Paragraaf 1 Recht en rechtvaardigheid.
Regels en wetten.
Maatschappelijke normen of gedragsregels komen voort uit geloof, gewoonten en tradities.
Rechtsnormen:
Gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd.
- Bedoeld om het maatschappelijk leven geordend te laten verlopen.
- Rechtsnormen komen voort uit normen en waarden die in de samenleving gedeeld
worden.
Wat is rechtvaardig?
Rechtsnormen moeten zoveel mogelijk overeenkomen met de opvattingen die burgers hebben
over goed en kwaad. Dan worden ze ook eerder geaccepteerd.
Ontstaan van de rechtsstaat.
Niet mensen maar wetten regeren.
In 1789 einde voor absolute monarchie (koning heeft alle macht) door de Franse Revolutie.
Grondwet voorkomt machtsmisbruik door de overheid.
Bijvoorbeeld artikel 1 over gelijkheid voor de wet en artikel 4 over vrijheid voor iedereen
behalve als dit de vrijheid van anderen beperkt.
1848: de macht van de koning werd in Nederland grondwettelijk aan banden gelegd
(Thorbecke).
1917: alle mannen kiesrecht, vrouwen twee jaar later.
1983: sociale grondrechten in de grondwet: ontstaan van sociale rechtsstaat.
Rechten en plichten.
In rechtsstaat gelden rechten en plichten (bijvoorbeeld belastingplicht en leerplicht) voor
overheid en voor burgers.
Rechtsgebieden.
Het recht (alle in wetten door de overheid vastgelegde regels) bestaat uit verschillende
rechtsgebieden.
1 Publiekrecht.
Regelt de inrichting van de staat en de relatie tussen burgers en overheid.
Staatsrecht:
Regels voor inrichting van de Nederlandse staat. Bijvoorbeeld politieke spelregels.
Bestuursrecht:
Regelt de verhouding tussen burger en overheid. Bijvoorbeeld vergunningen, ruimtelijke
ordening, belastingrecht.
Strafrecht:
Regelt wettelijke strafbepalingen.
2 Privaatrecht
Regelt de betrekkingen tussen burgers onderling, maar ook verenigingen, bedrijven. Dit zijn
rechtspersonen. Bijvoorbeeld rechten en plichten bij een telefoonabonnement.
Personen- en familierecht. Bijvoorbeeld huwelijk, echtscheiding, adoptie, geboorte etc.
Ondernemingsrecht
Vermogensrecht. Bijvoorbeeld koopovereenkomst, of arbeidscontract, erfeniszaken.
, Paragraaf 2 De grondbeginselen.
Doel van de rechtsstaat:
Zorgen voor veiligheid voor burgers.
Burgers beschermen tegen de macht van overheid.
Burgers gelijk behandelen
Burgers kunnen in vrijheid leven.
Grondbeginselen van de rechtsstaat:
Machtenscheiding, grondrechten vastgelegd in grondwet, het legaliteitsbeginsel.
Machtenscheiding.
Scheiding der machten moet absolutisme en dictatuur voorkomen.
Wetgevende macht.
Stelt wetten vast waar burgers en overheid zich aan moeten houden.
Taak voor regering en parlement.
Uitvoerende macht.
Zorgt dat goedgekeurde wetten uitgevoerd worden.
Taak voor ministers en ambtenaren.
Rechterlijke macht.
Beoordeelt of mensen, rechtspersonen en overheid wetten overtreden.
Taak voor onafhankelijke rechters.
Machten zijn in Nederland niet helemaal gescheiden.
Checks and balances: Trias politica zorgt ervoor dat de machten elkaar kunnen controleren.
Onafhankelijke rechters.
Zorgt voor bescherming:
Je kunt je recht halen.
Je wordt beschermd tegen ongeoorloofd overheidsoptreden.
Zorgt dat mensen geen eigen rechter spelen.
Rechters worden voor het leven benoemd: waarborgt onafhankelijkheid van de rechterlijke
macht.
Grondrechten en grondwet.
Doel grondwet: vastleggen van de grondrechten van burgers en overheid.
Klassieke grondrechten.
Bijvoorbeeld: Vrijheid van godsdienst, meningsuiting, onaantastbaarheid van het lichaam,
iedereen gelijk voor de wet.
Overheid moet dit garanderen.
Sociale grondrechten:
Bijvoorbeeld: recht op werk, gezondheidszorg, onderwijs, woongelegenheid.
Zorgplicht voor de overheid: overheid moet er naar streven.
Rechtsregels worden voortdurend aangepast doordat normen en waarden in de
samenleving veranderen.
Veranderingen in de grondwet is niet eenvoudig;
2/3 meerderheid in een nieuw parlement.
Rekening houden met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.