Verplichte Arresten
2017-2018
Edwin van der Velde
Rijksuniversiteit Groningen
, Inhoudsopgave
• College 1-5: Aansprakelijkheid
• College 6-9: Schadevergoeding
• College 10: De invloed van Europa op het aansprakelijkheids- en
schadevergoedingsrecht
• College 11: Overige verbintenissen uit de wet
, College 1
Aansprakelijkheid I
, Belangrijkste overwegingen:
3.4.
Onderdeel I van het middel, dat dit oordeel bestrijdt, gaat
Zwiepende tak
terecht ervan uit dat niet reeds de enkele mogelijkheid van een
ongeval, als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag
inherent gevaar, dat gedrag onrechtmatg doet zijn, maar dat
zodanig gevaarscheppend gedrag slechts onrechtmatg is
indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval (het
Rechtsregel: oplopen van letsel door een ander) als gevolg van dat gedrag zo
groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid
Het scheppen van een
van dat gedrag had moeten onthouden.
gevaarlijke situate is alleen Het onderdeel verwijt het Hof zulks bij het geven van zijn
dan onrechtmatg indien de hiervoor weergegeven oordeel te hebben miskend.
mate van waarschijnlijkheid 3.6.
van een ongeval als gevolg Naar onderdeel I met juistheid betoogt, heef het Hof, door te
van dat gedrag zo groot is, oordelen gelijk het heef gedaan, de hiervoor onder 3.4
omschreven maatstaf miskend.
dat de dader zich naar Weliswaar heef het Hof overwogen dat (Werink zich had
maatstaven van moeten realiseren dat) een tak waartegen wordt getrapt, kan
zorgvuldigheid van dat terugzwiepen en een ander kan verwonden, alsmede dat
Werink rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat
gedrag had moeten
Hudepohl zich in zijn onmiddellijke nabijheid bevond. Maar het
onthouden. Hof heef niet onderzocht of de mate van waarschijnlijkheid van
een ongeval als het onderhavige doordat de tak als gevolg van
de door Werink daartegen gegeven schop ernstg letsel aan de
achter hem lopende Hudepohl zou kunnen toebrengen, zo groot
was dat Werink zich, naar de eisen van de hem jegens Hudepohl
betamende zorgvuldigheid, van het geven van die schop had
behoren te onthouden.
, Belangrijkste overwegingen:
3.4.3 (…) Voor het antwoord op de vraag of een waarschuwing kan
worden beschouwd als een afdoende maatregel met het oog op
bescherming tegen een bepaald gevaar, is van doorslaggevende
Jetblast betekenis of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal
leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt
vermeden. Als het hof deze maatstaf niet heef miskend, heef
Rechtsregel: het zijn kennelijke oordeel dat aan deze maatstaf is voldaan, in
Voor het antwoord op de vraag of een het licht van de in dit geval vaststaande omstandigheden
waarschuwing kan worden beschouwd ontoereikend gemotveerd. Het hof heef immers, in cassate
niet bestreden, vastgesteld dat PJIAE kon verwachten dat het
als een afdoende maatregel met het oog publiek zich zou opstellen in de zeer directe omgeving van het
op bescherming tegen een bepaald aan de zijde van Maho Beach geplaatste hek (rov. 4.4, derde
gevaar, is van doorslaggevende gedachtestreepje), en Hartmann heef in appel gesteld — welke
betekenis of te verwachten valt dat deze stelling door PJIAE niet is bestreden en door het hof niet onjuist
is bevonden — dat toeristen ondanks de waarschuwingsborden
waarschuwing zal leiden tot een in groten getale vanaf die plaats naar vliegtuigen kijken. Voorts
handelen of nalaten waardoor dit heef het hof niet in zijn oordeel betrokken de door Hartmann
gevaar wordt vermeden. De aangevoerde stelling dat uit de tekst van de
waarschuwingsborden niet duidelijk blijkt om welk concreet
waarschuwing moet daarom voldoende gevaar het gaat.
precies zijn. Daaraan kan bijdragen dat 3.4.4 Het hof heef voor zijn oordeel dat het plaatsen van
de waarschuwing aangeef welk waarschuwingsborden in beginsel een afdoende maatregel is,
handelen of nalaten van het publiek 'met name' van belang geacht de hiervoor besproken
omstandigheden dat, kort gezegd, PJIAE geen zeggenschap
wordt verwacht om het gevaar te heef over de plaats waar Hartmann zich bevond en dat
vermijden. Gebrek aan zeggenschap Hartmann op de hoogte kon zijn van het gevaar. Aldus heef het
staat in dit verband niet aan hof onvoldoende duidelijk gemaakt welke andere
omstandigheden het bij zijn oordeel nog voor ogen heef gehad.
aansprakelijkheid in de weg. Onderdeel 2.c is derhalve eveneens gegrond.