Goederenrecht
= Zeggenschap over een goed
Absolute recht
Alle zaken en rechten waaruit een vermogen kan zijn opgebouwd
Verbintenissenrecht
= alle juridische relaties tussen 2 personen/partijen
Relatieve recht
1.3
Zaak= alles wat je kan aanraken en waarvan maar 1 persoon de eigenaar kan zijn.
Vermogensrecht: het gaat om een recht dat waarde heeft en dat je iemand anders kunt
overdragen.
Registergoed: ieder goed dat alleen aan een ander kan worden overgedragen door
inschrijving van de overdracht in een openbaar register. (Alle onroerende zaken, schepen
vliegtuigen die meer dan 20 ton wegen en absolute rechten op een registergoed).
Niet-registergoed: een goed wat geen registergoed is.
Roerende zaak: Alles wat kan bewegen
Onroerende zaak: alles wat niet kan bewegen of verplaatst worden.
1.4
Bezitter: is iemand die eigenaar is van het goed en heeft alle rechten over het goed.
Houder: iemand is geen eigenaar maar behoud het goed bij zichzelf
Eigendom: het is van jezelf, jij hebt allen rechten
Bij diefstal is de dief nooit bezitter maar altijd houder.
1.5
Eisen overdracht:
- Geldige titel
- Beschikkingsbevoegd
- Levering
1.7
Derde bescherming: verwijst naar het principe van bescherming van eigendomsrechten. Het
houdt in dat iemand beschermd wordt tegen inbreuk op zijn of haar eigendom.
Eisen derde bescherming:
1. Geldige titel (bijvoorbeeld een koopovereenkomst)
2. Bezit verschaffing (de derde moet de zaak feitelijk in zijn macht hebben gekregen)
3. Verkrijging om baat (er moet een tegenprestatie zijn)
, 4. Te goeder trouw derde (op het moment dat de derde het goed in handen kreeg. De
derde verliest de goede trouw als hij niet de naam/adres kan noemen van wie hij het
goed verkregen heeft)
Bij vinder schap wordt de vinder na 1 jaar automatisch eigenaar, maar dan moet je van je
vinding wel een aangifte hebben gedaan.
Bij diefstal heeft de eigenaar 3 jaar om haar gesloten goed terug te vorderen, alleen als de
derde te gegoeder trouw was. Bij diefstal ten kwade trouw, dan heeft de eigenaar 20 jaar om
het goed terug te vorderen.
Art.3:86 lid 3 BW = 3 jaar op eisen na diefstal
Na een diefstal houdt de eigenaar 3 jaar lang het recht zijn zaak terug te eisen bij een derde
te goeder trouw.
Binnen 3 jaar= geen derde bescherming bij diefstal
Na 3 jaar= wel derde bescherming bij diefstal
1.8
Overdracht= de overgang van een goed van het ene vermogen naar het andere vermogen
Verjaging= een bezitter wordt na verloop van een aantal jaren eigenaar van de zaak. Een
bezitter te goeder trouw wordt dat bij roerende zaken na 3 jaar en bij de overige zaken na
tien jaar (verkrijgende verjaging). Een bezitter te kwader trouw word je pas eigenaar na 20
jaar (bevrijdende verjaging).
Onteigening= de verplichte verkoop van een eigendom aan de overheid.
Natrekking: de eigenaar van een hoofdzaak wordt ook eigenaar van de bijzaak
Toe-eigening of inbezitneming= het in bezitnemen van een zaak die aan niemand
toebehoort.
Vinder schap= iemand vindt een onbeheerde zaak en wordt daarvan eigenaar (1 jaar na
aangifte eigenaar)
Schatvinding= het eigendom komt in gelijke delen toe aan degene die de schat heeft
gevonden en de eigenaar van waar de zaak verborgen was.
Zaakvorming= eigenaar van een nieuwe zaak dij hij vormt uit zaken waarvan hij geen
eigenaar was.
Vermenging= 2 of meer roerende zaken wordt vermengd tot een nieuw hoofdzaak, waarbij
de eigendom van de delen overgaat.
Vruchttrekking= rechthebbende wordt eigenaar van de vruchten van een zaak
In de PowerPoint staan er voorbeelden