Inspanningsfysiologie hoofdstuk 7 Vermoeidheid
Vermoeidheid = een door lichamelijke inspanning veroorzaakte afname in het vermogen van spieren
of het zenuwstelsel om kracht of vermogen op een bepaalde intensiteit te leveren. Kan ook bij
inspannende mentale taken optreden.
Centrale vermoeidheid = wanneer de hersenen en het ruggenmerg als beperkende factor worden
aangemerkt. Beïnvloedende factoren kunnen zijn:
- De cerebrale cortex en de hemisferen
- Transmiters die de hersenfuncte regelen (en door stmulerende middelen zijn te
beïnlvoeden)
- De hypothalamus met de vegetateve regulates zoals honger, dorst, temperatuurcentrum
- De a-motorneuronen in het ruggenerg
- De synaptsche overdracht van de motorneuronen op de spiervezels
- Sensorische feedback vanuit de weefsels
Perifere/ lokale vermoeidheid = wanneer spieren als oorzaak van afnemende inspanning worden
bestempeld. Beïnvloedende factoren kunnen zijn:
- Voortgeleiding actepotentaal over de spiervezelmembraan en EMG veranderingen
- CP, ATP, en IMP
- Energiereserves (glycogeenverbruik na meer dan 30 min)
- Spiermetabolisme (metabolieten zoals lactaat)
- Doorbloeding (statsche contractes)
- Spiervezeltye
- Vocht- en mineralentekort
Vermoeidheid = een door lichamelijke inspanning veroorzaakte afname in het vermogen van spieren
of het zenuwstelsel om kracht of vermogen op een bepaalde intensiteit te leveren. Kan ook bij
inspannende mentale taken optreden.
Centrale vermoeidheid = wanneer de hersenen en het ruggenmerg als beperkende factor worden
aangemerkt. Beïnvloedende factoren kunnen zijn:
- De cerebrale cortex en de hemisferen
- Transmiters die de hersenfuncte regelen (en door stmulerende middelen zijn te
beïnlvoeden)
- De hypothalamus met de vegetateve regulates zoals honger, dorst, temperatuurcentrum
- De a-motorneuronen in het ruggenerg
- De synaptsche overdracht van de motorneuronen op de spiervezels
- Sensorische feedback vanuit de weefsels
Perifere/ lokale vermoeidheid = wanneer spieren als oorzaak van afnemende inspanning worden
bestempeld. Beïnvloedende factoren kunnen zijn:
- Voortgeleiding actepotentaal over de spiervezelmembraan en EMG veranderingen
- CP, ATP, en IMP
- Energiereserves (glycogeenverbruik na meer dan 30 min)
- Spiermetabolisme (metabolieten zoals lactaat)
- Doorbloeding (statsche contractes)
- Spiervezeltye
- Vocht- en mineralentekort