Setting the scene: strafrecht en
privaatrecht
Literatuur
• I. Giesen, F.G.H. Kristen & R.S.B. Kool, ‘The Dutch crush on
compensating victims’, in: M. Dyson (ed.), Comparing Tort and Crime:
Learning from across and within Legal Systems, Cambridge: Cambridge
University Press 2015, p. 316-355, 366 (pdf)
• J. de Hullu, ‘Enkele suggesties voor herziening van het strafrechtelijk
sanctiestelsel’, in: Herziening van het sanctiestelsel (Handelingen
Nederlandse Juristenvereniging 2002), Deventer: Kluwer 2002, p. 4-15
(pdf)
• E.F.D. Engelhard & G.E. van Maanen, Aansprakelijkheid voor schade:
contractueel en buitencontractueel, Deventer: Kluwer 2008, p. 1-20 (pdf)
• T. Hartlief, ‘De meerwaarde van het aansprakelijkheidsrecht’, in: T.
Hartlief & S. Klosse (red.), Einde van het aansprakelijkheidsrecht, Den
Haag: Boom Juridische uitgevers 2003, p. 1-21 (pdf)
Leeswijzer
In onze democratische rechtsstaat hebben burgers rechten en vrijheden.
Zij kunnen daarin worden beperkt door het gedrag van anderen. Dat
gedrag levert in de regel onrechtmatig gedrag op. Een voorbeeld van
dergelijk onrechtmatig gedrag is diefstal. Door het goed dat aan een ander
toebehoort wederrechtelijk weg te nemen, pleegt de dief diefstal. Het
gevolg is dat de eigenaar van het goed niet meer zijn eigendomsrechten
kan genieten; hij lijdt schade. Zowel het strafrecht als het privaatrecht
komt hier in beeld.
Het strafrecht is in beeld omdat de overheid haar burger wil beschermen
tegen aantasting van hun rechten en vrijheden door dergelijke
aantastingen aan te merken als strafbaar feit. Hiermee zijn
publiekrechtelijke belangen gediend; het strafrecht behoort tot het
publiekrecht en dient publiekrechtelijke belangen. Het Openbaar Ministerie
moet deze publiekrechtelijke belangen beschermen; het heeft immers de
strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde tot taak (art. 124 Wet RO).
Met strafrechtelijke handhaving wordt beoogd de strafdoelen te realiseren:
vergelding, (generale en speciale) preventie, en reparatie (rechtsherstel
en genoegdoening).
Het privaatrecht is in beeld omdat de dief een onrechtmatige daad jegens
het slachtofer heeft gepleegd. De onrechtmatige daad is de verbintenis
, uit de wet die behoort tot het terrein van het civielrechtelijke
aansprakelijkheidsrecht. Dat aansprakelijkheidsrecht strekt tot
bescherming van het vermogen van het slachtofer. Het geeft daarbij als
doel ‘(...) aan te wijzen wie en welke belangen deze bescherming
verdienen’, aldus Engelhard & Van Maanen 2008, p. 12. Die bescherming
bestaat uit het bieden van rechtsherstel: door de onrechtmatige daad is
de verhouding tussen de dief en het slachtofer verstoord; de dief heeft op
onrechtmatige wijze iets verkregen van het slachtofer dat hem niet
toekomt. Het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht moet ervoor zorgen
dat zoveel mogelijk de verhouding tussen de dief en het slachtofer zo veel
mogelijk in de oude toestand, dat wil zeggen de situatie zoals die bestond
voor de diefstal, moet worden teruggebracht. Dit rechtsherstel dient te
gebeuren door schadevergoeding: de dief vergoed aan het slachtofer
diens schade. Aldus voorziet het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht
in een uitzondering op het normatieve uitgangspunt ‘ieder draagt zijn
eigen schade’. Het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht heeft
daarenboven een aantal nevenfuncties, waaronder preventie, strafen en
erkenning en genoegdoening.
Uit het voorgaande volgt dat het slachtofer van de diefstal op twee
manieren wordt beschermd. Beide wegen kunnen elkaar kruisen. Dat komt
doordat het materieelstrafrechtelijke aansprakelijkheidsrecht en het
civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht deels overlappende doelen en
nevenfuncties hebben. Hetzelfde onrechtmatige gedrag (de diefstal) kan
daarom aanleiding geven tot een juridische reactie van de overheid en
leiden tot inzet van het strafrecht, alsmede aanleiding geven tot een
juridische reactie van het slachtofer en aldus leiden tot een
onrechtmatige daadsactie. Hier kruisen derhalve het strafrecht en het
privaatrecht elkaar als het gaat om de materieelrechtelijke kant van het
aansprakelijkheidsrecht, oftewel, in de termen van Giesen, Kristen & Kool
2015: ‘crime = tort’. Op dit niveau kunnen dan ook vragen opkomen wat
ontwikkelingen zijn op het vlak van het civielrechtelijke
aansprakelijkheidsrecht en of bijvoorbeeld de in het strafrecht
gebruikelijke idee van bestrafng ook een nevenfunctie van het
civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht kan zijn (zie Engelhard & Van
Maanen 2008, p. 16-17, alsmede week 5). En andersom, of de idee van
rechtsherstel van het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht niet een
nadrukkelijker plaats in het strafrecht zou moeten krijgen (zie week 5).
Wanneer het vervolgens gaat om het voorkomen van herhaald
slachtoferschap of confrontatie tussen slachtofer en dader, bieden zowel
het strafrecht als het privaatrecht instrumenten om dat te realiseren. Denk
aan contactverboden en gebiedsverboden (zie week 6).
Het strafrecht en het privaatrecht kunnen elkaar ook op een andere
manier kruisen. De strafrechtelijke reactie en de privaatrechtelijke reactie
op het onrechtmatige gedrag kunnen via afzonderlijke procedures worden
geefectueerd: een strafrechtelijke procedure en een civielrechtelijke
procedure. Onze wetgever heeft evenwel ook voorzien in een samenkomst
van beide reacties, namelijk via de vordering benadeelde partij die in het
strafproces wordt ingebracht door het slachtofer en waarop de