auteurs
Bronvermelding
Titel : Leidraad voor juridische auteurs
Druk : 6
Auteur : G.A.I. Schuijt
Uitgever : Kluwer
ISBN (boek) : 9789013076196
Aantal hoofdstukken (boek) : 6
Aantal pagina’s (boek) : 113
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Bronvermeldingen, noten en literatuurlijsten 3
Hoofdstuk 2 De literatuurlijst 5
Hoofdstuk 3 Regelgeving en parlementaire stukken 7
Hoofdstuk 4 Jurisprudentie 8
Hoofdstuk 5 Hoofdletters 10
Hoofdstuk 6 Afkortingen 11
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Leidraad voor juridische auteurs – G.A.I. Schuijt
, Hoofdstuk 1 Bronvermeldingen, noten en literatuurlijsten
1.1 Het waarom van bronvermeldingen, noten en literatuurlijsten
Een onderzoeker verantwoordt zijn onderzoek wanneer hij gebruikmaakt van bronvermeldingen,
noten en literatuurlijsten. Op die manier kan de lezer verifiëren wat de auteur beweert. Daarnaast
dienen bronvermeldingen auteurs te behoeden voor de beschuldiging van plagiaat. Ook zijn
bronvermeldingen handig voor lezers die meer over het onderwerp willen weten.
Wetenschappelijk werk van een bepaalde omvang moet:
voetnoten in de tekst, onder de tekst of aan het eind van de tekst bevatten die vermelden wat de
bron is;
aan het eind van de tekst een overzicht aan onderzochte rechtspraak bevatten.
1.2 Zes verwijssystemen
De auteur kan op drie manieren verwijzingen plaatsen:
1. In de hoofdtekst;
2. In voetnoten;
3. In eindnoten.
Wanneer het gaat om literatuurverwijzingen kan hij op zes manieren verwijzen:
1. Voluit verwijzen in de hoofdtekst;
2. Verkort verwijzen in voetnoten;
3. Voluit verwijzen in voetnoten;
4. Verkort verwijzen in de hoofdtekst;
5. Verkort verwijzen in eindnoten;
6. Voluit verwijzen in eindnoten;
1.3 De vorm van de noten
Iedere noot begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Een noot wordt zo kort mogelijk
gehouden en betekent dat de bewering in de hoofdtekst is ontleend aan de desbetreffende bron.
Eindnoten dienen altijd doorgenummerd te worden. Je plaatst het nootnummer achter het laatste
leesteken van een hoofd- of bijzin. Alleen wanneer een noot betrekking heeft op enkele woorden
plaats je het nootnummer onmiddellijk na het betreffende woord. Plaats nergens meer dan één
nootnummer tegelijk.
1.4 Verwijzingen naar literatuur
Je kun op twee manieren verwijzen naar literatuur:
1. Door middel van verkorte verwijzingen naar literatuur (bijv.: Wessel 1988, p. 23);
2. Door middel van volledige verwijzingen naar literatuur (bijv.: H. Hoekman, ‘Artikel 12’, in
A.K. Koekkoek, De Grondwet, Zwolle: W.E.J. Henk Hommersen 1989, p. 324).
Een medeauteur wordt voorafgegaan door het teken & of het woordje en. Wanneer er meerdere
auteurs zijn, hanteer je de alfabetische literatuurlijst. Bij meer dan drie auteurs noem je enkel de
eerste auteur. Auteurloze publicaties meldt je met een titel (cursief), jaartal en desbetreffende pagina.
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Leidraad voor juridische auteurs – G.A.I. Schuijt