingen
c) Dat eerdere gedachten niet volledig overeenstemmen met je huidige handelen
11. Wat betekent overrechtwaardiging?
a) Dat interne motivatie sterker is dan externe motivatie
b) Dat een externe prikkel (belonen) de interne motivatie altijd vergroot
c) Dat de interne motivatie verdwijnt door een te grote of teveel externe prikkel(s)
(beloning)
12. Wat is de kern van mindfulness?
a) Dat je jezelf traint om in een ander bewustzijn terecht te komen waar geen lijden en
ongemak is, maar alleen dankbaarheid en liefde.
b) Dat je leert om je gevoelens en wat er in je omgaat te herkennen, analyseren en
bespreken met anderen.
c) Dat je de gevoelend en gedachten die je op dit moment hebt erkent en accepteert
zoals deze zich voordoen.