Bronvermelding
Titel : Juridische vaardigheden
Druk : 2
Auteur : C.J. Loonstra en M.M. Mok
Uitgever : Noordhoff Uitgevers B.V.
ISBN (boek) : 9789001794378
Aantal hoofdstukken (boek) : 8
Aantal pagina’s (boek) : 249
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Leren hanteren van een wettenbundel 3
Hoofdstuk 2 Ontleden van wetsartikelen 6
Hoofdstuk 3 Jurisprudentie zoeken en gebruiken 7
Hoofdstuk 4 Het gebruik van juridische literatuur 10
Hoofdstuk 5 Het gebruik van parlementaire stukken 13
Hoofdstuk 6 Casus oplossen via een stappenplan 15
Hoofdstuk 7 Gebruik van taal door juristen 17
Hoofdstuk 8 Dossierbeheer en dossiermanagement 20
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Juridische vaardigheden – C.J. Loonstra e.a.
, Hoofdstuk 1 Leren hanteren van een wettenbundel
1.1 Algemene onderdelen van wetten en regelingen
In een wettenbundel is meestal een deel van de totale Nederlandse wetgeving opgenomen. Een
wettenbundel die bij een studie wordt gebruikt bevat dan ook meestal de wetteksten die voor die
studie van belang zijn. In een wettenbundel is voornamelijk formele wetgeving opgenomen. Formele
wetgeving wordt gemaakt door de regering en de Staten-Generaal. Naast de regering en de
Staten-Generaal maken ook gemeenten of provincies wetgeving. Elke wet in een wettenbundel
heeft een eigen structuur. Er zijn echter ook een aantal overeen-komsten te vinden tussen de diverse
wetten.
De officiële naam van een regeling is een opschrift. Om verwarring te voorkomen heeft elke regeling
zijn eigen opschrift. In het opschrift staat het onderwerp van de wet en de datum van ondertekening.
Ook wordt er gebruikgemaakt van citeertitels. Een citeertitel is de officiële naam van een wet. De
citeertitel staat vaak in het laatste artikel van de betreffende regeling.
De aanhef van een regeling is het stuk tekst dat voorafgaat aan de inhoudelijke regeling. In de
aanhef staat vaak het wetgevingsproces beschreven. In het laatste deel van de aanhef staat de
considerans. In de considerans staan de beweegredenen van de wetgever beschreven.
De kern van de regeling wordt gevormd door de inhoudelijke wetsartikelen. De kern van een
wetsartikel wordt ook wel het corpus genoemd. Om iedere Nederlander op de hoogte te brengen
van een nieuwe wet wordt elke nieuwe wet gepubliceerd. Een wet is na deze publicatie van kracht.
In het slot van een wet staat dan ook het bevel tot publicatie en de handtekeningen van de betrokken
bestuurders.
1.2 Boeken, hoofdstukken, titels, afdelingen en artikelen
Binnen een wettenbundel wordt een bepaalde indeling gebruikt. De eerste manier waarop een wet
ingedeeld kan worden is door middel van boeken. Door een wettenbundel te verdelen in boeken
vallen alle artikelen die betrekking hebben op een bepaald onderwerp onder een boek.
Binnen een boek of een wetsartikel wordt er onderscheid gemaakt in titels en hoofdstukken.
Een titel kan daarop weer worden verdeeld in afdelingen. En de laatste laag zijn de wets-artikelen.
Wetsartikelen zijn vaak genummerd. Bovendien loopt deze nummering vaak door. Hierdoor kan
het voorkomen dat een boek, titel of afdeling niet altijd met artikel 1 begint.
Zie: hfst. 1; blz. 18; Figuur 1.1: Opbouw Wetboek van Burgerlijke Wetsvordering; Juridische
vaardigheden; Loonstra/Kok.
1.3 Structuur van het Burgerlijk Wetboek
Het eerste Burgerlijk Wetboek komt uit 1838. De inhoud van dit Burgerlijk Wetboek is echter in
de loop der jaren achterhaald geraakt. Daarom is in 1947 besloten om het huidige Burgerlijk Wetboek
te herschrijven. Een groot verschil tussen het oude Burgerlijk Wetboek en het nieuwe Burgerlijk
Wetboek was het feit dat de wetsartikelen opgedeeld werden in verschillende boeken. De
ontwikkeling van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is nog steeds niet afgerond.
In het nieuwe Burgerlijk Wetboek werden de wetsartikelen ingedeeld in acht boeken. Op dit moment
zijn de wetteksten zo herzien dat zeven van de acht boeken afgerond zijn. In het eerste boek zijn
alle wetsartikelen verzameld die betrekking hebben op het personen- en familierecht. In het tweede
boek zijn alle wetsartikelen verzameld die betrekking hebben op de diverse rechtspersonen die ons
land kent. In het derde boek zijn regels opgenomen die betrekking hebben op het verkrijgen van
vermogen en hoe er omgegaan moet worden met een bedrijf als er sprake is van verlies. In het
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Juridische vaardigheden – C.J. Loonstra e.a.