Doelstelling 1
De puberteit is de periode waarin het lichaam volwassen wordt
→ De puberteit loopt gemiddeld van 10 tot 17 jaar
→ Tijdens de puberteit ontstaan secundaire geslachtskenmerken
Adolescente is de periode waarin een mens geestelijk volwassen wordt
→ In Nederland neemt men vaak het einde van de puberteit als begin van de adolescente
- Het einde is tussen de 20 en 25 jaar
→ Tijdens de adolescente wordt je zelfstandig
Doelstelling 2
Natuurlijke selecte is een proces waarbij organismen ontstaat met aanpassingen aan hun omgeving
→ Hoe groter de kans is dat een organismen zich kan voortplanten, hoe groter de kans is dat dit
organisme zijn genen aan de volgende generate kan doorgeven
→ Eigenschappen die de kans op overleving van een organisme vergroten, vergroten ook de
kans op voortplantng voor het organisme
Seksuele selecte bevordert verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke dieren
→ Door seksuele voorkeur van de ene sekse voor de andere sekse kunnen eigenschappen
ontstaan die de overlevingskans van en individu lijken
te verminderen, maar die de kans op voortplantng juist
vergroten (bijv. staat van een pauw)
→ Door concurrente tussen individuen van dezelfde sekse
kunnen verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes
ontstaan, bijvoorbeeld: mannetjes die veel groter zijn
dan vrouwtjes van dezelfde soort
Balts is gedrag dat bij veel diersoorten voorafgaat aan de
voortplantng
→ Balts bestaat uit een aantal vaste handelingen die
elkaar opvolgen
- Bij mensen lig het voorplantngsgedrag niet op
deze manier vast
, Seksueel gedrag: al het gedrag dat met de seksualiteit van mensen te maken heef
→ Ongewenst seksueel gedrag: seksueel gedrag van iemand gericht op een andere die dat niet
wil
Doelstelling 3
Mutates: verandering in het DNA van een organisme
→ Mutates treden regelmatg op tjdens de replicate van DNA
→ Door mutates kunnen eigenschappen van organismen veranderen
Door geslachtelijke voortplantng vindt recombinate van chromosomen plaats
→ Geslachtelijke voortplantng: reproducte waarbij twee ouderlijke individuen zijn betrokken
- Door geslachtelijke voortplantngen ontstaat variate in de nakomelingen
Variate vergroot de overlevingskans van een populate
→ Gemeten: eicellen en zaadcellen
→ Bevruchtng: het versmelten van de kern van een eicel met de kern van een zaadcel
- Door bevruchtng vindt recombinate van chromosomen plaats
Door ongeslachtelijke voortplantng ontstaan nakomelingen die identek zijn aan de ouder
→ Ongeslachtelijke voortplantng: reproducte waarbij één ouderlijke individu is betrokken
- Door het ontbreken van variate onder de nakomelingen is de kans op het
verspreiden van een ziekte groot en ontstaat concurrente
→ Prokaryoten en protsten planten zich ongeslachtelijk voort door zich te delen
→ Bij meercellige organismen groeit een del van het organisme uit tot een nieuw organisme